RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer : 12194616 BZ VERZ 26-827 JM
dossiernummer : VB 2102datum :
beschikking op een verzoek tot machtiging ingevolge artikel 1:345 BW
op verzoek van:
[verzoekster],
geboren te [plaats 1] op [geboortedatum 1] 1973,
wonende te [adres], [postcode] [plaats 2],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige],
geboren te [plaats 3] op [geboortedatum 2] 2011,
wonende te [adres], [postcode] [plaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige].
1. procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 16 april 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 2 juni 2026.
Voorafgaand aan de behandeling heeft de kantonrechter de minderjarige gehoord.
2. beoordeling
Minderjarigen kunnen een erfenis, schenking of bijvoorbeeld een schadevergoeding krijgen. Om dit vermogen te beschermen, kan het geld op een bankrekening met zogenoemde BEM-clausule worden gezet. Een bankrekening met een BEM-clausule is een geblokkeerde bankrekening. BEM is de afkorting van ‘Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen’. Er kan alleen geld van een dergelijke bankrekening worden opgenomen met toestemming van de kantonrechter (artikel 1:345 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
Verzoeker vraagt, in haar hoedanigheid van moeder en gezaghebbende ouder, machtiging om een bedrag van in totaal € 54.000,- op te mogen nemen van de BEM-rekening op naam van haar minderjarige zoon [minderjarige] ten behoeve van zijn ontwikkeling en welzijn voor de komende 4 jaar tot de 18e verjaardag van [minderjarige]. Dit bedrag is volgens verzoeker gebaseerd op de richtlijnen van het NIBUD voor eenoudergezinnen, waarin staat dat een kind van
14 jaar 23% van het besteedbaar inkomen kost. Verzoeker heeft daar een post van € 10.000,- voor onvoorziene uitgaven aan toegevoegd.
Verzoeker geeft aan dat zij hier de volgende uitgaven van wil bekostigen:
fiets, kleding, telefoon;
huiswerkbegeleiding;
schoolbijdrage, schoolreis, laptop;
sportcontributie en kosten voor hockey, tennis en schaatsen;
deelname aan snowcamp en zeilkamp.
Deze uitgaven dragen volgens verzoeker bij aan de schoolprestatie, fysieke ontwikkeling en sociale vorming van [minderjarige]. De huiswerkbegeleiding helpt hem zijn schoolwerk goed bij te houden. Sportactiviteiten zijn belangrijk voor zijn gezondheid, discipline en sociale contacten. Verzoeker stelt voorts dat zij het van groot belang vindt dat [minderjarige] zich kan ontwikkelen op een manier die past bij de waarden die zijn overleden vader hem had mee willen geven.
De kantonrechter beoordeelt op grond van artikel 1:356 BW of de verzochte machtiging in het belang van de minderjarige noodzakelijk, nuttig of wenselijk is. Alleen als dat het geval is, zal hij een machtiging op grond van artikel 1:345 BW afgeven.
Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen. De kantonrechter zal uitleggen waarom.
In lid 1 van artikel 1:392 BW juncto artikel 1:395a lid 1 BW is een
onderhoudsverplichting neergelegd van ouders jegens hun kinderen, totdat zij de leeftijd van
21 jaar hebben bereikt. Kinderen behoeven niet bij te dragen aan hun eigen onderhoud en
studie.
Artikel 1:392 BW bevat ook een onderhoudsplicht van kinderen jegens hun ouders,
voor zover de ouder behoeftig is (lid 2) en er geen (vroegere) partner is die
onderhoudsplichtig is (lid 3). De wet maakt hierbij geen uitzondering voor minderjarige
kinderen. Een ouder kan een beroep doen op een financiële bijdrage. Hieraan zijn
voorwaarden gesteld. Uit de literatuur en jurisprudentie blijkt echter dat een
onderhoudsplicht van minderjarige kinderen jegens een behoeftige ouder omstreden is, en
dat een dergelijke onderhoudsplicht niet zonder meer mag worden aangenomen. Uit het
verzoek blijkt niet in hoeverre [minderjarige] onderhoudsplichtig zou zijn jegens verzoeker. Zo lang dit
niet is vastgesteld kan dit geen reden zijn voor opname van geld van de rekening met BEM
clausule ten behoeve van de betaling van levensonderhoud.
3. beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.