ECLI:NL:RBNHO:2026:9140

ECLI:NL:RBNHO:2026:9140

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 22-07-2026
Zaaknummer C/15/378339
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Wijziging zorgregeling. De rechtbank stelt een gewijzigde zorgregeling vast, waarbij wordt uitgegaan van de eerder door partijen overeengekomen zorgregeling, die al meerdere jaren feitelijk wordt uitgevoerd. De rechtbank stelt de huidige zorgregeling vast. De rechtbank breidt deze zorgregeling niet uit. Op dit moment is onvoldoende gebleken dat nu behoefte is aan een uitbreiding van de zorgregeling en de rechtbank kan, net als de Raad, niet vaststellen of een uitbreiding in het belang is van de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

zorgregeling, vervangende toestemming vakantie, afgifte paspoorten

zaak-/rekestnr.: C/15/378339 / FA RK 26-2834

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 22 juli 2026

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. D.G. Peters uit Amsterdam,

tegen

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. N.H. Fridsma uit Heemskerk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoek, met bijlagen, van de vader, ontvangen op 25 mei 2026;

de bief, met bijlagen, van de moeder, ontvangen op 30 juni 2026.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 juli 2026. Daarbij was de vader met zijn advocaat en met mr. I.M. Hijmans van den Berg aanwezig en was de moeder met haar advocaat aanwezig. Partijen werden allebei bijgestaan door een tolk. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] aanwezig als informant.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben op 1 juli 2026, voorafgaand aan de zitting, met de kinderrechter gesproken om hun mening te geven.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] .

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden hierna samen genoemd: de kinderen.

De vader heeft de kinderen erkend. Partijen hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen. De kinderen wonen bij de moeder.

Bij beschikking van deze rechtbank van 13 oktober 2021 is het verzoek van de vader om een provisionele voorziening te treffen, afgewezen. De rechtbank heeft de Raad verzocht onderzoek te doen naar de zorgregeling. De beslissing op het verzoek over de zorgregeling is aangehouden.

Bij beschikking van deze rechtbank van 23 november 2022 is een zorgregeling vastgesteld, waarbij de kinderen:

een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader hen haalt en brengt;

de helft van de vakanties bij de vader verblijven, waarbij partijen onder regie van het Centrum voor Jeugd en Gezin de exacte invulling van de vakantieregeling zullen uitwerken.

Bij proces-verbaal van uitspraak van deze rechtbank van 1 juli 2026 is de vader vervangende toestemming verleend om met de kinderen te reizen naar Engeland van 18 juli 2026 tot 1 augustus 2026. Het verzoek van de vader over de afgifte van de paspoorten van de kinderen op straffe van een dwangsom is afgewezen. De beslissing op het verzoek van de vader over de zorgregeling is aangehouden. Hierop wordt in deze beschikking beslist.

3. Het (resterende) verzoek

Nu is beslist op de verzoeken van de vader over de vervangende toestemming en de paspoorten van de kinderen, verzoekt de vader – zoals de rechtbank begrijpt – om de zorgregeling te wijzigen in een zorgregeling waarbij de kinderen iedere drie weken de eerste twee weekenden bij de vader verblijven van vrijdag na school tot maandag na school en tijdens de helft van de vakanties (minimaal 156 dagen per jaar). Hij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De vader onderbouwt zijn (resterende) verzoek als volgt. De kinderen verblijven nu een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader. Partijen hebben via hulpverlening een ouderschapsplan opgesteld, maar de uitvoering daarvan gaat niet goed. Ook gaat de zorg voor de kinderen niet goed. De moeder weigert met de vader te communiceren en komt afspraken niet na. Volgens de vader lijkt de moeder niet in staat te zijn voor de kinderen te zorgen. Vooral doordat de moeder geen activiteiten met de kinderen onderneemt, wil de vader meer tijd met de kinderen in de vakanties. De moeder koopt ook weinig spullen voor de kinderen.

De vader en mr. Hijmans van den Berg hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de sinds begin 2023 gewijzigde regeling (zoals genoemd onder 3.2.) formeel moet worden vastgesteld. Door de houding van de moeder is het voor de vader lastig om met haar te communiceren. De moeder gaat goed om met duidelijke afspraken. Het is in het belang van de kinderen dat zij de vader vaker kunnen zien. Zij hebben het erg fijn bij de vader. Als zij bij de vader zijn, is de vader thuis om voor hen te zorgen. De moeder vertelt leugens over de vader en probeert hem ‘kapot te maken’. De vader begrijpt niet waarom zij dit doet. De vrouw die bij de vader woont, is zijn zus. Het is opvallend dat de moeder nu opnieuw, net als in de eerdere procedure, punten noemt waarover de vader niet eerder heeft gehoord. Uit het vorige raadsrapport bleek dat de kinderen zich fijn voelden bij de vader.

4. Het (resterende) verweer

De moeder heeft bij brief van 30 juni 2026 aangegeven dat de vader zich niet altijd aan de zorgregeling houdt. Volgens de moeder blijkt uit de door haar overgelegde foto’s dat zij activiteiten met de kinderen onderneemt en kleding voor hen koopt.

De moeder en haar advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de moeder het eens is met vaststelling van de feitelijke zorgregeling en vakantieverdeling bij helfte, maar zij is het niet eens met de door de vader verzochte uitbreiding van de zorgregeling. Dat de kinderen nu van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven is ook om ervoor te zorgen dat partijen elkaar niet hoeven zien. De kinderen klagen bij de moeder over de thuissituatie bij de vader. Zo hebben zij aangegeven dat de vader hen soms lange tijd alleen thuis laat zijn en dat zij gezien hebben dat de vader geslachtsgemeenschap heeft met andere vrouwen. De moeder heeft de kinderen inderdaad een foto laten zien waarop de vader te zien is met een vrouw in bed. De moeder geeft aan dat op de foto geen ‘naakte’ persoon te zien was. Zij deed dit om de verhalen van de kinderen te bevestigen. De moeder heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis.

5. De mening van de kinderen

De kinderen willen niet dat tijdens de zitting wordt gedeeld wat zij over de zorgregeling hebben aangegeven. De kinderen willen met de vader op vakantie naar Engeland, maar voor een kortere periode. [de minderjarige 2] heeft aangegeven dat de moeder haar een foto heeft laten zien waarop de vader te zien is met een blote vrouw in bed. Daarbij heeft de moeder aangegeven dat [de minderjarige 2] later niet ‘zo’ moet worden.

6. De visie van de Raad

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven geen advies te kunnen geven over de zorgregeling, omdat zij niet weet wat de kinderen daarover hebben aangegeven en niet kan beoordelen wat in het belang is van de kinderen. De Raad benadrukt dat de moeder de kinderen geen foto van de vader met een blote vrouw in bed moet laten zien. De rechtbank heeft al eerder aangegeven dat de kinderen niet geconfronteerd moeten worden met zulke (volwassenen)zaken. Tijdens het vorige raadsonderzoek is door professionals gezien dat de kinderen en de vader erg goed op elkaar reageerden en dat de kinderen het leuk vonden om bij de vader te verblijven. Doordat de kinderen toen graag bij de vader wilden overnachten, heeft de Raad ook aangegeven dat het goed is om dat op termijn uit te breiden. Het is fijn dat dit is gelukt. De Raad begrijpt het standpunt van de moeder niet goed, omdat de moeder aan de ene kant aangeeft dat er negatieve dingen gebeuren bij de vader, maar aan de andere kant akkoord is met de huidige zorgregeling. Volgens de Raad is het goed als Veilig Thuis een onderzoek gaat doen.

7. De verdere beoordeling

Proces-verbaal van uitspraak

De rechtbank heeft tijdens de zitting van 1 juli 2026 mondeling beslist op de verzoeken van de vader over de vervangende toestemming voor het reizen met de kinderen naar Engeland en over de afgifte van de paspoorten van de kinderen op straffe van een dwangsom. Zoals onder 2.5. aangegeven, is hiervan een proces-verbaal van uitspraak gegeven. De rechtbank moet nu daarom nog beslissen op het verzoek van de vader over de zorgregeling (waaronder de vakantieregeling).

Zorgregeling

Nadat de zorgregeling uitgebreid tijdens de zitting is besproken, hebben partijen daarover geen overeenstemming bereikt. De rechtbank stelt daarom een gewijzigde zorgregeling vast. De rechtbank gaat daarbij uit van de eerder door partijen overeengekomen zorgregeling (waaronder de vakantieregeling), die al meerdere jaren feitelijk wordt uitgevoerd. In deze regeling verblijven de kinderen een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader, waarbij de vader hen haalt en brengt. Ook verblijven de kinderen daarin tijdens de helft van de vakanties bij de vader.

Uit de stukken en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht blijkt het volgende. Hoewel de moeder aangeeft dat de kinderen niet bij de vader willen verblijven, verzet zij zich niet tegen de vastlegging van de huidige zorgregeling. Ook is de moeder het eens met de huidige vakantieverdeling bij helfte. Daarom zal de rechtbank deze regeling vaststellen. Hoewel de vader aangeeft dat de huidige zorgregeling moet worden uitgebreid vanwege (te) negatieve omstandigheden van de kinderen bij de moeder, is van die omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Wel constateert de rechtbank dat de moeder de kinderen belast met volwassenenproblematiek, doordat zij de kinderen (bijvoorbeeld) een foto heeft laten zien waarop de vader met een andere vrouw in bed te zien is. Tijdens de zitting heeft de Raad de moeder ervan bewust gemaakt dat dit niet goed is voor de kinderen. Het is positief dat de moeder heeft aangegeven dit te begrijpen en daarvoor haar excuses heeft aangeboden. De rechtbank concludeert dat niet is gebleken dat de situatie van de kinderen bij de moeder ervoor zorgt dat de huidige zorgregeling moet worden gewijzigd.

De rechtbank zal de huidige zorgregeling vaststellen en niet uitbreiden en legt uit waarom. Op dit moment is onvoldoende gebleken dat nu behoefte is aan een uitbreiding van de zorgregeling. De rechtbank kan, net als de Raad, ook niet vaststellen of een uitbreiding van de zorgregeling in het belang is van de kinderen. De rechtbank kan wel vaststellen dat het in het belang is van de kinderen dat er rust is en regelmaat. Daarom is het voor de kinderen fijn als de zorgregeling (voor nu) blijft zoals deze sinds 2023 is.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8. De beslissing

De rechtbank:

stelt, met wijziging van de bij beschikking van deze rechtbank van 23 november 2022 vastgestelde zorgregeling, een zorgregeling vast, waarbij de minderjarigen:

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;

een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven, en waarbij voornoemde minderjarigen tijdens de helft van de vakanties bij de vader verblijven;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.I. Terborg-Wijnaldum

Griffier

  • mr. F.G. van der Erve

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand