RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11826159 \ CV EXPL 25-5124
Uitspraakdatum: 24 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
easyJet Airline Company Limited
gevestigd te London Luton Airport (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde 1] (BK legal)
tegen
1. [eiser 1], wonende te [plaats 1] (Italië)
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde 2] (Yource B.V.)
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verstekvonnis van 14 mei 2025;
- de verzetdagvaarding;
- de conclusie van antwoord in oppositie;
- de conclusie van repliek in oppositie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 maart 2024 vervoeren van Marco Polo Airport, Venetië (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U24071 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers hebben bij de inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der tot aan de dag der algehele voldoening;- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, de vervoerder te ontheffen van de veroordeling die in het verstekvonnis van 3 juli 2024 is uitgesproken, de vorderingen van de passagiers af te wijzen, met veroordeling van de passagiers, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Daartoe voert de vervoerder aan dat sprake was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen.
De vervoerder voert primair tot verweer dat de passagiers niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard. Uit de boekingsbewijzen blijkt dat de vlucht is uitgevoerd door EJU4071. EJU staat voor easyJet Europe Airline Company. In deze procedure wordt echter easyJet Airline Company Limited gedagvaard. De passagiers hadden zich tot de juiste entiteit moeten wenden, namelijk easyJet Europe Airline GmbH.
De passagiers betwisten dit en stellen onder meer dat de vervoerder aanvoert dat vluchtcodes met EJU worden uitgevoerd door een bepaalde entiteit, maar dit niet onderbouwt met interne stukken. De vlucht in kwestie is uitgevoerd door een EZY/U2 nummer, wat blijkt uit ‘Flight era’ en ‘Flightradar 24’. EZY/U2 vluchten worden uitgevoerd door Easyjet Airline Company Limited, dus door de vervoerder. Daarnaast gebruikt de vervoerder in het vluchtrapport ook de vluchtcode EC voor de vlucht in kwestie. Als het vluchtnummer aangeeft welke entiteit de vlucht heeft uitgevoerd dient de vervoerder dit in haar verweer zo te behandelen. Uit de boekingsbewijzen blijkt enkel dat de passagiers met EasyJet vliegen en niet met welke entiteit. Het kan van de gemiddelde consument of derden niet verwacht worden dat zij op basis van het vluchtnummer weten welke entiteit de vlucht heeft uitgevoerd. Bovendien is aan passagiers aangegeven dat te Kingsfordweg 151 voor alle EasyJet entiteiten kan worden gedagvaard. De vervoerder heeft hier tegen in gebracht dat easyJet Airline Company Limited vliegt met vluchtcodes U2 en EZY en dat easyJet Europe Airline GmbH vliegt met vluchtcodes EC en EJU. Het verschil tussen deze entiteiten is overduidelijk en staat duidelijk aangegeven in de communicatie met de passagiers.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de enkele omstandigheid dat de boekingsbewijzen een EJU nummer vermelden niet worden afgeleid dat de passagiers de verkeerde partij hebben gedagvaard. De kantonrechter verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder.
De vervoerder voert subsidiair aan dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid. De vlucht in kwestie werd geannuleerd wegens een staking van het grondpersoneel op de luchthaven in Italië. De staking stond gepland op 23 maart 2024. Als gevolg hiervan zijn er tien sectoren geannuleerd waaronder de vlucht in kwestie. Er is volgens de vervoerder sprake van een buitengewone omstandigheid, omdat dit niet inherent is aan de normale uitoefening van de vervoerder. De vervoerder kon hier geen daadwerkelijke invloed op uitoefenen.
De passagiers betwisten dit. De staking vond plaats tussen 10:00 uur en 14:00 uur. De vlucht in kwestie zou om 06:55 uur vertrekken. Dit is drie uur voordat de staking zou beginnen. Er is daarom geen verband tussen de staking en de uitvoering van de vlucht in kwestie. Bovendien is dezelfde ochtend een vlucht van KLM bijvoorbeeld wel uitgevoerd, aldus de passagiers.
De vervoerder heeft hier het volgende tegen aangevoerd. Dat de staking om 10:00 uur is begonnen betekent niet dat de vluchten daarvoor konden vertrekken. De vlucht in kwestie werd geraakt door de voorbereidende handelingen van de staking. Dat een vlucht van de KLM wel uitgevoerd is zegt helemaal niks.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft voldoende aangetoond dat op de dag van de vlucht een staking plaatsvond van de Italiaanse grondafhandeling. Echter heeft hij het causale verband tussen de annulering van de vlucht in kwestie en de staking onvoldoende aangetoond. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de passagiers had het op de weg gelegen van de vervoerder om expliciet aan te geven waarom de staking, die pas na de uitvoering van de vlucht plaats zou vinden, heeft geleid tot de annulering. Nu kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis van 14 mei 2025 in de zaak met zaaknummer 11617138 \ CV EXPL 25-2035;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagiers;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter