ECLI:NL:RBNHO:2026:9160

ECLI:NL:RBNHO:2026:9160

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 22-07-2026
Zaaknummer 11680517
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11680517 \ CV EXPL 25-2900

Uitspraakdatum: 15 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V.)

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 15 januari 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Kranebitten Airport (Oostenrijk), met vlucht HV6609 (hierna: de vlucht).

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

Waarheidsplicht

De vervoerder heeft bij conclusie van dupliek voor het eerst aangevoerd dat de bemanning buiten de uren zou raken als de vlucht in kwestie uitgevoerd zou worden. Ook heeft de vervoerder eerst bij dupliek aangevoerd dat de voorgaande vlucht (vlucht HV6610) niet kon landen op luchthaven Schiphol en dat de rotatie HV6610/HV6609 daarom geannuleerd moest worden. De vervoerder heeft niet voldoende toegelicht waarom hij dit allemaal eerst bij dupliek heeft aangevoerd. De passagier heeft naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat de vervoerder daarmee artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft geschonden. De kantonrechter zal daarom onder verwijzing naar genoemde wetsartikel, op grond waarvan zij daaraan de gevolgtrekking kan verbinden die zij geraden acht, deze stellingen buiten beschouwing laten en het verweer van de vervoerder beoordelen aan de hand van hetgeen bij conclusie van antwoord is aangevoerd.

Buitengewone omstandigheden

De vervoerder heeft aangevoerd dat er sprake was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. De luchthaven Schiphol moest door de slechte weersomstandigheden tientallen vluchten annuleren, waaronder de vlucht in kwestie, omdat vluchten niet konden vertrekken of landen. Tussen 15 januari 2024 12:00 uur UTC en 16 januari 2024 08:00 UTC was er sprake van regen, sneeuw, en mogelijk onweer (zie TAF-rapport). Het was daarom niet mogelijk om de vlucht op een later moment uit te voeren, want dan zou de vlucht met dezelfde omstandigheden te maken hebben. De passagier betwist dat dit de reden was voor het annuleren van de vlucht, omdat dit niet blijkt uit de productie waarnaar door de vervoerder is verwezen. Uit de door de vervoerder overgelegde producties blijkt dat de vlucht werd geannuleerd door het uit de uren lopen van de bemanning.

Het verweer van de vervoerder slaagt niet. De vervoerder heeft voldoende aangetoond dat er sprake was van slechte weersomstandigheden. Echter heeft hij gelet op de gemotiveerde betwisting van de passagier niet voldoende aangetoond dat dit de reden was dat de vlucht werd geannuleerd. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de annulering ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 15 januari 2024, en over € 40,00 vanaf 7 april 2025, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 90,00;salaris gemachtigde € 217,50;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 43,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Kleij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand