RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11789715 \ CV EXPL 25-4589
Uitspraakdatum: 15 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
American Airlines Inc
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 augustus 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Philadelphia International Airport (Verenigde Staten), naar Tampa International Airport (Verenigde Staten), met vluchtnummers AA203 en AA2082.
De vervoerder heeft vlucht AA2082 van Philadelphia naar Tampa (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom;- en de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan de vlucht onderdeel was van de rotatie Chicago-Philadelphia-Tampa (met vluchtnummers AA2840 en AA2082). Er was in de omgeving van luchthaven Philadelphia sprake van slechte weersomstandigheden, namelijk onweersbuien. Vlucht AA2840 werd hierdoor vertraagd uitgevoerd. De vervoerder heeft het METAR rapport waarin de weersomstandigheden recht boven de luchthaven staan weergegeven overgelegd. Er was sprake van beperkt zicht door regen en zeer laaghangende dichte bewolking en harde windstoten. Het toestel mocht van de Amerikaanse luchtverkeersleiding niet volgens de vluchtschema vertrekken. Het toestel kreeg pas om 15:22 uur (lokale tijd) toestemming om van de gate te vertrekken en is met een vertraging van 1 uur en 45 minuten in Philadelphia aangekomen. De vlucht in kwestie is verder vertraagd, omdat het toestel moest wachten op de 25 wachtende toestellen voor hem. De bemanning is daarom uit de uren gelopen. De vervoerder heeft nieuwe bemanning opgeroepen. De vlucht in kwestie is uiteindelijk met een vertraging van 3 uur en 25 minuten op de eindbestemming aangekomen. In dit geval is de vlucht in kwestie vertraagd uitgevoerd door een doorwerking van buitengewone omstandigheden, namelijk besluiten van de luchtverkeersleiding als gevolg van de slechte weersomstandigheden. De reden voor de vertraging is niet relevant, omdat de vervoerder zich dient te houden aan de instructies van de luchtverkeersleiding. Hij mag hier niet van afwijken. De vervoerder kan geen invloed uitoefenen op het weer en de beslissingen die de luchtverkeersleiding neemt.
AirHelp betwist dat sprake was van slechte weersomstandigheden. Uit het METAR rapport blijkt dat er op de dag van de vlucht normaal vliegweer was, dat gebruikelijk en beheersbaar was. E was sprake van lichte tot matige wind (05-12KT) en geen beperking in het zicht. Er was dus geen sprake van hevige regen of slechte weersomstandigheden. Daarnaast is de vlucht verder vertraagd door het uit de uren lopen van de bemanning. Dit is geen buitengewone omstandigheid en is inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder, aldus AirHelp.
Bij conclusie van dupliek heeft de vervoerder nader toegelicht dat de slechte weersomstandigheden bestonden uit slecht verticaal zicht en harde windstoten (10SM OVC009). OVC009 staat voor een wolkenbasis ‘overcast’ (dichtheid van 8 octas volledig gesloten op 900ft). Dit betekent dat de verticale zicht ernstig werd belemmerd, terwijl dit zicht voor piloten cruciaal is om de baan te kunnen zien tijdens landing en opstijging. Daarom werd de seperatieafstand tussen de opvolgende toestellen vergroot en traden er vertragingen op. De periode uit het METAR rapport waar AirHelp naar verwijst ziet niet op de periode van vertrek van de vlucht in kwestie en de weersomstandigheden in die periode zijn dus niet relevant in dit geval, aldus de vervoerder.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft voldoende concreet toegelicht en onderbouwd dat de voorgaande vlucht vertraagd werd uitgevoerd door een buitengewone omstandigheid, namelijk besluiten van de luchtverkeersleiding als gevolg van slechte weersomstandigheden. Daarop kan de vervoerder immers geen invloed op uitoefenen, omdat hij deze besluiten dient op te volgen. De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of deze buitengewone omstandigheden doorwerken op de vlucht in kwestie. Voldoende is gebleken dat de vertraging op de voorgaande vlucht direct effect heeft gehad op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Met betrekking tot het uit de uren lopen van de bemanning stelt de kantonrechter voorop dat dit in beginsel een operationeel probleem is. Voor zover deze omstandigheid als buitengewone omstandigheid kan worden aangemerkt, ligt het op de weg van de vervoerder om dit te onderbouwen. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder hierin, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, is geslaagd. De bemanning is uit de uren gelopen als gevolg van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Als deze omstandigheden zich niet hadden voorgedaan, dan was de vertraging niet verder opgelopen. Dit valt niet in de risicosfeer van de vervoerder. Het betoog van de vervoerder slaagt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren.
De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. AirHelp heeft dit niet betwist, waardoor dit vast is komen te staan. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 506,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter