RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11550630 \ CV EXPL 25-1153
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N van der Graaf
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 juli 2024 vervoeren van Amsterdam via Frankfurt (Duitsland) en Singapore (Singapore) naar Despansar Bali (Indonesië).
Vlucht LH778 van Frankfurt naar Singapore (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Bali gemist. Zij zijn omgeboekt naar vlucht 3K 241, waarmee zij meer dan drie uur later op de eindbestemming zijn aangekomen.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 1.200,00, vermeerderd met rente en kosten.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op hun eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vlucht meermaals een gewijzigd slot opgelegd heeft gekregen. Wanneer een vlucht een gewijzigd slot krijgt opgelegd, heeft de vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Het is niet gebleken dat de luchtverkeersleiding de gewijzigde slottijden heeft opgelegd door toedoen van de vervoerder. De kantonrechter vindt daarom dat de slotvertraging kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid. De vervoerder heeft verder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voor de pushback afhankelijk is voor de faciliteiten van de luchthaven. De vervoerder kan daar geen invloed op uitoefenen. Dat betekent dat ook de (resterende) vertraging die veroorzaakt is doordat er niet tijdig een pushback truck beschikbaar was, kwalificeert als een buitengewone omstandigheid.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Bali. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder concreet méér of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Airhelp worden afgewezen.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, inclusief de nakosten.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter