RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11647021 \ CV EXPL 25-2349
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 3 april 2023 vervoeren van Amsterdam naar Londen Gatwick (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA2763 (hierna: de vlucht).
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 250,00, vermeerderd met rente en kosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder is bereid om de compensatie te voldoen, maar is van mening dat alle proceskosten voor rekening van de passagier dienen te komen.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. De passagier stelt dat hij de vervoerder op 5 april 2023, 26 april 2023, 12 mei 2023 en 14 juni 2023 via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan. De e-mails zijn verstuurd naar de e-mailadressen [e-mailadres 2] en [e-mailadres 1]. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat GSRreplies een ‘no reply’ e-mailadres betreft en BACR een niet-werkend e-mailadres is. De passagier kon er daarom niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de vervoerder de aanmaning(en) had ontvangen. Het is niet gebleken dat de passagier ook op een andere wijze getracht heeft om contact met de vervoerder op te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat de passagier door haar werkwijze en proceshouding, waarbij hij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De kantonrechter ziet bovendien aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter