RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11638517 \ CV EXPL 25-2278
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 10 maart 2023 vervoeren van Amsterdam naar Milaan (Italië), met vlucht EJU7939 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 250,00, vermeerderd met rente en kosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Milaan) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden ten aanzien van eerdere vluchten met hetzelfde toestel, dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de rotatie Amsterdam – Milaan – Amsterdam (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij met de retourvlucht de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Milaan (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het gunstigst waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. Het verweer van de vervoerder dat bij het desondanks uitvoeren van de vlucht het risico zou bestaan dat de bemanning op een buitenstation zou stranden, treft dan ook geen doel. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
451,97
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 10 maart 2023 en over € 40,00 vanaf 6 maart 2025 tot de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 451,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter