RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11521076 \ CV EXPL 25-644
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] , wonende te [plaats 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
4. [eiser 4] ,
5. [eiser 5] , allen wonende te [plaats 2] ,
6. [eiser 6] , wonende te [plaats 3] ,
7. [eiser 7] , wonende te [plaats 2] ,
8. [eiser 8] , wonende te [plaats 4] ,
9. [eiser 9] ,
10. [eiser 10] ,
11. [eiser 11] ,allen wonende te [plaats 2] ,
12. [eiser 12], wonende te [plaats 4] ,
13. [eiser 13] , wonende te [plaats 5] (Frankrijk),
14. [eiser 14] , wonende te [plaats 2] ,
15. [eiser 15] , wonende te [plaats 6] ,
16. [eiser 16] ,
17. [eiser 17] ,
18. [eiser 18] ,
19. [eiser 19] ,
20. [eiser 20] ,allen wonende te [plaats 2] ,
21. [eiser 21], wonende te [plaats 7] ,
22. [eiser 22] ,
23. [eiser 23] ,
24. [eiser 24] ,
25. [eiser 25] ,allen wonende te [plaats 2] ,
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 augustus 2023 vervoeren van Incheon (Zuid-Korea) via München (Duitsland) naar Amsterdam .
Vlucht LH719 van Incheon naar München (hierna: de vlucht) is geannuleerd.
De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij 9 uur later in Amsterdam zijn aangekomen.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 15.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Dat betekent dat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft, tenzij hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in de Verordening. In punt 14 van de considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in het geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de direct voorafgaande vlucht (München naar Incheon, LH718) is geannuleerd vanwege de verwachte zeer slechte weersomstandigheden. In Zuid-Korea gold het hoogste weeralarm vanwege de tropische storm Khanun. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft de vervoerder het vluchtrapport, verschillende weerrapporten en nieuwsberichten overgelegd. Ten tijde van de geplande landing van vlucht LH718 werd zware regenval, windstoten en zeer zware bewolking verwacht. De verwachte weersomstandigheden waren dusdanig slecht, dat een veilige landing in Incheon niet kon worden gegarandeerd. Onder dergelijke omstandigheden kan een vlucht alleen vertrekken als er voldoende uitwijkmogelijkheden beschikbaar zijn. Aan die voorwaarde werd niet voldaan; vanwege het grote bereik van de tropische storm lagen ook andere luchthavens in de regio in de gevarenzone.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende aangetoond dat hij geen andere mogelijkheid had dan vlucht LH718 (preventief) te annuleren. Het kan in beginsel niet van de vervoerder gevergd worden dat hij de vlucht uitvoert, wetende dat het risico bestaat dat hij niet op de luchthaven van bestemming kan landen en ook niet kan uitwijken. Het voorgaande werkt door naar de vlucht in kwestie: immers, door de annulering van vlucht LH718 was er geen toestel beschikbaar om vlucht LH719 (de vlucht in kwestie) uit te voeren. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De passagiers zijn met minder dan 24 uur vertraging in Amsterdam aangekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de alternatief aangeboden vlucht geen redelijke maatregel vormt. De passagiers hebben nagelaten om te bewijzen dat er nog plaatsen beschikbaar waren op de door hen genoemde vlucht KE925, zodat niet is komen vast te staan dat de passagiers sneller naar de eindbestemming vervoerd hadden kunnen worden. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
De passagiers krijgen ongelijk, en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.008,00
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter