RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11573709 \ CV EXPL 25-1448
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2], beiden wonende te [plaats 1],
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],beiden wonende te [plaats 2],
5. [eiser 5],
6. [eiser 6],
7. [eiser 7],
8. [eiser 8],
9. [eiser 9],allen wonende te [plaats 3],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. G.I. Niesert
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 5 februari 2023 vervoeren van Amsterdam nar Keflavik (IJsland), met vlucht HV6885 (hierna: de vlucht).
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan vijftien uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.983,97, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 523,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op kosten voor een noodzakelijke hotelovernachting van € 383,97.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie
Vaststaat dat de vlucht met een vertraging van meer dan vijftien uur is uitgevoerd. In een dergelijk geval moet de vervoerder de passagiers actief informeren over hun rechten. Die verplichting houdt onder meer in dat de vervoerder de passagiers de mogelijkheid moet bieden om voor restitutie (in plaats van omboeking c.q. het voortzetten van de reis) te kiezen. Tussen partijen is in geschil of de vervoerder aan deze zogenoemde ‘bijstandsplicht’ heeft voldaan.
De passagiers zijn op 5 februari 2023 om 09:21 uur door de vervoerder geïnformeerd over de verplaatsing van de vlucht naar de volgende dag (c.q. de langdurige vertraging). Hoewel de vervoerder in deze e-mail (ook) een link heeft opgenomen naar ‘een overzicht van rechten bij vertraging’, heeft de vervoerder geen schermafdruk overgelegd van de webpagina waartoe deze link leidt. Het kan dan ook niet worden vastgesteld dat deze webpagina daadwerkelijk (duidelijke) informatie biedt over de mogelijkheid om voor restitutie te kiezen. De vervoerder heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn verplichting om aan passagiers overeenkomstig artikel 8, lid 1 van de Verordening bijstand te bieden, is nagekomen. Dat betekent dat, ongeacht of sprake was van een buitengewone omstandigheid, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen.
De vordering van de passagiers tot compensatie wordt toegewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 5 februari 2023.
Schadevergoeding (hotelkosten)
De passagiers sub 5, sub 6 en sub 8 maken daarnaast aanspraak op € 383,97 voor een noodzakelijke hotelovernachting in de buurt van Schiphol. Het gaat (blijkens de overgelegde facturen) om drie kamers van € 127,99 per stuk. De vervoerder heeft in zijn e-mail van 5 februari 2023 aangegeven dat de passagiers aanspraak kunnen maken op een hotel voucher op de airport of zelf een hotel konden boeken voor een bedrag van ongeveer € 120,00. De gevorderde hotelkosten voldoen aan deze door de vervoerder gestelde vereisten, en zijn ook overigens voldoende passend en redelijk.
De vordering van de passagiers tot schadevergoeding wordt toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 28 februari 2023, zijnde de verzuimdatum genoemd in de brief van 17 februari 2023.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Daarom zal een bedrag van € 523,40 worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.121,47
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder om aan de passagiers te betalen een bedrag van € 3.983,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:
- het bedrag van € 3.600,00 (aan compensatie), met ingang van 5 februari 2023, - het bedrag van € 383,97 (aan hotelkosten), met ingang van 28 februari 2023,telkens tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de vervoerder om aan de passagiers te betalen een bedrag van € 523,40 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 1.121,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
De griffier De kantonrechter