RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11591756 \ CV EXPL 25-1681
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Skycop
wonende te Vilnius (Litouwen)
eiseres
hierna te noemen: Skycop
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 14 mei 2023 vervoeren van Amsterdam naar Casablanca, met vlucht AT851 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier is omgeboekt naar een vlucht van de volgende dag.
Skycop heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Skycop vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Skycop baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). *Skycop stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft zijn verweer tegen de vordering ingetrokken. Aanvankelijk had hij (bij conclusie van antwoord) aangevoerd dat de handtekening op het paspoort van de passagier niet overeenkomt met de handtekening op het Assignment Form en dat de geldigheid van de cessie (daarom) niet kan worden vastgesteld. Bij conclusie van dupliek heeft de vervoerder zich op het standpunt gesteld dat hij dit verweer niet zou hebben gevoerd, als Skycop reeds bij dagvaarding had gesteld dat (ook) sprake was van een elektronische ondertekening van het Assignment Form.
De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, gesteld noch gebleken is dat de gerechtelijke procedure voorkomen had kunnen worden als eerder duidelijk was geworden dat het Assignment Form (ook) via het IP-adres van de passagier was ondertekend. Het enkele feit dat de vervoerder in rechte geen verweer zou hebben gevoerd, neemt niet weg dat het voor Skycop nodig was om een gerechtelijke procedure op te starten om haar gelijk te krijgen. Skycop heeft daarvoor verschillende kosten moeten maken. De kantonrechter ziet daarom onvoldoende aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Skycop vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Skycop heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Daarom zal een bedrag van € 72,60 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Skycop worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
500,54
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder om aan Skycop te betalen een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 mei 2023, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de vervoerder om aan Skycop te betalen een bedrag van € 72,60 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 500,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
De griffier De kantonrechter