RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11647578 \ CV EXPL 25-2366
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de besloten vennootschap
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagiers hebben met Gate1/Tix.nl een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond van die overeenkomst moest de vervoerder de passagiers op 11 mei 2024 vervoeren van Amsterdam naar Aktion Airport Preveza/Lefkas (Griekenland).
De passagiers zijn op 11 mei 2024 met vlucht CD639 naar Griekenland gevlogen.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 800,00, te vermeerderen met rente en kosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat de door de passagiers overgelegde bevestigingsmail van 17 februari 2024 als bewijs voor een bevestigde boeking in de zin van de Verordening kan dienen. Hoewel slecht leesbaar, vermeldt de boekingsbevestiging het Trip-ID nummer, de luchthaven van vertrek en aankomst, de datum van de vluchten (weliswaar zonder jaartal) en de vluchtnummers. Daarmee hebben de passagiers voldoende aannemelijk gemaakt dat zij over een bevestigde boeking voor vlucht CD655 van 11 mei 2024 beschikten.
Vaststaat dat de passagiers zijn omgeboekt naar vlucht CD639. Dat betekent dat vlucht CD655 voor hen als geannuleerd moet worden beschouwd. De vraag die voorligt is of de passagiers daarover tijdig zijn geïnformeerd. De bewijslast ten aanzien van het moment van mededeling aan de passagiers rust in beginsel op de vervoerder. De vervoerder heeft in dit verband terecht opgemerkt dat op de door de passagiers overgelegde vliegtickets voor vlucht CD639 staat dat deze zijn uitgegeven op 26 april 2024. De passagiers weliswaar in algemene bewoordingen betwist dat zij deze (nieuwe) vliegtickets binnen 14 dagen voor vertrek hebben ontvangen, maar zij hebben niet toegelicht wanneer zij de tickets volgens hen dan wél zouden hebben ontvangen. Dat is onvoldoende om het gemotiveerde betoog van de vervoerder te ontkrachten. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vervoerder in zijn bewijslast is geslaagd. Dat betekent dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen.
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
144,00
(1 punt × € 144,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
216,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van de passagiers af,
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 216,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de passagiers tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
De griffier De kantonrechter