RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11610510 \ CV EXPL 25-1940
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Emirates gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 9 en 10 augustus 2024 vervoeren van Amsterdam via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Teheran (Iran), met de vluchten EK148 en EK977.
Als gevolg van politieke onrust in Iran heeft de vervoerder het vluchtschema van vlucht EK977 gewijzigd. De wijziging hield in dat het vertrek van vlucht EK977 met circa zes uur werd uitgesteld.
De passagier heeft op 7 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen de langere overstaptijd die zij als gevolg van de schemawijziging in Dubai zou hebben. De vervoerder heeft de passagier vervolgens omgeboekt naar de (latere) vlucht EK150 van Amsterdam naar Dubai.
De passagier heeft haar overstap op Dubai gemist.
De vervoerder heeft de passagier vervolgens omgeboekt naar vlucht EK979 van Dubai naar Teheran, waarmee zij 7 uur later dan oorspronkelijk gepland in Teheran is aangekomen.
De passagier heeft haar (eventuele) vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Airhelp heeft niet betwist dat de vertraging van vlucht EK150 is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Airhelp heeft zich op het standpunt gesteld dat de vervoerder onvoldoende buffer in de overstaptijd heeft ingeruimd. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging. Om die reden wordt een buffer van ten minste twintig minuten bovenop de minimale overstaptijd noodzakelijk geacht.
Volgens het schema zou de vlucht om 06:30 uur (lokale tijd) in Dubai aankomen, en zou de aansluitende vlucht om 07:45 uur (lokale tijd) uit Amsterdam vertrekken. Partijen twisten over de duur van de minimale overstaptijd (MCT) op Dubai (75 minuten of 60 minuten). De kantonrechter oordeelt dat het antwoord op deze vraag in het midden kan blijven, omdat beide situaties tot de conclusie leiden dat de door de vervoerder gehanteerde buffer in de overstaptijd (ofwel 0 ofwel 15 minuten) in beginsel onvoldoende is.
De vervoerder heeft aangevoerd dat het voorgaande zonder gevolg moet blijven, omdat de passagier zélf om een (veel) kortere overstaptijd heeft verzocht. De gevolgen van deze keuze moeten voor rekening en risico van de passagier komen, aldus de vervoerder.
De kantonrechter volgt het standpunt van de vervoerder niet. Het enkele feit dat de passagier zelf om een kortere overstaptijd heeft gevraagd, betekent niet dat de vervoerder zijn verplichting om een minimale buffer in acht te nemen niet meer hoeft na te komen. Het is bovendien niet gebleken dat de vervoerder de passagier actief heeft geïnformeerd over de risico’s van een korte overstaptijd. Het kan dan ook niet worden vastgesteld dat de passagier een geïnformeerde en weloverwogen heeft gemaakt. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de Verordening een hoge mate van bescherming van de passagiers beoogt.
De conclusie is dat de gevorderde compensatie wordt toegewezen.
De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum waarop de passagier schade heeft geleden. Dat is de datum waarop de passagier op de eindbestemming had moeten aankomen. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 10 augustus 2024.
Airhelp heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Airhelp heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Airhelp worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
844,47
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder om aan Airhelp te betalen een bedrag van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 844,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter