RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Raad van Bestuur van het CIZ, het CIZ
Samenvatting
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/5997
Wettelijk vertegenwoordigd door [naam]
(gemachtigde: mr. P.E. Stam),
en
(gemachtigde: J.E. Koedood).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ de aanvraag voor zorg uit de Wlz op de juiste gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Bij besluit van 24 maart 2025 heef het CIZ de aanvraag van eiser voor zorg op grond van de Wlz afgewezen.
Met het bestreden besluit van 3 november 2025 op het bezwaar van eiser is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de wettelijk vertegenwoordiger van eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het CIZ.
Totstandkoming van het besluit
Eiser heeft op 20 februari 2025 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ is in dat kader een onderzoek gestart. Op 3 maart 2025 heeft een huisbezoek plaatsgevonden en op 24 maart 2025 is een indicatierapport opgesteld. Daarin wordt – kort samengevat – geconcludeerd dat sprake is van een lichamelijke handicap waarbij eiser behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Er kan echter niet worden vast gesteld of die zorgbehoefte ook blijvend is. Eiser is nog jong en er is nog te veel onduidelijkheid om vast te kunnen stellen dat hij voor de rest van zijn leven afhankelijk zal zijn van 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Bij besluit van 24 maart 2025 heeft het CIZ geoordeeld dat eiser geen recht heeft op zorg uit de Wlz, omdat niet kan worden vastgesteld of de zorgbehoefte blijvend is. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiser heeft de medisch adviseur een rapportage opgesteld. Daarin concludeert zij dat er is sprake van de grondslag lichamelijke handicap. Bij eiser is op dit moment een noodzaak tot 24 uur zorg in de directe nabijheid. Dit is het gevolg van een combinatie van lichamelijke en cognitieve beperkingen van eiser en zijn jonge leeftijd. Er kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van ernstige regieproblemen waardoor volledige overname van handelen noodzakelijk is. Eiser is nog volop in ontwikkeling en er is betrokkenheid van verschillende disciplines om hem hierbij te ondersteunen. Op 27 oktober 2025 heeft een hoorzitting in bezwaar plaatsgevonden. Het CIZ heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarbij is verwezen naar voornoemde conclusies van de medisch adviseur.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
3. In artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz, is het volgende bepaald:
Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
Grondslag verstandelijke handicap
4. Op grond van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025 (de Beleidsregels) is er sprake van een grondslag verstandelijke beperking als:
In het medisch advies in bezwaar is door de medisch adviseur beoordeeld dat het vaststellen van de grondslag verstandelijke handicap discutabel is. Aan de ene kant suggereert het vastgestelde TIQ 73 de aanwezigheid van een verstandelijke handicap. Echter, er is ook sprake van combinatieproblematiek met fysieke en visuele beperkingen en er wordt gesproken over psychische klachten. Deze hebben mogelijk de uitkomsten van het meest recente onderzoek negatief beïnvloed. Daarnaast gaat eiser naar SBO/MLK onderwijs, waarbij sprake is van reguliere uitstroom. Aangezien er enkel sprake is van twee IQ afnamen en eiser een jonge leeftijd heeft, kan niet met zekerheid een grondslag verstandelijke handicap worden vastgesteld. Er spelen geen ernstige regieproblemen waarvoor volledige overname van handelen noodzakelijk is. Een groot deel van de overname van handelen komt voort vanuit de nog jonge leeftijd van eiser. Hij laat nog ontwikkeling zien ten aanzien van de zelfredzaamheid op basis van het adaptief vermogen.
Eiser stelt zich op het standpunt dat er een grondslag vanwege verstandelijk gehandicapt moet worden toegevoegd. Uit de medische informatie van 9 april 2025 van het Dijklander ziekenhuis dat eiser zich op cognitief niveau ontwikkelt op een niveau dat varieert van ‘zeer laag’ tot ‘laaggemiddeld’. De kinderneuroloog van het Amsterdam UMC noemt in zijn medische verklaring eveneens een lichte verstandelijke beperking. Er bestaat geen aanleiding om de informatie van de behandeld sector niet te volgen. Ook blijkt uit het recente onderzoek niet dat sprake zou zijn van psychische klachten.
Eiser stelt zich ook op het standpunt dat de medisch adviseur onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser zou uitstromen van speciaal basisonderwijs naar een reguliere middelbare school. Eiser heeft om dit standpunt te ondersteunen een verklaring van de leerkracht van eiser overgelegd.
Ook stelt eiser dat er sprake is van ernstige regieproblemen. Er is cognitief ontwikkelingsonderzoek gedaan. De conclusie van dit onderzoek is dat eiser zich cognitief ontwikkeld op een niveau van ‘zeer laag’ tot ‘laaggemiddeld’. Dit is van invloed op zijn regievoering in het dagelijks handelen.
Het CIZ verwijst naar hetgeen de medisch adviseur in haar adviezen heeft gemotiveerd. De medisch adviseur heeft in beroep een aanvullend medisch advies gegeven. De medische adviseur blijft bij het standpunt dat er geen grondslag verstandelijke handicap kan worden vastgesteld. Er is sprake van een in 2025 vastgesteld IQ op licht verstandelijk beperkt niveau. In 2025 speelden psychische klachten waarvoor hulp is ingeschakeld. Daarnaast spelen de fysieke beperkingen met MACS II en de visuele klachten waarbij in 2023 een afwachtend beleid is ingesteld. Dat deze niet door diagnosticus van het IQ-onderzoek zijn beschreven, maakt niet dat deze niet actueel speelden. Ook beschrijft de medisch adviseur dat met het onderwijs dat eiser volgt ook een regulier diploma behaald kan worden, waarmee ook reguliere arbeidsmogelijkheden (al dan niet aangepast werk) aan de orde kan zijn. Dat is niet passend bij de grondslag verstandelijke handicap. In de situatie van eiser bestaan op dit moment geen zware regieproblemen. De aangegeven zorgbehoefte is op dit moment nog niet geheel planbaar van aard, omdat eiser nog jong is en nog lerende is om passend zijn zorgbehoefte te kunnen overzien.
De datum in geding is 3 november 2025 (datum van het bestreden besluit).
De rechtbank kan de medisch adviseur volgen. De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de voorwaarden zijn voldaan. Wat de medisch adviseur heeft overwogen ten aanzien van de intelligentietest kan de rechtbank volgen. Daarbij merkt de rechtbank op dat indien het IQ is vastgesteld op 75 of minder, dat ook aan de andere voorwaarden moet zijn voldaan om de grondslag verstandelijke handicap te kunnen vaststellen. Wat verder is aangevoerd met betrekking tot de mogelijkheden van scholing is niet van belang voor de vraag of aan deze voorwaarden voor verstandelijke handicap is voldaan. Zoals door de medisch adviseur is gesteld kan nu nog niet worden vastgesteld of er sprake zijn van dusdanige beperkingen in het adaptief vermogen dat eiser aangewezen is op blijvende ondersteuning om de deficiënties in het adaptief vermogen te beperken ten einde ernstig nadeel voor hemt te voorkomen. De rechtbank kan dit volgen. Bovendien is de vaststelling van de grondslag verstandelijke handicap niet van belang voor de toegang tot de WLZ of voor de vraag of er sprake is van blijvendheid omdat de grondslag lichamelijke handicap wel vastgesteld kan worden.
CIZ heeft kunnen vinden dat de blijvendheid niet is vast te stellen
5. Op grond van de Memorie van Toelichting is sprake van blijvendheid als betrokkene blijvend behoefte heeft aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het CIZ heeft beleid interpreterende regels vastgelegd. Daarin staat dat het CIZ onderzoekt of de persoon vanwege zijn ziekte, aandoening, stoornissen en beperkingen blijvend (levenslang) is aangewezen op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Er is geen toegang tot de Wlz als er mogelijkheden zijn voor zodanige (functionele) verbetering of (gedeeltelijk) herstel – bijvoorbeeld vanwege behandeling van de ziekte, aandoening, stoornissen en/of beperkingen – dat (nog) niet kan worden vastgesteld of de behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid blijvend is.
Onderbouwing van de blijvendheid kan worden gevonden in de levensloop (onder meer school en werk), de behandelgeschiedenis (welke interventies zijn al gedaan met welk resultaat) en de prognose door een ter zake kundige (is de verwachting dat het functioneren van de persoon nog zodanig kan verbeteren dat hij zelf op relevante momenten hulp kan inroepen om ernstig nadeel te voorkomen). Bij kinderen kijkt het CIZ niet alleen naar de eventuele mogelijkheden van (functionele) verbetering of herstel, maar ook naar de ontwikkelingsmogelijkheden. Een kind krijgt pas toegang tot de Wlz als het CIZ vaststellen dat het, ondanks deze ontwikkeling, ook in de toekomst zal zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht.
Eiser stelt zich op het standpunt dat de uit de aangenomen grondslag lichamelijke handicap voortvloeiende problematiek blijvend is. De kinderneuroloog heeft aangegeven dat sprake is van een stabiel beeld op basis van verworven hersenschade, met een matige meervoudige beperking. Uit de conclusie van de behandelend arts kan juist worden afgeleid dat de beperkingen duurzaam zijn. Het is onduidelijk op welke medische grondslag de medisch adviseur van CIZ zich baseert ten aanzien van de conclusie dat de problematiek niet blijvend is. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat de zorgbehoefte ook blijvend zal zijn vanwege het waterhoofd en de drains. Als de drains verstoppen dan kan dit voor eiser gevaarlijk zijn. Hij kan dan in coma raken.
Ten aanzien van de blijvendheid heeft het de medisch adviseur bij het primaire besluit geconcludeerd dat de cerebellaire hypoplasie bij eiser blijvend is. Verdere ontwikkeling moet echter worden afgewacht ten aanzien van de motoriek en ontwikkeling van de cognitieve functies van eiser. Er kan daarom (nog) niet worden gesproken over een blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid. Er wordt gesteld dat het functioneringsniveau kan wisselen en dat daarbij ook de zorgbehoefte kan variëren en zelfs kan toenemen als gevolg van de lichaamsgroei. Maar ook al zal eiser blijvend behoefte hebben aan ondersteuning of zorg op basis van zijn lichamelijke problematiek, het ligt in de verwachting dat eiser hierbij op termijn om hulp kan vragen en zijn zorgbehoefte wellicht kan overzien, en op die momenten dat hulp nodig is, om hulp kan vragen.
De medische adviseur in bezwaar heeft het volgende geconcludeerd. Eiser is nog volop in ontwikkeling en er is betrokkenheid van verschillende disciplines. Er wordt door behandelaren aangegeven dat er sprake is van een stabiel beeld bij in de baarmoeder ontstane schade. Hierbij laat eiser ontwikkeling ten aanzien van de zelfredzaamheid zien op basis van het adaptief vermogen. Het functieverlies is niet weg te nemen bij de vastgestelde aandoening, maar het functioneren met functieverlies kan worden beïnvloed. Omdat er bij eiser geen sprake is van zware regieproblemen, mag worden verondersteld dat eiser leer – en trainbaar is. Deze aanname komt ook voort vanuit het feit dat eiser SBO/MLK onderwijs volgt. Ten aanzien van de verslechtering van functioneren bij zwaardere belasting als gevolg van groei bij de cerebrale parese dient gesteld te worden dat hierbij passende revalidatiebehandeling passend is. Vooral omdat er momenteel sprake is van een vastgestelde GMFCS 2 met sta- en loopfunctie en hierbij een noodzaak voor toekomstige noodzaak voor 24 uurs zorg in de directe nabijheid niet te onderbouwen is. Door de verwachte ontwikkeling die eiser met betrekking tot zijn cognitieve en fysieke beperkingen nog kan gaan doormaken is ook de zorgvraag aan verandering onderhevig. Daarmee is de blijvendheid nog niet vast te stellen.
De rechtbank is van oordeel dat het CIZ zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid bij eiser nog niet kan worden vastgesteld. Op grond van de informatie die op dat moment beschikbaar was, heeft het CIZ mogen concluderen dat de zelfredzaamheid van eiser nog kon toenemen door ontwikkeling, begeleiding en behandeling. Uit het onderzoek naar de cognitieve capaciteiten van eiser door de GZ-psycholoog van het Dijklander ziekenhuis van 9 april 2025, die eiser in bezwaar heeft ingebracht, valt niet af te leiden dat eiser zich niet meer kan ontwikkelen. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat de medisch adviseurs van verweerder uit de voorhanden zijnde medische informatie onjuiste conclusies hebben getrokken, had het op zijn weg gelegen om onderbouwd met medische gegevens of een contra-expertise aannemelijk te maken dat de aan verweerder uitgebrachte medische adviezen onjuist of onvolledig zijn. De overgelegde stukken geven geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de uitgebrachte medische adviezen, aan de motivering daarvan en aan de conclusies die daaruit getrokken zijn. Het CIZ heeft de adviezen aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen en de aanvraag van eiser om Wlz-zorg terecht afgewezen. Het eerst ter zitting namens eiser betrokken standpunt dat blijvend 24 uur toezicht in de nabijheid nodig is om ernstige schade te voorkomen die het gevolg zou kunnen zijn van het waterhoofd van eiser en de drains die in verband daarmee bij hem zijn geplaatst, leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij vindt de rechtbank in de eerste plaats van belang dat uit de rapportages van de medisch adviseur van het CIZ blijkt dat deze informatie over eiser in de beoordeling is betrokkenen. Ook vindt de rechtbank van belang dat uit de medische informatie die door de adviseurs is betrokken niet blijkt dat blijvend 24 uur toezicht in eisers nabijheid nodig is om het door eisers gestelde risico op ernstige schade vanwege zijn waterhoofd te voorkomen. Door eiser zijn in beroep ook geen medische gegevens overgelegd waaruit anders blijkt.
6. De rechtbank ziet geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Wat eiser tegenover het advies van de arts heeft gesteld is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van het advies van de arts. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige zoals door eiser is verzocht.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Boerrigter, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.