ten aanzien van het beroep:
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I ongegrond.
ten aanzien van de verzoeken om voorlopige voorziening:
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, voor zover gericht tegen het bestreden besluit I, af;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, voor zover gericht tegen het bestreden besluit II, toe;
- schorst het bestreden besluit II van verweerder tot zes weken nadat door de rechtbank is beslist op het beroep van verzoekster;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 990,-- en bepaalt dat verweerder deze kosten aan haar dient te vergoeden;
- gelast dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ad € 333,-- aan haar dient te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. H.L.A. van Kats als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2017.
De griffier De voorzieningenrechter
Rechtsmiddel
Uitsluitend tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Afschrift verzonden op: