RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 30 juli 2019
[gedaagde] ,
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 7589589 \ CV EXPL 19-1733
inzake
de besloten vennootschap
LEASEPROCES B.V.,
gevestigd te Amsterdam ,
eiseres,
gemachtigde: mr. A. Frederiksen,
tegen
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna Leaseproces en [gedaagde] worden genoemd.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis
- de conclusie van dupliek
- de akte uitlating productie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Motivering
De feiten
In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.
Leaseproces verleent juridische bijstand aan afnemers van effectenleaseovereenkomsten van Dexia Nederland B.V. (hierna: Dexia) en haar rechtsvoorgangers.
De door Leaseproces en [gedaagde] getekende offerte van 21 april 2006 vermeldt - voor zover van belang - het volgende:
“(…)
Hierbij bevestigen wij u dat wij bereid zijn om voor u een procedure te voeren tegen Dexia Bank voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton.
Naast de onderzoekskosten van € 125,- dient u een bedrag van € 196,- aan griffierechten te betalen. Dit bedrag wordt door de rechtbank in rekening gebracht. U betaalt dus in totaal het bedrag van € 321,-.
Wij berekenen hiervoor de volgende percentages over het resultaat, d.w.z. het voordeel voor u ten opzichte van het bemiddelingsvoorstel Duisenberg:
- 30% over de eerste € 10.000,-;
- 20% over het meerdere tot € 20.000,-;
- 10% over het meerdere tot € 30.000,-;
- 5% over het meerdere vanaf € 30.000,-;
Deze percentages zijn ook verschuldigd als met Dexia een schikking wordt getroffen. Voor een schikking is altijd uw toestemming nodig
(…)"
[gedaagde] heeft 21 april 2006 Leaseproces een volmacht verstrekt voor het voeren van correspondentie en overleg met Dexia en het opstarten van een procedure.
In het jaar 2007 heeft Leaseproces [gedaagde] geadviseerd zich te onttrekken aan de algemeen verbindend verklaarde Duisenberg-regeling, waardoor hij zijn rechten zou behouden. [gedaagde] heeft Leaseproces vervolgens de opdracht gegeven namens hem een opt-out-verklaring in te dienen.
[gedaagde] is in de jaren 2008 tot en met 2011 toegelaten geweest tot de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp). Leaseproces heeft de rechten van [gedaagde] jegens Dexia voorbehouden.
Bij brief van 30 augustus 2011 heeft [gedaagde] - voor zover van belang - het volgende aan Leaseproces geschreven:
"(...)
Er zit weinig schot in mijn zaak en ik zou graag uw advies hoe nu verder te gaan. Dit omdat ik de afgelopen 3 jaar in de schuldsanering heb gezeten en een schone lei verleend is per 26 juli 2011 met als startdatum van de sanering 15 juli 2008. (…)
De bewindvoerder heeft Dexia diverse keren aangeschreven om de schuldpositie op te geven om mee te delen in de slotuitkering uit de boedelpot, maar geen reactie gekregen, zodat zij niet hebben meegedeeld. (…)
Zelf heb ik geen contact opgenomen met Dexia (…) en op uw advies niet gereageerd op informatie verzoek van Zettel.
De schuld aan Dexia valt m.i. onder de schone lei, maar ik vraag me af of er nog opbrengsten te verwachten zijn. Voorts zou ik graag zo snel mogelijk zien dat de BKR noteringen worden doorgehaald.
(…)"
In april 2012 heeft Dexia [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter te Leeuwarden tot betaling van een bedrag van € 7.472,36 te vermeerderen met rente en incassokosten.
[gedaagde] heeft zich vervolgens tot Leaseproces gewend met het verzoek hem bij te staan in deze procedure. Leaseproces heeft namens [gedaagde] verweer gevoerd tegen de vordering van Dexia.
Bij vonnis van 26 september 2012 (met zaak-/rolnummer [vonnis] ) heeft de kantonrechter te Leeuwarden de vordering van Dexia afgewezen. Daartoe is - voor zover van belang- het volgende overwogen:
"(..)
De kantonrechter begrijpt dat het verweer van [gedaagde] aldus dat hij bedoeld heeft te stellen dat de onderhavige vordering een vordering betreft als bedoeld in de artikelen 299 en 358 Fw, zodat deze niet langer afdwingbaar is.
Nu Dexia niet heeft gerepliceerd en derhalve het verweer van [gedaagde] niet heeft weerlegd, zal de kantonrechter de vordering van Dexia als ongegrond afwijzen, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.
(…)"
Op 14 november 2012 heeft Leaseproces aan [gedaagde] een factuur gestuurd van € 3.947,27. In de factuur staat, voor zover hier van belang, het volgende:
"(…)
Berekening resultaat (voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling):
Als u gekozen had voor de Duisenbergregeling had u aan Dexia moeten betalen € 14.486,36
Totaal van Dexia ontvangen € 250,00+
______
Voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling € 14.736,36
_________
Totaal voordeel € 14.736,36
___________________________________________________________________
Aan Leaseproces komt toe:
Het aan Leaseproces toekomende percentage over het voordeel (zie offerte) € 3.947,27
_________
Totaal nog door u te betalen (incl. 19% btw) € 3.947,27.
(…)"
[gedaagde] heeft dat bedrag niet betaald.
Het standpunt van
Leaseproces vordert - na akte wijziging van eis - [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
primair: een bedrag van € 3.947,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 december 2012;
subsidiair: een bedrag van € 2.241,71, vermeerderd met wettelijke rente vanaf
27 december 2012;
primair en subsidiair: een bedrag van € 519,73 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Tevens heeft Leaseproces gevorderd [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
Leaseproces heeft - samengevat - het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting, op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst, tot tijdige betaling van het aan hem bij factuur van 14 november 2012 in rekening gebrachte bedrag van € 3.947,27. De onderlinge overeenkomst betreft een resultaatverbintenis. Het voordeel dat behaald is voor [gedaagde] is rechtstreeks toe te rekenen aan de juridische bijstand en handelen van Leaseproces . Leaseproces heeft [gedaagde] in het jaar 2012 bijgestaan in de door Dexia tegen hem aangespannen procedure met als gevolg dat Dexia niets meer van [gedaagde] te vorderen heeft. Het resultaat in de zin van de overeenkomst verwezenlijkte zich op dat moment. De vordering van Leaseproces op [gedaagde] werd pas opeisbaar met de factuur van 14 november 2012, zodat deze niet onder de 'schone lei' kan worden geschaard. Op grond van artikel 7:405 Burgerlijk Wetboek (BW) is [gedaagde] in ieder geval een redelijk loon verschuldigd aan Leaseproces .
Het standpunt van [gedaagde]
4. [gedaagde] heeft de vordering van Leaseproces betwist. Hij heeft daartoe - samengevat - het volgende aangevoerd. In 2011 is [gedaagde] een schone lei verleend, waardoor eventuele vorderingen van voor het jaar 2008 door de eindafrekening algeheel vereffend zijn. Leaseproces heeft zich destijds niet bij de bewindvoerder gemeld. In het jaar 2012 heeft Dexia [gedaagde] gedagvaard en heeft [gedaagde] Leaseproces verteld dat de schone lei van toepassing was. Dit is door de rechtbank bevestigd. Er dient sprake te zijn van een nieuwe overeenkomst die is gesloten nadat [gedaagde] een schone lei is verleend. Daarvan is geen sprake. [gedaagde] heeft voorts geen baat gehad van de overeenkomst met Leaseproces . De uitspraak van de kantonrechter in de procedure met Dexia is gebaseerd op de schone lei.
De beoordeling van het geschil 5. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de vordering van Leaseproces onder de schuldsanering van [gedaagde] valt en daarom op grond van artikel 299 en 358 Faillissementswet (Fw) niet afdwingbaar is. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
6. In artikel 299, eerste lid Fw wordt geregeld ten aanzien van welke vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt. In lid 1 van artikel 299 Fw sub a is bepaald dat de schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van vorderingen die ten tijde van de uitspraak tot de toepassing (zoals bedoeld in artikel 287 Fw) van de schuldsaneringsregeling bestaan. Daarmee vindt op het tijdstip van het van kracht worden van de uitspraak tot toelating tot de schuldsaneringsregeling fixatie plaats van de vorderingen aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt. In lid 1 van artikel 299 Fw worden onder sub b tot en met e enige gevallen van vorderingen genoemd, die weliswaar ontstaan nadat de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, maar die voortvloeien uit gebeurtenissen van na die van toepassing verklaring met betrekking tot een ten tijde van de van toepassing-verklaring al bestaande rechtsverhouding.
Indien de vordering samenhangt met een nog te verrichten prestatie, bestaat de vordering niet op het moment waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard. De vordering ontstaat dan pas als de prestatie is verricht. Vergelijk: HR 30 januari 1987, NJ 1987, 530 en LJN AG5528 (Westland/Utrecht Hypotheekbank/Emmerig q.q.).
7. In dit geval heeft de toelating tot de schuldsaneringsregeling in het jaar 2008 plaatsgevonden. De overeengekomen prestatie is door Leaseproces hoofdzakelijk in het jaar 2012 verricht waarna de vordering van Leaseproces op [gedaagde] in het jaar 2012 is ontstaan. De vordering van Leaseproces op [gedaagde] betreft daarom een vordering waarvoor de schuldsanering niet werkt.
De stelling van [gedaagde] dat er na het verlenen van de schone lei een nieuwe overeenkomst met Leaseproces had dienen te worden gesloten wordt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, verworpen.
8. De kantonrechter leidt uit het verweer van [gedaagde] af dat hij zich verder op het standpunt stelt dat het resultaat van de gerechtelijke uitspraak dat hij geen betaling aan Dexia verschuldigd is, zich niet door de inspanningen van Leaseproces heeft verwezenlijkt, zodat de overeengekomen prestatie waarvoor betaling wordt gevorderd niet is verricht.
De kantonrechter kan dit verweer niet volgen.
Partijen zijn in de door [gedaagde] op 21 april 2006 getekende offerte overeengekomen dat hij een percentage verschuldigd is over het door Leaseproces behaalde resultaat. Het resultaat is uitgelegd als 'het voordeel voor [gedaagde] ten opzichte van het bemiddelingsvoorstel Duisenberg'. [gedaagde] diende er daarom bij het sluiten van de overeenkomst rekening mee te houden dat Leaseproces bij het behalen van resultaat voor haar werkzaamheden aanspraak zou maken op een vergoeding. Dat zou slechts anders zijn indien het behaalde resultaat in het geheel geen verband zou houden met de door Leaseproces verrichte werkzaamheden.
Het enkele feit dat de vordering van Dexia uiteindelijk door de kantonrechter is afgewezen in verband met een beroep op de schuldsaneringsregeling, brengt niet mee dat dat resultaat geen enkel verband houdt met de door Leaseproces verrichte werkzaamheden. Vast staat namelijk dat Leaseproces [gedaagde] op zijn verzoek heeft vertegenwoordigd in de procedure tussen Dexia en [gedaagde] . Leaseproces heeft voorts onbetwist gesteld dat indien Leaseproces [gedaagde] niet had bijgestaan en de opt-outverklaring niet namens hem had ingediend, [gedaagde] Dexia op grond van de Duisenberg-regeling een bedrag van € 15.805,30 verschuldigd was.
[gedaagde] heeft voorts niet betwist dat Leaseproces de volgende werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht:
- Dexia aansprakelijk gesteld en de vernietiging ingeroepen op verschillende gronden;
- Na het verbindend verklaren van de Duisberg-regeling op 25 januari 2007 [gedaagde] geïnformeerd waarna [gedaagde] Leaseproces heeft verzocht namens hem de zogenoemde opt-out te versturen aan de notaris van Dexia;
- Op verschillende momenten contact gehad met [gedaagde] ; onder meer heeft [gedaagde] advies verzocht op 7 september 2007 over aanmaningen die hij ontving;
- Vragenformulieren verstuurd om een verdiepend beeld te krijgen van de zaak, zoals een verklaring van [gedaagde] en zijn echtgenote om het moment van wetenschap vast te stellen in het kader van de door de echtgenote ingeroepen vernietiging ex artikel 1:88 jo. 1:89 BW;
- In verband met rechtspraak van de rechtbank Amsterdam financiële stukken opgevraagd bij [gedaagde] ;
- Periodiek [gedaagde] op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen in de rechtspraak omtrent aandelenlease en de vorderingen die Leaseproces namens haar cliënten maakte;
- In 2009 en 2012 de vordering van [gedaagde] op Dexia gestuit.
9. Nu de verweren van [gedaagde] geen doel treffen, zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen het gevorderde bedrag van € 3.947,27 te voldoen, tezamen met de onbetwist gebleven rente.
10. Leaseproces maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten komt niet voor toewijzing in aanmerking nu gesteld noch gebleken is dat een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.
11. [gedaagde] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Leaseproces worden vastgesteld op:
- explootkosten € 85,18
- griffierecht € 486,00
- salaris gemachtigde € 480,00 (2 punten x tarief € 240,00)
totaal € 1.051,18.
Beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Leaseproces van een bedrag groot € 3.947,27 (zegge: drieduizendnegenhonderdzevenenveertig euro en zevenentwintig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Leaseproces vastgesteld op € 1.051,18;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 779