RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
Zaaknummer / rekestnummer: C/18/198346 / FA RK 20-954
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 20 april 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 1975,
wonende aan de [adres] te Groningen,
thans verblijvende bij [accommodatie] te Groningen
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N.A. Heidanus, kantoorhoudende te Groningen.
1. Het procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 15 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Groningen d.d. 14 april 2020;
- de medische verklaring d.d. 14 april 2020;
- politiegegevens als bedoeld in de Wet Politiegegevens;
- een verklaring van niet voorkomen in het curatele- en bewindregister;
- gegevens over een eerder voor betrokkene afgegeven rechterlijke machtiging op grond van Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;
- gegevens over een eerder afgegeven crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging.
In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de rechtbank besloten om de betrokkenen conform het landelijk geldende protocol telefonisch te horen.
De telefonische behandeling van het verzoek heeft, gelijktijdig met het verzoek tot een zorgmachtiging (zaaknummer: C/18/198347 FA RK 20-955), plaatsgevonden op 20 april 2020. De rechtbank heeft door middel van een conference call de volgende personen telefonisch gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] , psychiater/zorgverantwoordelijke, en
- mevrouw [naam 2] , officier van justitie.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.
3. De standpunten van partijen
Het standpunt van de advocaat
De advocaat van betrokkene stelt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar verzoek moet worden verklaard.
Betrokkene verbleef op grond van een crisismaatregel en de voortzetting daarvan in de accommodatie. Omdat de officier van justitie heeft verzuimd tijdig een verzoek om zorgmachtiging in te dienen, is de termijn van de voortzetting van de crisismaatregel verstreken, waardoor betrokkene sinds 9 april 2020 zonder juridische titel in de accommodatie is gehouden. Aangezien reeds een voortzetting van de crisismaatregel was afgegeven, kan de officier van justitie een vorm verzuim niet herstellen door opnieuw een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel te verzoeken. Dit is onrechtmatig en onjuist.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie voert aan dat door interne omstandigheden verzuimd is om (tijdig) een verzoekschrift zorgmachtiging aansluitend op voortzetting crisismaatregel bij de rechtbank in te dienen. Hierdoor heeft betrokkene van 9 april 2020 tot 14 april 2020 zonder juridische titel in de accommodatie verbleven.
Op 14 april 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Groningen opnieuw een crisismaatregel afgegeven en daarvan verzoekt de officier van justitie nu een voortzetting.
4. De beoordeling
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
In hoofdstuk 7 van de Wvggz staan de bepalingen over de crisismaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en het aansluitend verzoek voor een zorgmachtiging.
Dat een crisismaatregel van de burgemeester en de machtiging tot voortzetting van die crisismaatregel van de rechtbank die aansluitend wordt gevolgd door een (nieuwe) crisismaatregel en een machtiging tot voortzetting daarvan strijdig is met de wet volgt niet uit de bepalingen van de Wvggz. Dat betekent dat als - kort voor of na het verstrijken van de geldigheidsduur van (een machtiging tot voortzetting van) een crisismachtiging - wederom sprake is van een crisissituatie en voldaan wordt aan de criteria van artikel 7:1 Wvggz de burgemeester opnieuw (aansluitend) een crisismaatregel kan nemen en de rechtbank een machtiging tot voortzetting daarvan kan verlenen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in het verzoek tot voortzetting crisismaatregel.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt dat gelijktijdig met het onderhavige verzoek, het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz is behandeld. Gelet op het feit dat de rechtbank het verzoek tot een zorgmachtiging heeft toegewezen, heeft de officier van justitie geen belang meer bij een beslissing op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel dan ook worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
Deze beschikking is op 20 april 2020 mondeling gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M. Rozendal, de griffier, en op 22 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.