ten aanzien van het beroep:
- verklaart het beroep van verzoekster gegrond en vernietigt het besluit van 1 april 2020, voor zover daarin de deelbesluiten I, II en III om de locatiegegevens in de PAS-meldingen van de hiervoor genoemde derde-belanghebbenden niet openbaar te maken, zijn gehandhaafd;
- voorziet zelf in de zaak en verklaart het bezwaarschrift van verzoekster alsnog gegrond, in die zin dat de locatiegegevens uit de PAS-meldingen van de hiervoor genoemde derde-belanghebbenden alsnog openbaar worden gemaakt;
- bepaalt dat de openbaarmaking door verweerder van voormelde locatiegegevens niet eerder zal plaatsvinden dan op 24 juli 2020 en niet later zal plaatsvinden dan op
31 juli 2020;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 1 april 2020, voor zover vernietigd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van
€ 1.575,-- en bepaalt dat verweerder deze kosten aan haar dient te vergoeden;
- bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ad € 354,-- aan haar dient te vergoeden.
ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier, op 3 juli 2020. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
De griffier De voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Uitsluitend tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.