ECLI:NL:RBNNE:2021:5339

ECLI:NL:RBNNE:2021:5339, Rechtbank Noord-Nederland, 15-12-2021, LEE 21-3466 en 21-3481

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 15-12-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer LEE 21-3466 en 21-3481
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzoekers zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Niet valt in te zien dat er geen sprake is van enig effect op de directe woon- en leefomgeving vanwege de zeilschool. Omgevingsvergunning voor het legaliseren van chalets (strijdig gebruik). Niet valt in te zien dat verzoekers de beroepsprocedure niet kunnen afwachten. Toepassing gegeven aan artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2021 in de zaken tussen

Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummers: LEE 21/3466 en 21/3481

1. a.[verzoekers], te [plaats], verzoekers sub 1.a.,

(gemachtigde: mr. I. van der Meer);

1.b. [verzoekers], te [plaats], verzoekers sub 1.b.;

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen, verweerder,

(gemachtigde: M. Hoenderdaal).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster] gevestigd te Nes, vergunninghoudster,

(gemachtigde: mr. J.P.M. de Goede).

Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder, onder weerlegging van de door verzoekers ingediende zienswijze, aan vergunninghoudster ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de situering van 12 te plaatsen chalets op de locatie [adres] te [plaats].

Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers sub 1.a. beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder het procedurenummer LEE 21/2616. Tevens hebben verzoekers sub 1.a. de voorzieningenrechter bij brief van 11 november 2021 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek om voorlopige voorziening is geregistreerd onder het procedurenummer LEE 21/3466.

Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers sub 1.b. beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder het procedurenummer LEE 21/. Tevens hebben verzoekers sub 1.b. de voorzieningenrechter bij brief van 12 november 2021 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek om voorlopige voorziening is geregistreerd onder het procedurenummer LEE 21/3001.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Toepassing is gegeven aan het derde lid van artikel 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Feiten en omstandigheden

1. Bij zijn oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.

Verzoekers sub 1.a. zijn eigenaar van de recreatiewoning te [adres]. Verzoekers sub 1.b. zijn eigenaar van de recreatiewoning te [adres].

Verweerder heeft bij besluit van 16 januari 2019 een omgevingsvergunning ingevolge de Wabo aan vergunninghoudster verleend voor de bouw van 12 chalets op de locatie [adres] te [plaats]

Omdat gedurende de (bouw)werkzaamheden is gebleken dat de situering van de (deels) gerealiseerde chalets afweek van voormelde omgevingsvergunning, heeft vergunninghoudster op 27 december 2020 een aanvraag om omgevingsvergunning voor het veranderen van de situering van de 12 chalets op de locatie [adres] te [plaats] bij verweerder ingediend.

Verweerder heeft een ontwerpbesluit tot het verlenen van de gevraagde omgevings-vergunning genomen.

Verweerder heeft dit ontwerpbesluit met ingang van 4 maart 2021 ter inzage gelegd.

Verzoekers sub 1.a. hebben bij brief van 8 april 2021, aangevuld bij brief van 25 mei 2021, een zienswijze tegen het ontwerpbesluit bij verweerder ingediend.

Verzoekers sub 1.b. hebben bij brief van 12 april 2021 een zienswijze tegen het ontwerp-besluit bij verweerder ingediend.

Verweerder heeft een ‘reactienota zienswijzen’ opgesteld.

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Heerenveen (hierna: de raad) een verklaring van geen bedenkingen (hierna: de vvgb) afgegeven voor het veranderen van de situering van de 12 chalets op voormelde locatie te [plaats].

Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder weerlegging van de door verzoekers ingediende zienswijzen, aan vergunninghoudster ingevolge de Wabo een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de situering van 12 te plaatsen chalets op de locatie Pean [adres] te [plaats].

Toepasselijke regelgeving

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningen-rechter van de bestuursrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan wanneer beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, deze onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo is het, voor zover thans van belang, verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo wordt de omgevings-vergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, geweigerd, indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening.

Ingevolge artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo wordt de aanvraag in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Ingevolge artikel 2.12, eerste lid, onder a en ten derde, van de Wabo kan de omgevings-vergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

Ingevolge het derde lid van dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van de ruimtelijke onderbouwing, bedoeld in het eerste lid, onder a en ten derde.

Ingevolge artikel 2.20a van de Wabo wordt de omgevingsvergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor voor het verlenen van de omgevings-vergunning een verklaring vereist is als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, voor die activiteit geweigerd indien de verklaring is geweigerd.

De in artikel 2.12, derde lid, van de Wabo bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Ingevolge artikel 5.20 van het Bor zijn, voor zover de omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a en ten derde, van de wet, de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van overeen-komstige toepassing.

Ingevolge artikel 6.5, eerste lid, van het Bor, voor zover thans van belang, wordt de omgevingsvergunning, voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet en waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a en ten derde van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan, niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, verklaard heeft dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing is.

Ingevolge artikel 6.5, derde lid, van het Bor kan de gemeenteraad categorieën van gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist.

Ingevolge artikel 3, tweede lid, van bijlage II van het Bor is een omgevings- vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op: een op de grond staand bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a. niet hoger dan 5 m, en

b. de oppervlakte niet meer dan 70 m2.

Ingevolge het bestemmingsplan “Buitengebied 2008” is aan het perceel de bestemming “Recreatie- en Horecabedrijven” toegekend, alsmede de aanduiding “Kampeerterrein”.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef en onder h, van de planregels van dit bestemmings-plan zijn de op de plankaart voor “recreatie- en horecabedrijven” aangewezen gronden bestemd voor verblijfsrecreatie in de vorm van standplaatsen voor kampeermiddelen, voor zover de gronden op de plankaarten zijn aangeduid met “kampeerterrein”, met dien verstande dat:

1. (…);

2. (…);

3. op de gronden aan Pean 1 te Nes ten hoogste 15 kampeermiddelen en 6 stacaravans zijn toegestaan.

Overwegingen

3. Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4. Aangezien vergunninghoudster gebruik kan maken van de aan haar verleende omgevingsvergunning, acht de voorzieningenrechter het spoedeisende belang aan de zijde van verzoekers in dit geval gegeven.

5. Gelet op de gedingstukken en vanwege het feit dat er een beroep van een andere eiser aanhangig is, waarbij niet tevens een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de beoordeling van de zaken nader onderzoek vergt, zodat toepassing van artikel 8:86 van de Awb thans niet aan de orde is. Er is derhalve aanleiding om uitsluitend uitspraak te doen in de verzoeken om voorlopige voorziening.

Ten aanzien van de belanghebbendheid van verzoekers

6. Ten aanzien van de belanghebbendheid van verzoekers overweegt de voorzieningen-rechter als volgt.

Vergunninghoudster stelt zich op het standpunt dat verzoekers in dit geval niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kunnen worden aangemerkt. In dit verband wijst vergunninghoudster erop dat de woningen van verzoekers op respectievelijk 161 meter en circa 70 meter van de verplaatste chalets zijn gelegen. Verder wijst vergunninghoudster erop dat verzoekers nauwelijks zicht hebben op de chalets. Ook vanuit de chalets is er geen zicht op de recreatiewoningen van verzoekers, zodat geen sprake is van enige privacyschending. De chalets hebben natuurlijke kleuren (bruin/grijs hout), zodat die mooi opgaan in de omgeving. Daarnaast zijn de chalets niet erg hoog en hebben zij

een plat dak, zodat deze van een afstand niet tot nauwelijks opvallen of waarneembaar zijn. Het is volgens verguuninghoudster dan ook erg onwaarschijnlijk dat omwonenden zich storen aan de chalets, nu deze een natuurlijke kleur en bouw hebben en op een ruime afstand van de recreatiewoning van verzoekers liggen. Door de bomen, die in de zomer in bloei staan en waarvan sommige hoger zijn dan de chalets en recreatiewoningen, bestaat in de visie van vergunninghoudster geen direct zicht op de chalets vanuit de recreatiewoningen en andersom

geen direct zicht vanuit de chalets op de recreatiewoningen van de omwonenden. Het zicht kan naar de mening van vergunninghoudster als zeer beperkt worden gezien, gelet op de grote afstand alsmede de bomen die aanwezig zijn. Gesteld kan worden dat niet aan het afstand- en zichtcriterium is voldaan. Verder kan naar de mening van vergunninghoudster worden geconcludeerd dat er geen gevolgen van enige betekenis zijn voor verzoekers, nu de ruimtelijke uitstraling van de chalets niet zodanig groot is dat de omwonenden direct in hun belangen worden geschaad.

Ingevolge artikel 1:2 van de Awb wordt als belanghebbende aangemerkt: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De rechtbank overweegt dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State (AbRS), onder meer kenbaar uit een uitspraak van

23 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2271), het uitgangspunt bij omgevingsrechtelijke besluiten volgt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder meer geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Uit de gedingstukken en de onderbouwde schriftelijke notitie van de gemachtigde van vergunninghoudster leidt de voorzieningenrechter af dat verzoekers vanuit hun recreatiewoningen en de daarbij behorende tuinen in elk geval enig zicht hebben op de te verplaatsen chalets. Verder kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op voorhand geconcludeerd worden dat het bestreden besluit geen enkele invloed heeft op hun directe woon- en leefomgeving. Evenmin kan geconcludeerd worden dat er in dit geval geen sprake is van gevolgen enige betekenis vanwege het bestreden besluit tot verplaatsing van de bestaande chalets en het gebruik van deze chalets door de aldaar gevestigde zeilschool. Gelet hierop volgt de voorzieningenrechter vergunninghoudster niet in haar stelling dat er in dit geval sprake is van zodanig verwaarloosbare effecten vanwege het bestreden besluit dat een persoonlijk belang aan de zijde van verzoekers ontbreekt. Geen grond bestaat voor het oordeel dat verzoekers geen belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb zijn bij het bestreden besluit. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat er geen aanleiding bestaat voor het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren van verzoekers.

Inhoudelijk

De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit ziet op het legaliseren van de te verplaatsen chalets, waarbij verweerder uitsluitend een omgevingsvergunning voor strijdig gebruik heeft verleend. Gelet hierop ligt in deze procedure ter beoordeling voor of verweerder in redelijkheid heeft kunnen afwijken van de planregels van het vigerende bestemmingsplan ten behoeve van het strijdige gebruik van de te verplaatsen chalets. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat in deze procedure niet de vraag voorligt of verweerder zich al dan niet terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bouwen van de chalets omgevingsvergunningvrij is voor de activiteit bouwen. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat het ingevolge artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo toegestaan is om eerst en vooruitlopend op een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit strijdig gebruik in te dienen. Dat, naar gesteld, uit een handhavingsprocedure blijkt dat voor het bouwen van de te verplaatsen chalets een omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is vereist, brengt naar het oordeel van de voorzieningen-rechter niet met zich dat het bestreden besluit om die reden voor onrechtmatig moet worden gehouden. In zoverre bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overweegt verder dat in dit geval niet valt in te zien dat verzoekers de uitkomst van de beroepsprocedure niet kunnen afwachten. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat niet is gebleken van een zodanig onevenredig nadeel aan de zijde van verzoekers dat in dit geval de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. In dit verband wijst de voorzieningenrechter erop dat de door verzoekers gestelde, vermeende overlast als gevolg van het bestreden besluit tot verplaatsing van de chalets niet met concrete, verifieerbare stukken is onderbouwd op grond waarvan direct ingrijpen is vereist. Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de betrokken belangen, geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De verzoeken daartoe worden afgewezen. Geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 december 2021.

De griffier De voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?