ECLI:NL:RBNNE:2022:2494

ECLI:NL:RBNNE:2022:2494, Rechtbank Noord-Nederland, 12-07-2022, LEE 21/1198

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 12-07-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer LEE 21/1198
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2025:1668
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004541

Samenvatting

Verzoek om gegevens in de basisregistratie kadaster te wijzigen, afgewezen. Artikel 7t, eerste lid, Kadasterwet. Geen misslag. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiseres] , uit Harlingen, eiseres

(gemachtigde: mr. G.J.P.M. Grijmans en mr. C.E.J. Sijtsma)

en

De bewaarder van het kadaster en de openbare registers (de bewaarder).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor het herstellen van gegevens in het kadaster.

De bewaarder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 november 2020 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 februari 2021 op het bezwaar van eiseres is de bewaarder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigden en [tolk] als tolk; en de bewaarder.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is sinds 3 oktober 2019 eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Harlingen, [kadastraal nummer] . In 1996 zijn de grenzen van dit perceel vastgesteld na een overdracht van een deel van een ander perceel. In dit verband is een relaas van bevindingen opgesteld. Op grond van het relaas van bevindingen is de Basisregistratie Kadaster (BRK) bijgewerkt. De aanleiding voor het verzoek van eiseres tot herstel van de kadastergegevens is gelegen in een geschil met de buren over de erfgrens.

3. De rechtbank beoordeelt de vraag of de bewaarder terecht heeft geweigerd om de gegevens met betrekking tot de erfgrens in het kadaster te wijzigen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

5. Eiseres voert, kort samengevat weergegeven, het volgende aan. De erfgrens is onjuist vastgesteld. De vastlegging op het onstaansveldwerk, relaas van bevindingen met archiefnummer [archiefnummer] , is ondeugdelijk. De belanghebbenden zijn destijds niet op de hoogte gesteld van de vaststelling omdat er geen kennisgevingen aan hen zijn verzonden. Eiseres verwijst naar akten, bouwtekeningen en foto’s ter onderbouwing van haar stellingen.

6. De bewaarder stelt zich op het standpunt dat van de bijwerking van de BRK de toenmalig betrokken partijen een kennisgeving hebben ontvangen. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de bijwerking. Daarom moet, aldus de bewaarder, worden uitgegaan van de juistheid van de grenzen zoals weergegeven in het relaas van bevindingen. De bewaarder wijst erop dat de gegevens uit het brondocument en (daarmee) de BRK kunnen afwijken van de feitelijke situatie ter plaatse.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet luidt: “Indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, […], kan die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster doen. […]”

Op grond van artikel 7t, eerste lid, van de Kadasterwet is de bewaarder bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een in de BRK genoemd gegeven te herstellen. Dat doet de bewaarder op basis van authentieke gegevens. Zoals blijkt uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan uit de wetsgeschiedenis van artikel 7t van de Kadasterwet worden afgeleid dat met deze bepaling is beoogd een regeling te bieden voor het op verzoek herstellen van misslagen in de BRK. Een verzoek tot herstel kan gericht zijn tegen het feit dat de bijwerking zelf onjuist of onvolledig is gebeurd omdat de bijwerking niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het resultaat als vermeld in de kennisgeving. Het verzoek kan niet gericht zijn tegen het resultaat van de bijwerking dat aan de belanghebbende is medegedeeld.

Gelet hierop staat alleen ter beoordeling of de in de BRK vermelde gegevens berusten op een misslag.

De bewaarder heeft de in de BRK opgenomen gegevens gebaseerd op het relaas van bevindingen met nr. [archiefnummer] . Daarin is het resultaat opgenomen van de aanwijzing van de grenzen van het perceel die naar aanleiding van de eigendomsoverdracht in 1996 plaatsvond. Eiseres heeft niet gesteld dat er een discrepantie bestaat tussen het relaas en de gegevens in de BRK. Van een misslag als hier bedoeld is daarom geen sprake.

Verweerder voert verder terecht aan dat het relaas van bevindingen onherroepelijk vaststaat omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt en dat de juistheid van de inhoud van het relaas in deze procedure daarom niet ter discussie kan staan. De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar stelling dat zij het resultaat van de meting nog kan aanvechten omdat haar rechtsvoorgangers daar destijds geen kennisgeving van hebben

ontvangen. Het is niet meer na te gaan of de meting in strijd met de regels heeft plaatsgevonden. Als het zo is dat de rechtsvoorgangers geen uitnodiging voor een aanwijs en geen kennisgeving van het resultaat hebben ontvangen, lag het op hun weg om daar in verband met de inschrijving van hun perceel in de BRK navraag naar te doen. Dat zij dat toen niet hebben gedaan, komt voor rekening van eiseres als hun rechtsopvolger.

De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat de bewaarder de gegevens in het kadaster niet hoeft te herstellen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C.A. Hofman-Aupers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2022.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?