RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoeker] ,
Strafrecht
Zittingsplaats Assen
parketnummer : 18-141580-20
raadkamernummer : 21-011377
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: de verzoeker.
Advocaat: mr. F.N. Dijkers, advocaat te Diemen.
Procesverloop
Bij onherroepelijk vonnis van de politierechter van 4 mei 2021 is verzoeker vrijgesproken in de onderhavige strafzaak.
Op 29 juli 2021 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:
- de kosten van rechtsbijstand die door verzoeker zijn gemaakt ten gevolge van de tegen hem gevoerde
strafzaak tot een bedrag van 1.415,99
- de kosten voor het opstellen en indienen van dit verzoek tot een bedrag van 340,-.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift en het standpunt van de officier van justitie van 13 augustus 2021.
Het verzoekschrift is behandeld ter openbare zitting van de raadkamer van 28 november 2022. Verzoeker en zijn advocaat zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De officier van justitie mr. G. Veenstra heeft ter zitting gepersisteerd bij zijn schriftelijke standpunt.
Beoordeling
De zaak is geƫindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Verzoeker maakt derhalve in beginsel aanspraak op vergoeding van kosten ex art. 530 Sv.
Echter, in november 2020 toen verzoeker de dagvaarding ontving is een toevoeging aangevraagd en afgegeven. De verzochte kosten zien op werkzaamheden door de advocaat verricht voorafgaande aan de toevoeging. Die werkzaamheden vallen echter in ieder geval voor een belangrijk deel, onder de reikwijdte van de toevoeging, ook al is die toevoeging later afgegeven. Een toevoeging wordt immers afgegeven voor de gehele procedure. De door de door advocaat verrichte werkzaamheden voorafgaande aan het uitvaardigen van de dagvaarding (zoals intakegesprek, opvragen dossier, bestudering dossier, bespreking met client) zoals kennelijk aan verzoeker gedeclareerd, vallen daar dus ook onder. Indien verzoeker meent dat niet alle door de advocaat in rekening gebrachte kosten onder het bereik van de toevoeging vallen, lag het op de weg van verzoeker om dat nader te onderbouwen. Dat is nagelaten. Dat de feitelijk gemaakte kosten van de advocaat niet volledig gedekt worden door de omvang van de toevoeging maakt niet dat de advocaat, naast de toevoeging, recht heeft op een vergoeding ex art. 530 Sv. Die kosten komen voor rekening en risico van de advocaat. Gelet op de afgegeven toevoeging komen de verzochte kosten dus niet voor vergoeding in aanmerking zodat het verzoek zal worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Sieders, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Lamers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2022.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.