ECLI:NL:RBNNE:2023:448

ECLI:NL:RBNNE:2023:448, Rechtbank Noord-Nederland, 24-01-2023, 21/3611

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 24-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/3611
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

De rechtbank is van oordeel dat het procesbelang bij het voeren van deze beroepsprocedure is komen te vervallen nu de verleende omgevingsvergunning is ingetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee bereikt wat eiseres met het instellen van haar beroep in deze procedure heeft beoogd. Het belang van eiseres bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep is komen te vervallen.

Uitspraak

Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken, uit Meppel, eiseres

(gemachtigde: G.W. Starre),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld (college)

(gemachtigde: mr. S.J. De Haan).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij 1] (derde-partij).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een stal aan de [adres].

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres bijgestaan door H. Baptist en de gemachtigde van college.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een stal. Voordat de rechtbank het beroep inhoudelijk kan behandelen, toetst de rechtbank of aan de procedurele voorwaarden is voldaan. Eén van die voorwaarden is dat eiseres procesbelang moet hebben bij de beoordeling van haar beroep.

Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is.

3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. Op 31 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan derde-partij voor het bouwen van een ligboxenstal aan de [adres]. Het bezwaar van eiseres hiertegen is op 24 september 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres volgens het college niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij brief van 10 november 2022, verzonden op 16 december 2022, heeft het college op verzoek van de derde-partij de omgevingsvergunning ingetrokken.

5. Eiseres stelt dat zij belang heeft bij de beoordeling van het beroep omdat zij griffiekosten en advieskosten heeft gemaakt. Bovendien heeft het college al een toezegging gedaan dat de vergunning opnieuw verleend wordt.

De rechtbank is van oordeel dat het procesbelang bij het voeren van deze beroepsprocedure is komen te vervallen nu de verleende omgevingsvergunning is ingetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee bereikt wat eiseres met het instellen van haar beroep in deze procedure heeft beoogd. Het belang van eiseres bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep is komen te vervallen.

Volgens vaste rechtspraak kan er nog een belang zijn wanneer de omgevingsvergunning betrekking heeft op terugkerende of toekomstige gelijksoortige activiteiten, waarbij het inhoudelijke oordeel van de rechtbank kan worden betrokken bij deze toekomstige besluiten. Een dergelijke situatie doet zich in dit geval niet voor. Op de zitting heeft het college toegelicht dat naar aanleiding van de gewijzigde plannen van derde-partij in mei 2022 al nieuwe vergunningen zijn verleend voor het project van derde-partij. Na het onherroepelijk worden van die vergunningen heeft derde-partij verzocht om de omgevingsvergunning van 31 maart 2021 in te trekken.

Volgens vaste rechtspraak kan ook geen belang worden ontleend aan het verzoek om vergoeding van de gemaakte griffiekosten en proceskosten. Het betoog van eiseres faalt.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke bespreking van het beroepschrift. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.S. G. Steenbergen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?