[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel, het college
(gemachtigde: A. Mollema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet verder in behandeling nemen van een verzoek op grond van de Wet open overheid (de Woo). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Verzoeker heeft een aantal Woo-verzoeken bij het college ingediend. Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft het college aan verzoeker medegedeeld dat zij een drietal van deze Woo-verzoeken niet verder in behandeling zal nemen. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt.
Op 15 oktober 2023 heeft verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, connex aan bovengenoemd bezwaar tegen het besluit van 9 oktober 2023. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college wordt opgedragen alsnog inhoudelijk op de Woo-verzoeken te beslissen.
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Uit bovengenoemd verzoekschrift valt op geen enkele wijze af te leiden dat er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker stelt dat het spoedeisend belang er in is gelegen dat het besluit van 9 oktober 2023 evident onrechtmatig is en dat het college met deze werkwijze – ten onrechte – een dwangsom ontloopt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leveren deze gronden geen spoedeisend belang op nu niet valt in te zien waarom behandeling van deze gronden in de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
Conclusie en gevolgen
4. Gelet op het voorgaande is op dit moment geen sprake van onverwijlde spoed op grond waarvan een voorlopige voorziening moet worden getroffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: