ECLI:NL:RBNNE:2023:5644

ECLI:NL:RBNNE:2023:5644, Rechtbank Noord-Nederland, 25-04-2023, C/18/220101 FT RK 23.49 en C/18/220100 FT RK 23.48

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 25-04-2023
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer C/18/220101 FT RK 23.49 en C/18/220100 FT RK 23.48
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Toewijzing verzoek tot faillietverklaring op aanvraag van de bank na voorafgaand mislukt WHOA-traject. Voldaan aan pluraliteitsvereiste. Summierlijk gebleken van vorderingsrecht verzoekende partij. Verwerende partij heeft onvoldoende onderbouwd dat zij niet in een toestand verkeert waarin zij is opgehouden te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

vonnis van 25 april 2023

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam,

Control Seal B.V.,

CS Business Services B.V.,

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknummers: C/18/220101 FT RK 23.49 en C/18/220100 FT RK 23.48

in de zaak van:

verzoekende partij,

advocaten: mr. E.J. Oppedijk van Veen en mr. M.R. Schreurs, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen:

statutair gevestigd te Groningen,

kantoorhoudende te Farmsumerweg 43, 9902 BL Appingedam,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01101348,

en

verwerende partijen,

statutair gevestigd te Appingedam,

kantoorhoudende te Farmsumerweg 43, 9902 BL Appingedam,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 63123797,

hierna gezamenlijk ook aan te duiden als: Control Seal,

advocaat: mr. M.J.W. Hemmes, kantoorhoudende te Groningen.

PROCESGANG

Op 20 januari 2023 heeft ABN AMRO ter griffie van deze rechtbank verzoekschriften ingediend. Deze strekken ertoe dat de rechtbank Control Seal in staat van faillissement zal verklaren.

Control Seal heeft op 1 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd.

Op 2 februari heeft Control Seal een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw.

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2023 is de afkoelingsperiode voorlopig verleend, totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist.

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 februari 2023 is er een herstructureringsdeskundige aangewezen.

Op 1 maart is een afkoelingsperiode gelast voor de duur van een maand, te rekenen vanaf 1 maart 2023.

Op 31 maart 2023 heeft Control Seal de rechtbank verzocht om de afkoelingsperiode te verlengen. ABN AMRO heeft verweer gevoerd tegen de verlenging van de afkoelingsperiode.

Bij beschikking van deze rechtbank van 18 april 2023 heeft de rechtbank het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode afgewezen en de afkoelingsperiode opgeheven.

Op 19 april 2023 heeft ABN AMRO haar verzoekschriften strekkende tot faillietverklaring van Control Seal aangevuld. De faillissementsverzoeken zijn behandeld ter zitting van 21 april 2023. Hierbij zijn namens Control Seal verschenen:

Namens ABN AMRO zijn ter zitting verschenen:

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten

Control Seal heeft sinds 2006 een kredietrelatie met ABN AMRO die bestaat uit een krediet in rekening-courant en een bankgarantiefaciliteit. Hiervoor zijn zekerheden (hypotheek- en pandrechten) verstrekt op diverse onroerende zaken, roerende zaken en vorderingen. Verder is hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van Control Seal B.V. en CS Business Services B.V. bedongen.

Control Seal B.V. heeft tot en met 2020 positieve resultaten geboekt. CS Business Services B.V. heeft vanaf haar oprichting nooit een positief resultaat geboekt, de verliezen werden opgevangen door Control Seal B.V.

Door de coronacrisis en blokkade van het Suezkanaal begonnen in 2020 de eerste problemen bij Control Seal. De verliezen bleven ook aanhouden nadat ABN AMRO in juni 2021 een door de overheid gegarandeerd ‘’GO-C’’ krediet ter beschikking had gesteld.

In november 2021 heeft ABN AMRO Control Seal onder “bijzonder beheer” geplaatst. In februari 2022 heeft ABN AMRO aangekondigd de bankrelatie te willen beëindigen en heeft zij het volledige krediet opgezegd tegen – in eerste instantie – 1 augustus 2022, wat later is verschoven naar 20 december 2022. Bij gebreke van betaling dan wel overname van de positie van ABN AMRO door een nieuwe financier heeft ABN AMRO vervolgens het krediet opgeëist en op 20 januari 2023 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend strekkende tot faillietverklaring van Control Seal B.V. en CS Business Services B.V.

De door ABN AMRO ingediende faillissementsrekesten zijn opgeschort, omdat Control Seal in februari 2023 een verzoek op basis van de tweede afdeling van titel III van de Faillissementswet (homologatie van een onderhands akkoord, artikel 369 e.v. Fw, hierna: de WHOA) heeft ingediend.

Bij beschikking van 1 maart 2023 is er een afkoelingsperiode afgekondigd voor de duur van één maand.

Op 31 maart 2023 heeft Control Seal verzocht om de afkoelingsperiode te verlengen. De rechtbank heeft dat verzoek bij beschikking van 18 april 2023 wegens gebrek aan voortgang afgewezen. Samenvattend heeft de rechtbank geoordeeld dat Control Seal niet met een concreet en (op haalbaarheid) onderbouwd voorstel is gekomen en dat de kapitaalinbreng die nodig was om de liquiditeitsprognose te behalen niet heeft plaatsgevonden, waardoor niet alle lopende verplichtingen zijn voldaan. De rechtbank heeft voorts de bevindingen van de herstructureringsdeskundige meegewogen dat de Belastingdienst en het Pensioenfonds niet zijn betaald, en dat door gebrek aan werkkapitaal de bedrijfsactiviteiten slechts “op de spaarbrander” zijn voortgezet. Gelet op deze omstandigheden heeft de rechtbank verlenging van de afkoelingsperiode niet langer in het belang van de schuldeisers geacht.

De standpunten van partijen

ABN AMRO stelt zich – kort samengevat en voor zover van belang – op het standpunt dat aan Control Seal, zowel voorafgaand aan het WHOA-traject als in dat traject, meerdere kansen zijn geboden om tot een oplossing te komen. Volgens ABN AMRO handelt Control Seal steeds volgens eenzelfde patroon: er wordt om uitstel van enkele weken verzocht om een financiering rond te krijgen, maar vervolgens vinden de plannen geen doorgang of wijzigen deze. ABN AMRO benadrukt dat er aan het eind van de afkoelingsperiode op

31 maart 2023 geen werkkapitaal in de vennootschap is gebracht en dat er ook geen concreet WHOA-akkoord tot stand is gekomen. De schulden aan de Belastingdienst en het Pensioenfonds zijn tijdens de afkoelingsperiode opgelopen. Naast deze schulden en de opeisbare schulden van ABN AMRO heeft ook ABF een opeisbare schuld van € 22.357,17, waarmee de pluraliteit van schuldeisers is gegeven. Daarbij volgt uit de zienswijze van de herstructureringsdeskundige dat de schuldenpositie aan handelscrediteuren van Control Seal ongeveer gelijk is gebleven (EUR 3,8 miljoen), zodat er naast ABN AMRO en ABF nog meer schuldeisers zijn. Naar het oordeel van ABN AMRO verkeert Control Seal dan ook in de toestand waarin zij is opgehouden te betalen.

Control Seal heeft ter zitting erkend dat ABN AMRO opeisbare vorderingen heeft alsook dat Control Seal daarnaast meerdere schuldeisers heeft. Control Seal stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een toestand waarin zij is opgehouden te betalen, omdat er nog mogelijkheden zijn om die toestand op te heffen. Volgens Control Seal ligt er nu een concreet financieringsvoorstel, welk voorstel zij ter zitting heeft overgelegd. Zij heeft alleen twee weken langer nodig om dit voorstel te realiseren. Dit voorstel is op de dag voor de zitting aan ABN AMRO ter goedkeuring voorgelegd. ABN AMRO heeft hiermee nog niet ingestemd. Control Seal stelt dat zij over een goed gevulde orderportefeuille beschikt, die op termijn meer waard wordt. Het bedrijf heeft veel perspectief, maar dan moet ABN AMRO de debiteurenbetalingen wel vrijgeven. Dit weigert ABN AMRO, wat de voortgang frustreert. De investeerder heeft ter zitting toegevoegd dat hij toekomst ziet in Control Seal, maar dat het bedrijf liquiditeit nodig heeft. Hij wil de aandelen overnemen, maar ABN AMRO niet aflossen.

Ter zitting heeft ABN AMRO aangevoerd dat alleen directe en volledige aflossing – van zowel de rekening-courantvordering als de bankgaranties – een faillissement wat haar betreft nog kan afwenden. Het voorstel dat Control Seal een dag voor de zitting aan ABN AMRO heeft voorgelegd acht de ABN AMRO onvoldoende. Het betreft geen directe aflossing van de vorderingen van ABN AMRO en er wordt ook geen oplossing geboden voor de bankgaranties. Naar het oordeel van ABN AMRO biedt het voorstel voorts geen oplossing voor de restproblematiek van Control Seal. Niet duidelijk is hoe de salarissen van de werknemers worden betaald, die tot en met maart 2023 door ABN AMRO werden voorgefinancierd. ABN AMRO heeft ter zitting herhaald dat van toezegging naar toezegging wordt gegaan zonder dat er concrete informatie aan ten grondslag ligt en zonder dat er geld beschikbaar komt. Control Seal is de afspraken die zowel vóór als tijdens het WHOA-traject zijn gemaakt niet nagekomen. Informatie over de financiering en de investeerder, die ABN AMRO nodig heeft om aan haar wettelijke verplichtingen uit de WWFT te voldoen, wordt – ondanks toezeggingen van Control Seal – niet verschaft. Gelet op dit patroon heeft ABN AMRO geen vertrouwen meer in Control Seal. ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat aan alle vereisten is voldaan om Control Seal failliet te verklaren.

DE BEOORDELING

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie betreffende insolventieprocedures bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het voornaamste centrum van Control Seal B.V. en CS Business Services B.V. in Nederland ligt. Immers is Control Seal B.V. gevestigd in Groningen, CS Business Services B.V. in Appingedam en worden de bedrijfsactiviteiten in Appingedam uitgeoefend.

De rechtbank dient het verzoek tot faillietverklaring te beoordelen aan de hand van drie criteria:

Allereerst stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat ABN AMRO opeisbare vorderingen op Control Seal heeft en dat aan het pluraliteitsvereiste is voldaan. In geschil is of Control Seal in een toestand verkeert waarin zij is opgehouden te betalen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Vaststaat dat Control Seal vanaf 2020 verlieslatend is en dat de verliezen tot op heden voortduren. Eveneens staat vast dat er vanaf februari 2022 diverse financieringsplannen zijn voorgesteld, maar dat deze uiteindelijk geen doorgang hebben gevonden. Na afloop van de afkoelingsperiode heeft de rechtbank geconstateerd dat Control Seal niet met een concreet en onderbouwd voorstel is gekomen alsook dat de schulden van Control Seal zijn toegenomen, omdat de kapitaalinbreng niet heeft plaatsgevonden. Uit de stukken, maar ook uit de verklaringen van Control Seal ter zitting, is duidelijk geworden dat zij het zonder financiering niet redt. Het voorstel dat Control Seal ter zitting heeft overgelegd is naar het oordeel van de rechtbank voorts niet concreet genoeg om te kunnen beoordelen of Control Seal in staat is om haar schulden te betalen. Zo is onder meer niet inzichtelijk gemaakt hoe hoog de actuele schuldenlast is en of de financiering toereikend is om deze schuldenlast het hoofd te bieden. Het voorstel gaat daarbij niet uit van een directe en volledige aflossing van de vorderingen van ABN AMRO, zodat ABN AMRO hiermee niet akkoord gaat. Bovendien heeft de investeerder ter zitting verklaard dat hij in ieder geval ABN AMRO niet wil voldoen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat ABN AMRO de debiteurenbetalingen thans vasthoudt omdat Control Seal geen vervangende zekerheid heeft gesteld. Control Seal heeft niet aangetoond hoe zij dit zal ondervangen, terwijl Control Seal in het verzoekschrift tot verlenging van de afkoelingsperiode nog uiteen heeft gezet dat ‘de debiteurenontvangsten van essentieel belang zijn voor de continuïteit van de onderneming van Control Seal’. Uit het vorenstaande volgt dat Control Seal op dit moment in ieder geval niet in staat is om haar schuldeisers te betalen en dat – mede gelet op de telkens wijzigende financieringsplannen – (te) onzeker is of zij daartoe binnen twee weken wel in staat zal zijn c.q. daartoe zal overgaan.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat Control Seal in een toestand verkeert waarin zij is opgehouden te betalen. De rechtbank zal de verzoeken daarom toewijzen.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart Control Seal B.V. en CS Business Services B.V. voornoemd om 10.00 uur in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. N.A. Baarsma;

- stelt aan tot curator mr. J.J. Reiziger , advocaat te Groningen;

- geeft last aan voornoemde curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.W.J. Vinkes, en in het openbaar uitgesproken op

25 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand