ECLI:NL:RBNNE:2023:5653

ECLI:NL:RBNNE:2023:5653

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 12-10-2023
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 18/120852-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zeven strafbare feiten, waaronder een diefstal van een auto, twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Daarnaast heeft verdachte twee keer cocaïne en heroïne voorhanden gehad en heeft hij zich schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor het dealen van harddrugs. De rechtbank legt aan verdachte een jeugddetentie op van 434 dagen waarvan 360 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een werkstraf van 200 uren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/120852-23

ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/267152-22 en 18/211305-23

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 12 oktober 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 september 2023. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.M. Terpstra, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Westerhof.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd in de zaak met parketnummer 18/120852-23 dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

rookwaren en/of sigaretten onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5.

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te

Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk (een) ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2023 tot en met 12 mei 2023 te

Leeuwarden, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, autosleutels en/of een auto (Citroën C1, kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7.

hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Citroën C1, kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

en in de zaak met parketnummer 18/267152-22 dat:

hij op of omstreeks 29 juli 2022 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,73 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 9,42 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en in de zaak met parketnummer 18/211305-23 dat:

1.

hij op of omstreeks 5 maart 2023 te Leeuwarden opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 18,06 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of ongeveer 11,23 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

2.

hij op of omstreeks 5 maart 2023 te Leeuwarden om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop.

Ten aanzien van parketnummer 18/267152-22

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij de drugs op straat heeft gevonden, niets afdoet aan het feit dat hij de drugs opzettelijk in zijn bezit heeft gehad en dat hij daarvan wetenschap had. De drugs zijn getest door het NFI en daaruit volgt dat het cocaïne en heroïne

betrof in de hoeveelheden zoals vermeld op de tenlastelegging.

Ten aanzien van parketnummer 18/211305-23

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1. ten laste gelegde feit. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de drugs zijn aangetroffen in de door verdachte gehuurde auto waardoor hij de drugs opzettelijk aanwezig heeft gehad, ondanks zijn stellige ontkenning. De drugs zijn getest door het NFI en daaruit volgt dat het cocaïne en heroïne betrof in de hoeveelheden zoals vermeld op de tenlastelegging. Bij het aantreffen van de drugs in de auto is volgens de officier van justitie geen sprake geweest van enig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit de processen-verbaal van de verbalisanten blijkt dat de verbalisant het dashboardkastje heeft geopend teneinde te kunnen vaststellen wie de huurder van de auto was. Bij het openen van het dashboardkastje trof de verbalisant de huurovereenkomst aan en zag hij daarnaast een boterhamzakje liggen met een witte bol erin. Gelet op het aantreffen van de witte bol bestond op dat moment op grond van de Opiumwet een verdenking en waren de verbalisanten op grond daarvan bevoegd om de auto verder te doorzoeken. Indien wel sprake zou zijn van enig vormverzuim, dan kan volgens de officier van justitie worden volstaan met de enkele constatering daarvan. Het aantreffen van de drugs is geen concreet nadeel, omdat dat blijkens jurisprudentie geen rechtens te respecteren belang is. Daarnaast is slechts sprake van een geringe inbreuk op de privacy, omdat de auto in het onderhavige geval een huurauto betrof.

Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop.

Ten aanzien van parketnummer 18/267152-22

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor het ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van parketnummer 18/211305-23

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1. ten laste gelegde feit, als gevolg van bewijsuitsluiting wegens een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig is geweest, omdat de verbalisanten daartoe geen bevoegdheid hadden. Verdachte is in zijn persoonlijke levenssfeer geraakt, omdat door het onbevoegd zoeken de drugs zijn aangetroffen, terwijl de drugs anders aan het oog van de buitenwereld onttrokken zouden zijn gebleven. Het aantreffen van de drugs dient daarom uitgesloten te worden van het bewijs, evenals alles wat daaruit is gevolgd. Omdat er dan niets overblijft dient vrijspraak te volgen.

De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van bewijs voor het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat op basis van het dossier niet

kan worden vastgesteld dat de in de door verdachte gehuurde auto aangetroffen telefoons en drugs, voor zover deze al rechtmatig waren gevonden, van verdachte waren. Evenmin blijkt uit het dossier dat verdachte een contant geldbedrag voorhanden heeft gehad, zoals vermeld op de tenlastelegging.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23

De rechtbank acht net als de officier van justitie en de raadsvrouw de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van feiten 1 en 4.

Ten aanzien van feiten 2 en 5.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 27 april 2023, opgenomen op pagina 350 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 4] ;

3. Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf

( [adres] ) van 29 april 2023, opgenomen op pagina 353 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Ten aanzien van feit 3

Ten aanzien van feit 6.

[slachtoffer] .

Ten aanzien van feit 7.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18/267152-22

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Op vrijdag 29 juli 2022 zagen wij een scooter rijden uit de richting van de Pilotenespel te Leeuwarden. Ik, verbalisant [verbalisant] , vroeg aan de bestuurder of hij in het bezit was van een geldig rijbewijs. Ik zag dat de verdachte mij een rijbewijs overhandigde. Ik zag dat de bestuurder betrof: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] . Ik zag dat [verdachte] een schoudertasje droeg. Ik vroeg aan [verdachte] of ik in zijn tasje mocht kijken. Ik hoorde dat [verdachte] antwoordde dat dit mocht. Ik trof vervolgens in zijn tasje een klein formaat sealbag aan met daarin een witte substantie. Tijdens de insluitingsfouillering werd in de onderbroek van verdachte een portemonnee aangetroffen. De collegas zagen in de portemonnee vier kleine zakjes met bruine substantie en tien kleine zakjes met witte substantie. Het is ons ambtshalve bekend dat dit mogelijk verdovende middelen betreffen.

2. Een kennisgeving van inbeslagneming van 29 juli 2022, opgenomen op pagina 3 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Plaats: [adres] Leeuwarden

Datum en tijd: 29 juli 2022 te 01:40 uur

Omstandigheden: verdachte werd staande gehouden. Nadat met toestemming in het tasje werd gekeken door ons werd eerst de grotere bol met witte substantie aangetroffen. Nadat verdachte was aangehouden en overgebracht naar het arrestantencomplex werd aldaar een grijs portemonneetje in zijn onderbroek aangetroffen met daarin 10 bolletjes met witte substantie en 4 bolletjes met bruine substantie.

Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004.

Goednummer: PL0100-2022196023-1514016

Object: Verdovende mid (Heroïne) Aantal/eenheid: 4 stuks

Bijzonderheden: 4 bolletjes bruine substantie verpakt in plastic

Goednummer: PL0100-2022196023-1514018

Object: Verdovende mid (Cocaïne crack) Bijzonderheden: witte substantie in plasticzakje

Goednummer: PL0100-2022196023-1514023

Object: Verdovende mid (Cocaïne Crack) Aantal/eenheid: 10 stuks

Bijzonderheden: 10 bolletjes witte substantie verpakt in plastic

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verdovende middelen van 11 augustus 2022, opgenomen op pagina 11 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Goednummer: PL0100-2022196023-1514016

Omschrijving: 4 dicht gebrande, kleurloze, plastic bolletjes met in elk bolletje bruin poeder. Netto gewicht: 0,73 gram

SIN Monster: AAQA0221NL

Indicatieve testen: Positief voor heroïne.

Goednummer: PL0100-2022196023-1514018

Omschrijving: een grip zak met daarin een dichtgeknoopte, kleurloze, plastic zak met daarin witte brokken en poeder.

Netto gewicht: 8,65 gram SIN Monster: AAQA0222NL

Indicatieve testen: Positief voor cocaïne.

Goednummer: PL0100-2022196023-1514023

Omschrijving: 10 dicht gebrande, kleurloze, plastic bolletjes met in elk bolletje witte brokjes en poeder. Netto gewicht: 0,77 gram

SIN Monster: AAQA0223NL

Indicatieve testen: Positief voor cocaïne.

4. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 10 augustus 2022, opgenomen op pagina 14 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. P.H. Walinga:

Resultaten en conclusie

Kenmerk: AAQA0221NL

Omschrijving FO: poeder, bruin, uit 0,73 gram Conclusie: bevat heroïne.

5. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 10 augustus 2022, opgenomen op pagina 15 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. P.H. Walinga:

Kenmerk: AAQA0222NL

Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 8,65 gram Conclusie: bevat cocaïne.

6. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 10 augustus 2022, opgenomen op pagina 16 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. P.H. Walinga:

Kenmerk: AAQA0223NL

Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 0,77 gram Conclusie: bevat cocaïne.

Nadere bewijsoverweging

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 29 juli 2022 cocaïne en heroïne bij zich had. Bij de politie heeft verdachte destijds verklaard dat hij op straat een wit zakje en een portemonnee had gevonden en dat hij deze had meegenomen. Uit schrik had verdachte de portemonnee in zijn onderbroek gestopt. Op dat moment wist hij niet dat er drugs in het witte zakje en in de portemonnee zaten.

De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte en overweegt daartoe als volgt. Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen is vereist dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden en dat verdachte de wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden, aangezien deze zijn aangetroffen in het schoudertasje van verdachte en in een portemonnee die zich in de onderbroek van verdachte bevond. De rechtbank stelt ten tweede vast dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Gelet op de plaatsen waar de verdovende middelen bij verdachte zijn aangetroffen, komt het de rechtbank onvoldoende aannemelijk voor dat verdachte niet heeft geweten dat het om drugs ging. Dat verdachte de portemonnee met daarin de verdovende middelen in zijn onderbroek heeft gestopt, duidt erop dat verdachte voldoende aanleiding heeft gehad om er rekening mee te houden dat het om verdovende middelen ging. Daar komt bij dat bij de verdovende middelen zich een zakje met een witte substantie bevond, waarvan het voor verdachte direct mogelijk was om te zien wat het was. Gelet op het voorgaande kan het dan ook niet anders zijn geweest dan dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 29 juli 2022 opzettelijk 0,73 gram heroïne en 9,42 gram cocaïne aanwezig heeft gehad.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18/211305-23 Feiten 1 en 2

Vormverzuim

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of bij het doorzoeken van de auto sprake is geweest van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, hetgeen van invloed kan zijn op zowel het onder 1. als het onder 2. ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Uit het procesdossier blijkt dat verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] op 5 maart 2023 omstreeks

uur het verzoek kregen om naar de parkeerplaats bij de Jumbo aan [adres] te Leeuwarden te gaan. Aldaar zou een melder overlast hebben van hangjongeren, waarbij er muziek uit een rode auto zou komen. Ter plaatse aangekomen troffen de verbalisanten geen rode auto aan en namen zij geen overlast waar. Verdachte bevond zich op dat moment tezamen met een groep jongeren op de betreffende parkeerplaats in de nabijheid van een Peugeot en een Citroën. Verbalisant [verbalisant] scande het kenteken van de Peugeot en zag dat dit een huurauto betrof. Teneinde te kunnen vaststellen wie deze auto had gehuurd, heeft de verbalisant de auto doorzocht. Tijdens de doorzoeking trof de verbalisant in de middenconsole twee mobiele telefoons aan. In het dashboardkastje trof de verbalisant een document van het autoverhuurbedrijf aan en twee leren sleuteltasjes. In de sleuteltasjes trof de verbalisant zakjes met daarin witte bolletjes en bruine brokjes aan. Verder trof de verbalisant in het dashboardkastje een zakje met een witte harde substantie aan. Uit nader onderzoek door het NFI is gebleken dat de aangetroffen voorwerpen heroïne en cocaïne betroffen.

Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet blijkt op grond van welke bevoegdheid de verbalisanten de auto hebben doorzocht. Vooropgesteld moet worden dat verbalisanten niet hebben opgetekend op basis van welke bevoegdheid de auto is doorzocht. Uit het dossier blijkt niet dat voorafgaand aan de doorzoeking sprake was van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of van verdenking van een misdrijf omschreven in artikel 67 lid 1 Sv, op grond waarvan een opsporingsambtenaar bevoegd is een vervoermiddel te doorzoeken ter inbeslagneming. Noch blijkt daaruit van omstandigheden die maken dat een bevoegdheid tot doorzoeking bestond op grond van enige bijzondere wet, zoals de Opiumwet. Evenmin blijkt uit het dossier dat de verbalisanten bevoegd waren de auto te doorzoeken ter handhaving van de openbare orde. De verbalisanten namen immers geen overlast waar toen zij ter plaatse kwamen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig is geweest en dat daarmee sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a lid 1 Sv.

Gevolgen van het vormverzuim

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of aan het geconstateerde vormverzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden, en zo ja, welk rechtsgevolg dit dient te zijn. Bij de beoordeling van die vraag heeft de rechtbank rekening gehouden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv geformuleerde factoren, te weten het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.

Daarnaast is van belang dat gelet op de beoordelingsfactoren als bedoeld in het tweede lid van artikel 359a Sv het wettelijk stelsel zo moet worden opgevat dat een vormverzuim in de zin van dat artikel niet steeds hoeft te leiden tot een van de daar omschreven rechtsgevolgen. Artikel 359a Sv formuleert een bevoegdheid en niet een plicht, en biedt de rechter die een vormverzuim heeft vastgesteld, de mogelijkheid af te zien van het toepassen van een van de daar bedoelde rechtsgevolgen en te volstaan met het oordeel dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan.

De raadsvrouw heeft bepleit dat bewijsuitsluiting dient te volgen, aangezien de drugs zonder het vormverzuim niet waren ontdekt. De rechtbank stelt voorop dat bewijsuitsluiting slechts aan de orde kan komen ter verzekering van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. De consequentie van bewijsuitsluiting kan niet zonder meer aan het schenden van de persoonlijke levenssfeer worden verbonden indien verdachte daar geen rechtens te respecteren nadeel van heeft ondervonden. In dit verband overweegt de rechtbank dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het belang van verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang dat een nadeel als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, Sv oplevert.1 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank dan ook vast dat hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen nadeel als bedoeld in artikel 359a tweede lid Sv oplevert.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wordt derhalve verworpen. De door de verbalisanten aangetroffen drugs kunnen daarom meewegen voor het bewijs.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023057852 van 13 juni 2023, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op zondag 5 maart 2023 op het parkeerterrein aan [adres] te Leeuwarden zag ik een voertuig van het merk Peugeot. Ik opende de deur van de passagierszijde en opende het dashboardkastje. Ik zag in het dashboardkastje twee kleine zwarte portemonneetjes liggen. Ik pakte deze uit het dashboardkastjes kastje en zag dat het twee zwarte leren sleuteltasjes waren. Ik opende het eerste zakje en ik zag dat er meerdere witte bolletjes in zaten. Gezien het uiterlijk en de wijze van aantreffen had ik had het vermoeden dat het ging om harddrugs. Ik opende het volgende leren sleuteltasjes en ik zag dat er ongeveer vier doorzichtige zakjes in zaten met een bruine brokjes. Gezien het uiterlijk en de wijze van aantreffen had ik had het vermoeden dat het ging om harddrugs. Ik zag in het dashboardkastje nog een doorzichtig zakje liggen met daarin een harde witte substantie. Ook hier had ik het vermoeden dat de inhoud harddrugs betroffen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op zondag 5 maart 2023 zag ik een persoon uit een Peugeot met kenteken [kenteken] stappen, dit vanaf de bestuurdersstoel. Ik vroeg deze jongeman om een geldig rijbewijs.Ik zag dat de persoon opgaf te zijn:

- [ verdachte] , [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte: V: Maak je gebruik van een voertuig?

A: Ik heb een huurauto. Daar maakte ik gister gebruik van. Dit was een Peugeot.

4. Een kennisgeving van inbeslagneming van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Plaats: [adres] Leeuwarden

Datum en tijd: 6 maart 2023 te 01:20 uur

Omstandigheden: in het dashboardkastje werd drugs aangetroffen. Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004.

Goednummer: PL0100-2023057852-1581883

Object: Verdovende MID (Cocaïne Crack) Aantal/eenheid: 66 stuks

Verpakking: Zak plastic Bijzonderheden: 66 bolletjes wit.

5. Een kennisgeving van inbeslagneming van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Plaats: [adres] Leeuwarden

Datum en tijd: 6 maart 2023 te 01:20 uur

Omstandigheden: In het dashboardkasje van het betrokken voertuig drugs aangetroffen. Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004.

Goednummer: PL0100-2023057852-1581882

Object: Verdovende mid (Cocaïne Crack) Aantal/eenheid: 1 stuks

Verpakking: Zak plastic

Bijzonderheden: Transparant zakje met witte brokken.

6. Een kennisgeving van inbeslagneming van 6 maart 2023, opgenomen op pagina 24 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Plaats: [adres] Leeuwarden

Datum en tijd: 6 maart 2023 te 01:20 uur

Omstandigheden: In het dashboardkastje drugs aangetroffen. Beslagene: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004.

Goednummer: PL0100-2023057852-1581884

Object: Verdovende mid (Heroïne) Aantal/eenheid: 5 stuks Verpakking: Zak plastic

Bijzonderheden: 4 bruine brokken en 1 bolletje wit.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 mei 2023, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Goednummer: PL0l00-2023057852-1581884

Omschrijving: Zwarte leren portemonnee met daarin 4 plastic bolletjes bruine brokken en 1 plastic bolletje wit poeder.

Monster A spoornummer: PL0l00-2023057852-86891 SIN: AAOX3930NL

Gewicht Monster: 11,08 gram bruto Indicatieve testen: Positief voor heroïne.

Goednummer: PL0l00-2023057852-1581883

Omschrijving: Zwarte leren portemonnee met daarin 65 plastic bolletjes wit poeder en 1 plastic bolletje bruin poeder.

Monster D spoornummer: PL0l00-2023057852-86894 SIN: AAOX3928NL

Gewicht Monster: 0,15 gram bruto Indicatieve testen: Positief voor heroïne. Goednummer: PL0l00-2023057852-1581884

Omschrijving: Zwarte leren portemonnee met daarin 4 plastic bolletjes bruine brokken en 1 plastic bolletje wit poeder.

Monster B spoornummer: PL0l00-2023057852-86892 SIN: AAOX3931NL

Gewicht Monster: 0,05 gram bruto Indicatieve testen: Positief voor cocaïne.

Goednummer: PL0l00-2023057852-1581882

Omschrijving: Boterhamzakje met witte brokken. Monster C spoornummer: PL0l00-2023057852-86893 SIN: AAOX3929NL

Gewicht Monster: 9,45 gram netto Indicatieve testen: Positief voor cocaïne.

Goednummer: PL0l00-2023057852-1581883

Omschrijving: Zwarte leren portemonnee met daarin 65 plastic bolletjes wit poeder en 1 plastic bolletje bruin poeder.

Monster E spoornummer: PL0l00-2023057852-86895 SIN: AAOX3925NL

Gewicht Monster: 8,56 gram bruto Indicatieve testen: Positief voor cocaïne.

8. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 21 april 2023, opgenomen op pagina 45 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. N. van Doorn:

Resultaten en conclusie Kenmerk: AAOX3930NL

Omschrijving FO: poeder en brokjes, bruin, uit 11,08 gram Conclusie: bevat heroïne.

9. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 20 april 2023, opgenomen op pagina 48 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. N. van Doorn:

Resultaten en conclusie Kenmerk: AAOX3928NL

Omschrijving FO: poeder, bruin, uit 0,12 gram. Conclusie: bevat heroïne.

10. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 21 april 2023, opgenomen op pagina 46 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. N. van Doorn:

Resultaten en conclusie Kenmerk: AAOX3931NL

Omschrijving FO: poeder, wit, uit 0,05 gram. Conclusie: bevat cocaïne.

11. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 21 april 2023, opgenomen op pagina 47 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. N. van Doorn:

Resultaten en conclusie Kenmerk: AAOX3929NL

Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 9,45 gram Conclusie: bevat cocaïne

12. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT van 20 april 2023, opgenomen op pagina 49 van voornoemd dossier als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende als bevindingen van ing. N. van Doorn:

Resultaten en conclusie Kenmerk: AAOX3925NL

Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 8,56 gram Conclusie: bevat cocaïne

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft zich zowel ter zitting als bij de politie op het standpunt gesteld dat de in de auto aangetroffen drugs niet van hem waren.

De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte en overweegt daartoe als volgt. Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen is vereist dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden en dat verdachte de wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden, nu deze zijn aangetroffen in de door verdachte gehuurde auto. De rechtbank stelt ten tweede vast dat verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij de auto al een paar dagen huurde op het moment dat de drugs werden aangetroffen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte als huurder en daarmee gebruiker van de auto de wetenschap heeft van de aanwezige goederen in de auto waar hij gebruik van maakt. Daar komt bij dat de drugs in het onderhavige geval niet waren verstopt, maar gewoon in het dashboardkastje lagen. Op basis van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de auto. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 5 maart 2023 opzettelijk 18,06 gram cocaïne en 11,2 gram heroïne aanwezig heeft gehad.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Onder feit 2 is kortgezegd aan verdachte ten laste gelegd dat hij voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor het verkopen van cocaïne en heroïne, doordat hij daartoe bepaalde voorwerpen voorhanden heeft gehad.

Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte in het bezit was van meerdere mobiele telefoons en een contant geldbedrag, zodat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de daarop betrekking hebbende gedachtestreepjes. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet blijkt dat de mobiele telefoons die in de door verdachte gehuurde auto op de bijrijdersstoel zijn aangetroffen, ook eigendom van verdachte waren. Ten aanzien van het op de tenlastelegging vermelde geldbedrag overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet blijkt dat bij verdachte enig geldbedrag is aangetroffen.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat gelet op de hoeveelheid aangetroffen drugs en de wijze waarop deze verpakt en bewaard waren, namelijk ongeveer 70 apart verpakte bolletjes in twee sleuteltasjes, verdachte deze voorhanden heeft gehad ter voorbereiding van de handel in cocaïne en heroïne, als bedoeld in artikel 10 lid 4 Opiumwet. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit in zoverre dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18/120852-23, het ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 18/26715-22 en de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18/211305-23 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23:

1.

hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.

2.

hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak, onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

3.

hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen

rookwaren onder hun bereik te brengen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

5.

hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

6.

hij in de periode van 1 maart 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, een autosleutel en een auto Citroën C1, kenteken: [kenteken] , die geheel aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

7.

hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een auto Citroën C1, kenteken: [kenteken] , die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft beschadigd en onbruikbaar gemaakt.

Ten aanzien van parketnummer 18/267152-22:

hij op 29 juli 2022 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,73 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 9,42 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Ten aanzien van parketnummer 18/211305-23:

1.

hij op 5 maart 2023 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 18,06 gram van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 11,23 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.

hij op 5 maart 2023 te Leeuwarden om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden, te weten het opzettelijk verkopen van cocaïne en heroïne, voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een aanzienlijke hoeveelheid drugs,

verpakt in kleine hoeveelheden, namelijk totaal ongeveer 70 aparte bolletjes, welke bolletjes zich bevonden in twee sleuteltasjes in het dashboardkastje.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23

5. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.

6. Diefstal.

7. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 18/267152-22

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van parketnummer 18/211305-23

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat toepassing wordt gegeven aan het jeugdstrafrecht en dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 434 dagen, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering worden verbonden met een proeftijd van twee jaren, waarbij het toezicht op de naleving van de voorwaarden wordt uitgeoefend door de volwassenreclassering. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat als bijzondere voorwaarden worden opgelegd een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de verplichting dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Verder heeft de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd, aangezien door het roekeloos handelen van verdachte er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij een misdrijf begaat dat gevaar veroorzaakt voor personen. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 200 uren wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens verzocht om toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. Volgens de raadsvrouw is de eis van de officier van justitie redelijk, waarbij zij wel heeft opgemerkt dat de gevorderde werkstraf veel vraagt van verdachte. Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden heeft de raadsvrouw bepleit de door de reclassering geadviseerde voorwaarden op te leggen, zonder de aanvullingen van de

officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

Ernst van de feiten

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zeven strafbare feiten, waaronder een diefstal van een auto, twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Het betreden van de winkels ging gepaard met de nodige vernielingen. De handelwijze van verdachte en zijn medeverdachte(n) om toegang tot de winkels te krijgen werd steeds brutaler. Zij begonnen met het gooien van stoeptegels door de ramen, gingen daarna over op het gebruik van een breekijzer en probeerden vervolgens om met een flex een luik te verbreken. Bij de laatste inbraak gebruikten verdachte en zijn medeverdachte een door de verdachte gestolen auto om de pui van de Primera te rammen. De gestolen auto hebben zij vervolgens in een fontein gereden en daar achtergelaten. Verdachte heeft daarmee aangetoond totaal geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Met de gepleegde vernielingen en de diefstallen heeft verdachte veel (financiële) schade en overlast veroorzaakt voor de eigenaar van de Primeravestiging, de eigenaar van het filiaal van het Shell benzinestation en de eigenaresse van de auto. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij puur uit eigen financieel gewin heeft gehandeld, zonder daarbij na te denken over de gevolgen van zijn handelen voor anderen.

Daarnaast heeft verdachte twee keer cocaïne en heroïne voorhanden gehad en heeft hij zich schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor het dealen van harddrugs. Het is algemeen bekend dat harddrugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van en de handel in harddrugs. Met zijn handelen heeft verdachte daaraan bijgedragen.

Persoon van de verdachte

Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte van 31 augustus 2023. Uit die documentatie blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft daarnaast gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 14 september 2023. Uit het advies blijkt dat verdachte van 12 mei 2023 tot en met 24 juli 2023 gedetineerd is geweest, waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst onder een aantal voorwaarden, waaronder een reclasseringstoezicht. Het toezicht verloopt wisselend, waarbij vooral de opstartfase moeizaam ging omdat verdachte moest wennen aan de strakke structuur en de controle. Positief is dat verdachte zich aan de voorwaarden houdt en dat hij goed in contact is met de reclassering. Volgens de reclassering is het recidiverisico gemiddeld. De reclassering ziet het risicovolle en pro-criminele netwerk waarin verdachte

zich bevindt als belangrijke risicofactor. Daarnaast spelen zijn financiële situatie en psychosociaal functioneren een belangrijke rol. Ten tijde van het begaan van de strafbare feiten was het ontbreken van een structurele dagbesteding ook een risicofactor. De reclassering ziet ook beschermende factoren, zoals dat verdachte huisvesting heeft bij zijn ouders, die zijn delictgedrag afkeuren. Daarnaast is er geen sprake van middelengebruik en is verdachte inmiddels gestart met een opleiding. De reclassering acht het van groot belang om het reclasseringstoezicht en de betrokken hulpverlening voort te zetten, zodat verdachte een maatschappelijk evenwichtig en pro-sociaal bestaan kan opbouwen. Daarbij dient het tijdens het schorsingstoezicht ingezette plan van aanpak te worden gecontinueerd en aangevuld. Bij veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, ambulante (woon)begeleiding, een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 2] , een locatiegebod met elektronische monitoring voor de duur van zes maanden, het volgen van onderwijs dan wel het hebben van dagbesteding, het meewerken aan middelencontrole en het inzicht geven in de financiële situatie. De reclassering adviseert deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Toepassing volwassenstrafrecht of jeugdstrafrecht

De rechtbank stelt vast dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan toen hij 18 jaar oud was. Het uitgangspunt is dat een jongvolwassen verdachte die ten tijde van de strafbare feiten meerderjarig is, volgens het volwassenstrafrecht wordt berecht. De rechtbank kan echter besluiten voor jongvolwassenen met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, jeugdsancties toe te passen indien daartoe grond wordt gevonden in de persoon van verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.

De reclassering heeft in haar rapport geadviseerd het volwassenstrafrecht toe te passen. De reclassering ziet op het gebied van handelingsvaardigheden en pedagogische mogelijkheden geen indicaties voor de toepassing van het jeugdstrafrecht. Hoewel verdachte beïnvloedbaar is en moeite heeft zich zelfstandig staande te houden, heeft de reclassering niet de indruk dat verdachte ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten achterloopt in zijn ontwikkeling.

In afwijking van het advies van de reclassering zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen. Anders dan de reclassering ziet de rechtbank wel ruimte voor pedagogische beïnvloeding, aangezien verdachte gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft laten zien dat hij stuurbaar is. Daar komt bij dat uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte beïnvloedbaar is en dat hij moeite heeft zich zelfstandig staande te houden.

Op te leggen straf

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten zonder meer oplegging van een lange onvoorwaardelijke jeugddetentie. Het gemak waarmee verdachte op een jeugdige leeftijd is overgegaan tot het aanwenden van deze feiten, baart de rechtbank zorgen. Mede vanwege de verklaring van verdachte dat hij het deed om geld te verdienen en gelet op de ogenschijnlijke afwezigheid van inzicht in oorzaak en gevolg. Ondanks de ernst van de feiten, zal de rechtbank aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie opleggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 74 dagen. De rechtbank is met alle betrokken partijen van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet opportuun is, omdat dat zou betekenen dat het reeds ingezette plan van aanpak van de reclassering daarmee negatief doorkruist wordt en dat verdachte zal moeten stoppen met zijn opleiding. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur van aanzienlijke duur dient te zijn.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 434 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 360 dagen voorwaardelijk, passend en oplegging daarvan geboden is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden verbinden, met uitzondering van het contactverbod, waaraan verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren moet houden. Gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies zal de rechtbank daarbij bepalen dat de volwassenreclassering het toezicht uitoefent. Daartoe ziet de rechtbank ook in het kader van de toepassing van het jeugdstrafrecht aanleiding, omdat verdachte inmiddels goed functioneert binnen het schorsingstoezicht dat door de volwassenreclassering wordt uitgeoefend. De rechtbank zal het door de officier van justitie gevorderde contactverbod met de medeverdachten niet opleggen, nu zij daartoe geen aanleiding ziet. Evenmin zal de rechtbank de verplichting opleggen dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Dit is niet door de reclassering geadviseerd en de rechtbank ziet daartoe ook overigens geen aanleiding. Tot slot zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat niet is voldaan aan het wettelijke vereiste daarvoor.

Om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank naast de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren opleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze straf te matigen en gaat ervan uit dat verdachte in staat zal zijn deze werkstraf binnen de daarvoor geldende termijn van achttien maanden af te ronden. Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de eendaadse samenloop tussen de vernieling van de auto door de ramkraak, de vernielingen van de Primera en de Shell en de inbraken bij deze winkels.

Benadeelde partij

[getuige 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.882,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de volledige vordering van de benadeelde partij gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel waarbij het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast wordt bepaald op nul. Volgens de officier van justitie is het ondanks het ontbreken van een machtiging of een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel voldoende duidelijk dat de benadeelde partij eigenaar is van de betreffende Shellvestiging en daarmee bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2. bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door de verdediging is betwist, zal daarom volledig worden toegewezen.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte het onder 2. bewezen verklaarde feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. Het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast bepaalt de rechtbank vanwege de toepassing van het jeugdstrafrecht en de leeftijd van verdachte op nul.

Veroordeling in de kosten

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toewijzen vanaf de datum van het ontstaan van de schade. Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het paar schoenen en het vest terug te geven aan verdachte en de handschoenen verbeurd te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit om de inbeslaggenomen goederen terug te geven aan verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten het paar schoenen en het vest aan verdachte moeten worden teruggegeven nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank acht de inbeslaggenomen handschoenen vatbaar voor verbeurdverklaring nu verdachte deze heeft gebruikt bij de bewezen verklaarde feiten. De handschoenen zijn immers bij zijn fouillering aangetroffen nadat hij op heterdaad was aangehouden op 12 mei 2023.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 63, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Vernietigt de eerder in de zaak met parketnummer 18/267152-22 uitgevaardigde strafbeschikking.

Verklaart het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/120852-23, het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/267152-22 en het onder 1. en 2. ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/211305-23 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 434 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 360 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

een werkstraf voor de duur van 200 uren

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23, feit 2

Wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 4] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [getuige 4] te betalen:

- het bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro);

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [getuige 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt de duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast op 0 dagen.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Beslag

Ten aanzien van parketnummer 18/120852-23

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen: een paar schoenen (Omschrijving: PL0100-2023120209-1603019, Shakira Classic)

een vest (Omschrijving: 1603020, zwart, merk: Nike)

Verklaart verbeurd het volgende inbeslaggenomen goed:

een paar handschoenen (Omschrijving: 1603200, B-Forest Winds Glove)

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Dijkstra, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A.H.M. Dölle en mr. N.A. Vlietstra, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2023.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Zie HR 4 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6673.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Dijkstra
  • mr. N.A. Vlietstra

Griffier

  • mr. M.A. Toussaint

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand