RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoeker] ,
Strafrecht
Zittingsplaats Assen
parketnummer : 18-023600-22
raadkamernummer : 22-025042 en 22-025043
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: de verzoeker.
Advocaat: mr. W.G. ten Have, advocaat te Assen.
Procesverloop
Bij onherroepelijk vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 augustus 2022 is verzoeker vrijgesproken in de onderhavige strafzaak.
Op 3 november 2022 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:
- schade geleden als gevolg van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis tot een bedrag van
18.280,-
- de stopgezette AOW-uitkering gedurende de tijd dat verzoeker in detentie heeft doorgebracht tot een
bedrag van 5.137,62
bedrag van 943,60
- kosten gemaakt door de zoon van verzoeker in verband met verleende mantelzorg aan zijn zus, tevens
de dochter van verzoeker tot een bedrag van 4.163,-
- reiskosten van de zoon van verzoeker in verband met voornoemde mantelzorg tot een bedrag van
1.405,15
- de kosten voor het opstellen en het indienen van dit verzoek tot een bedrag van 340,-, te vermeerderen
in geval van een behandeling ter zitting.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie d.d. 4 januari 2023 en de aanvullende stukken van de advocaat.
Het verzoekschrift is behandeld ter openbare zitting van de raadkamer van 5 juni 2024. Daarbij zijn de advocaat van verzoeker, mr. W.G. ten Have en de officier van justitie mr. R. Meinderts, gehoord. Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
De zaak is geƫindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Verzoeker maakt derhalve aanspraak op vergoeding van door hem gemaakte proceskosten en geleden schade, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Schade ten gevolge van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis
Verzoeker is op 28 januari 2022 in verzekering gesteld. Op 1 februari 2022 is de inbewaringstelling bevolen. Op 26 juli 2022 is de voorlopige hechtenis opgeheven. Dat betekent dat er 4 dagen in aanmerking komen voor een vergoeding van 130,- per dag en 176 dagen voor een vergoeding van 100,-per dag. In totaal zal derhalve een bedrag van 520,- + 17.600 = 18.120,- worden toegewezen.
Stopgezette AOW-uitkering
Gedurende de detentie van verzoeker is zijn AIO-aanvulling tijdelijk stopgezet waardoor hij inkomsten heeft misgelopen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter onvoldoende duidelijk geworden hoeveel inkomsten verzoeker precies mis is gelopen tijdens zijn detentie. Uit de overgelegde bankafschriften komt dat niet duidelijk naar voren. Bovendien is niet uitgesloten is dat gelet op de stopzetting van de AIO-aanvulling van verzoeker de AOW-uitkering van zijn vrouw mogelijk is aangevuld. De advocaat van verzoeker heeft daar ter zitting van 5 juni 2024 ook onvoldoende helderheid over kunnen verschaffen.
Deze kostenpost zal dan ook worden afgewezen in verband met een gebrek aan onderbouwing.
Telefoonkosten tijdens detentie
Gesteld wordt dat verzoeker vanuit de PI telefoonkosten heeft gemaakt ten behoeve van het onderhouden van contact met familie. Deze kostenpost wordt echter in zijn geheel niet onderbouwd zodat het verzoek ook op dit punt zal worden afgewezen.
Opstellen reclasseringsrapportage
Vergoeding van het inschakelen van deskundigen komt op grond van art. 529 Sv voor vergoeding in aanmerking voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. Daarvoor dient de vraag te worden beantwoord of op het moment dat het deskundigenonderzoek door de verdediging werd ingesteld, dat onderzoek redelijkerwijs van belang kon zijn voor enige in de strafzaak door de rechtbank te nemen beslissing.
In onderhavig geval heeft de verdediging MijnReclassering ingeschakeld voor nadere reclasseringsrapportage waarbij met name aandacht was voor de thuissuatie van verzoeker omdat daar naar de mening van de verdediging in de reeds aanwezige reclasseringsrapporten onvoldoende aandacht aan was besteed. Uiteraard staat het de verdediging vrij nadere reclasseringsrapportage op te laten stellen, maar naar het oordeel van de rechtbank komen die kosten in dit geval niet voor vergoeding in aanmerking. Er lag immers al een reclasseringsrapport waarin onder andere de thuissuatie van verzoeker aan bod kwam en waarin de rechtbank werd geadviseerd over een eventuele schorsing van de voorlopige hechtenis. Nu reeds recente voorlichtingsrapportage voorhanden was kan niet gezegd worden dat de nadere door de verdediging aangevraagde voorlichtingsrapportage redelijkerwijs van belang kon zijn voor enige in de strafzaak door de rechtbank te nemen beslissing. Het verzoek zal op dit punt worden afgewezen.
Kosten buitenschoolse opvang kleindochter
Verzocht wordt een vergoeding voor de kosten van de buitenschoolse opvang van de kleindochter van verzoeker omdat haar vader de zoon van verzoeker de mantelzorg voor zijn zus de dochter van verzoeker over moest nemen gedurende de detentie van verzoeker. Onvoldoende onderbouwd en gebleken is echter dat het overnemen van voornoemde mantelzorg tot gevolg had dat er buitenschoolse opvang voor de kleindochter nodig was. Onder andere is niet gesteld noch gebleken dat de moeder van de kleindochter niet voor haar kon zorgen op de momenten dat haar vader mantelzorg aan zijn zus verleende. Ook deze kostenpost zal derhalve worden afgewezen.
Reiskosten familie voor bezoek in de PI
Verzocht wordt vergoeding van de reiskosten die de familie van verzoeker heeft moeten maken om hem in de PI te bezoeken. Op grond van art. 533 Sv komt echter enkel door de gewezen verdachte geleden schade ten gevolge van de detentie voor vergoeding in aanmerking en niet aangetoond noch gebleken is dat voornoemde kosten voor rekening van de gewezen verdachte zijn gekomen. Het verzoek zal op dit punt dan ook worden afgewezen.
Kosten en reiskosten van de zoon ten behoeve van de verleende mantelzorg
Verzocht wordt een uurtarief van 23,- per uur dat de zoon van verzoeker mantelzorg heeft moeten verlenen aan zijn zus gedurende de detentie van verzoeker alsmede de reiskosten die de zoon in dat verband heeft moeten maken. Uit de bijgevoegde declaraties aan [verzekeraar] blijkt echter dat de mantelzorgkosten reeds zijn vergoed vanuit het pgb-budget van de dochter van verzoeker zodat deze kosten niet nogmaals voor vergoeding in aanmerking kunnen komen in de onderhavige procedure. Het verzoek zal derhalve ook op dit punt worden afgewezen.
Resumerend zal enkel de geleden schade ten gevolge van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis worden toegewezen tot een bedrag van 18.120 en zal het verzoek voor het overige worden afgewezen.
De rechtbank zal, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling daarvan ter zitting, een vergoeding inclusief BTW toekennen van 680,-.
Beslissing
De rechtbank:
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Sieders, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Lamers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van 18.800,- (zegge: achttienduizend achthonderd euro), over te maken op [bankrekeningnummer] ten name van St. Beheer Derdengelden onder vermelding van [verzoeker] /OM.