ECLI:NL:RBNNE:2025:3266

ECLI:NL:RBNNE:2025:3266, Rechtbank Noord-Nederland, 18-07-2025, LEE 24 / 2886

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 18-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer LEE 24 / 2886
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing lichte toets (Catshuisregeling) Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit Burdaard, eiseres

de Dienst Toeslagen

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/2886

(gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer),

en

(gemachtigden: mr. M. Burghout en mr. T. van Eijk).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de lichte toets. Bij de lichte toets kijkt de Dienst Toeslagen of de aanvrager in aanmerking komt voor de uitbetaling van € 30.000,- (Catshuisregeling) op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft zich aangemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor de uitbetaling van € 30.000,- (Catshuisregeling) op grond van de Wht.

De Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met het besluit van 8 maart 2022 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft het hiertegen gemaakte bezwaar met het besluit van 18 juni 2024 niet-ontvankelijk verklaard (bestreden besluit 1). De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 2 oktober 2024 bestreden besluit 1 ingetrokken en het bezwaar ongegrond verklaard (bestreden besluit 2).

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen bestreden besluit 1. Met bestreden besluit 2 wordt niet volledig aan haar bezwaren tegemoetgekomen. Met het oog hierop en op het bepaalde in artikel 6:19 eerste lid Awb moet het bestreden besluit 2 in de beoordeling worden betrokken.

De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van de Dienst Toeslagen. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank dient allereerst – ambtshalve – te beoordelen of eiseres een procesbelang heeft bij haar beroep.

Bestreden besluit 1

4. Tijdens de beroepsprocedure is bestreden besluit 1 ingetrokken bij bestreden besluit 2. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres geen belang meer heeft bij haar beroep tegen bestreden besluit 1.

Bestreden besluit 2

5. Het beroep is gericht tegen de lichte toets. Deze lichte toets wordt gevolgd door een integrale toets, waarbij uitgebreider onderzoek wordt gedaan. De integrale toets heeft inmiddels plaatsgevonden en de Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 2 mei 2023 beslist dat eiseres geen gedupeerde is van de toeslagenaffaire en daarom ook geen recht op compensatie heeft. Eiseres heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de Dienst Toeslagen meegedeeld dat partijen werken aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. De Dienst Toeslagen blijft wel bij haar standpunt dat de lichte toets correct is uitgevoerd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

6. De lichte toets is inmiddels ingehaald door de integrale toets. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarom geen belang meer bij een oordeel over de lichte toets. De rechtbank kan daarin hooguit constateren dat de voorbereiding en besluitvorming onzorgvuldig zijn geweest en de Dienst Toeslagen opdragen hier opnieuw naar te kijken. Eiseres kan met haar beroep tegen de lichte toets dus niet bereiken dat zij als gedupeerde van de toeslagenaffaire wordt aangemerkt. Zij kan haar bezwaren daarover kenbaar maken in de (inmiddels lopende) bezwaarprocedure tegen de integrale toets. De afwijzing van de integrale toets zelf staat hier niet ter beoordeling. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiseres geen belang meer heeft bij haar beroep tegen bestreden besluit 2.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres geen belang meer heeft bij haar beroep. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Tijdens de zitting heeft de Dienst Toeslagen meegedeeld dat zij zich niet verzet tegen een vergoeding in de proceskosten in bezwaar en beroep gemaakt door de gemachtigde van eiseres, omdat het besluit op bezwaar tijdens de beroepsprocedure is herzien. De rechtbank oordeelt dan ook dat eiseres van de Dienst Toeslagen een vergoeding van haar proceskosten krijgt. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647,-. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend en een beroepschrift ingediend. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.554,- (€ 907,- + € 647,-). De Dienst Toeslagen moet ook het griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat de Dienst Toeslagen het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 1.554,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand