ECLI:NL:RBNNE:2025:3895

ECLI:NL:RBNNE:2025:3895, Rechtbank Noord-Nederland, 24-09-2025, 25-012297

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 24-09-2025
Datum publicatie 29-09-2025
Zaaknummer 25-012297
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001903 BWBR0022604

Samenvatting

Beroep op artikel 15 WWETGC. Het verzet is niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel ingesteld, waardoor veroordeelde niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[veroordeelde] ,

Strafrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

raadkamernummer : 25-012297

cjib-zaaknummer : 3505254004048194

beslissing van de meervoudige raadkamer van 24 september 2025 op het verzet ex artikel 15 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door:

geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [woonplaats] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Veroordeelde heeft zich bij verzetschrift verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel inzake de door de Kreis Borken Der Landrat in Bondsrepubliek Duitsland, op 14 september 2023 opgelegde geldboete, vermeerderd met de verhogingen wegens het niet voldoen van de geldboete en de administratiekosten. Het dwangbevel is op 14 december 2024 afgegeven voor een totaalbedrag van

160,80.

De behandeling van het verzetschrift heeft plaatsgevonden op 10 september 2025.

Veroordeelde is niet verschenen. S. Romkema, werkzaam bij het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB), was namens de Minister van Justitie en Veiligheid aanwezig bij de behandeling.

Motivering

De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast.

Het verzet is ingesteld op grond van artikel 15 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (hierna: WWETGC). Artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is van overeenkomstige toepassing verklaard.

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het verzetschrift.

De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast.

Het verzetschrift dient, conform artikel 6:4:5, derde lid Sv, te worden ingesteld bij deze rechtbank binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Volgens het exploot is het dwangbevel op 2 januari 2025 door de deurwaarder betekend, door middel van achterlating van het dwangbevel in een gesloten envelop op het voornoemde adres van veroordeelde. Dit is een geldige betekening conform artikel 46, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is op 8 mei 2025 bij de rechtbank binnengekomen en valt daarmee ruim buiten de wettelijke termijn om verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel in te stellen.

Standpunt Minister van Veiligheid en Justitie

De medewerker van het CJIB heeft namens de Minister ter terechtzitting aangevoerd dat veroordeelde niet-ontvankelijk is in het verzet, omdat het verzetschrift niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel is ingediend en daarom te laat is ingediend.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat veroordeelde niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel verzet heeft ingesteld. De rechtbank zal daarom veroordeelde niet-ontvankelijk verklaren in het verzet.

Beslissing

De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in het verzet.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. N.A. Vlietstra en mr.

G.C. Koelman, rechters, in tegenwoordigheid van G.T. Zandstra-Alkema, griffier en in het openbaar op 24 september 2025 uitgesproken.

Mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Wanneer u het niet eens bent met deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing cassatie instellen. Het instellen van cassatie doet u bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

De Hoge Raad neemt de zaak alleen in behandeling wanneer het aan de Staat verschuldigde bedrag, inclusief kosten, is betaald. Dit bedrag dient als zekerheidsstelling. Zie hiervoor artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het gaat om een bedrag van

160,80. Dit bedrag moet binnen twee weken na het instellen van cassatie zijn betaald op rekeningnummer IBAN NL40INGB0705005143 van het CJIB in Leeuwarden, onder vermelding van het cjib-zaaknummer 3505254004048194.

De door de deurwaarder aan u in rekening gebrachte bedragen voor incassokosten/invorderingskosten en kosten van het exploot moeten aan de deurwaarder worden betaald.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme
  • mr. N.A. Vlietstra
  • mr. G.C. Koelman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand