ECLI:NL:RBNNE:2025:4750

ECLI:NL:RBNNE:2025:4750, Rechtbank Noord-Nederland, 12-11-2025, 196765

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer 196765
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Echtscheiding en gezagsbeëindiging in verband met vertrek naar buitenland vader en betrokkenheid bij de dood van een van de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/196765 / FA RK 24-2005

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 12 november 2025

inzake

[naam] ,

wonende te [plaats] ,

hierna ook te noemen de vrouw,

advocaat mr. F. Hofstra, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[naam] ,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres in [land] ,

hierna ook te noemen de man.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ontvangen op 25 september 2024;

- een bericht met bijlagen van de vrouw, ontvangen op 4 oktober 2024;

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025. Daarbij waren aanwezig de vrouw met haar advocaat en [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De vrouw heeft gebruik gemaakt van de diensten van de heer [naam] , tolk in de Arabische taal.

Ter zitting is een e-mailbericht van de advocaat aan de gemeente [naam gemeente] overgelegd, dat later aan het dossier is toegevoegd.

De man is op juiste wijze opgeroepen, maar is niet ter zitting verschenen. [minderjarige 1] is ook uitgenodigd om met de (kinder)rechter te spreken, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

- een bericht van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 26 mei 2025;

- vier uitstelverzoeken van de vrouw;

- een bericht van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 2 september 2025.

2. De feiten

Partijen zijn volgens de Nederlandse Basisregistratie Personen op [datum] in [plaats] , Syrië, met elkaar gehuwd.

Partijen hebben de Syrische en de Nederlandse nationaliteit.

Uit het huwelijk van partijen zijn negen kinderen geboren. Eén kind is in [periode] omgebracht. De man en twee broers worden hiervan verdacht.

Van deze negen kinderen, zijn vier kinderen nog minderjarig, namelijk: - [minderjarige 1] , geboren op [datum] te [plaats] , Syrië ;

- [minderjarige 2] , geboren op [datum] te Turkije ;

- [minderjarige 3] , geboren op [datum] te [plaats] , Nederland ;

- [minderjarige 4] , geboren op [datum] te [plaats] , Nederland .

De minderjarige kinderen wonen bij de vrouw.

De man verblijft op een onbekend adres in [land] .

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:

I. tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;

II. te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen na de echtscheiding hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;

III. te voorzien in het gezag over de minderjarige kinderen van partijen, aldus dat het gezag aan de vrouw alleen toekomt;

IV. te bepalen dat de vrouw huurster zal zijn van de woonruimte aan [adres] .

4. De standpunten en de beoordeling daarvan

De echtscheiding

De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

De man voert geen verweer.

de bevoegdheid en het toepasselijk recht

Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de

vrouw zich in Nederland bevond en zij daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk

voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht

toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.

Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op

het verzoek tot echtscheiding van toepassing.

rechtsgeldigheid van het huwelijk

Op grond van artikel 10:31, eerste lid BW moet de rechtbank beoordelen of partijen in Syrië zijn gehuwd en zo ja, of dit in Syrië gesloten huwelijk in Nederland kan worden erkend. Het uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk in Nederland wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden.

Het vierde lid van artikel 10:31 BW bepaalt dat een huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De vrouw heeft geen gewaarmerkt en authentiek afschrift van de huwelijksakte overgelegd. Het is ook niet aannemelijk dat de vrouw alsnog een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte kan overleggen, gelet op de situatie in Syrië.

De vrouw heeft een 'familieboekje' van De Arabische Republiek Syrië, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat-generaal Burgerzaken overgelegd. Op verzoek van de rechtbank heeft de vrouw, bij bericht van 2 september 2025, een beëdigde vertaling hiervan overgelegd. In het 'familieboekje' staan onder andere vermeld: de persoonsgegevens van de man en dat hij gehuwd is, de persoonsgegevens van de vrouw en dat zij gehuwd is en de persoonsgegevens van zeven kinderen.

De rechtbank overweegt dat in het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2022 wordt gesproken over een familieboekje waarin belangrijke levensgebeurtenissen van een gezin wordt bijgehouden, te weten huwelijken, geboortes, sterfgevallen en echtscheidingen. Het boekje kan direct afgegeven worden nadat het bewijs van een huwelijk de burgerlijke stand heeft bereikt (de rechtbank is verplicht het huwelijkscontract door te sturen naar de burgerlijke stand). De rechtbank gaat ervanuit dat het overgelegde 'familieboekje' het in het Ambtsbericht genoemde familieboekje betreft. Rechtsgeldige huwelijken moeten in Syrië worden geregistreerd bij de burgerlijke stand. Omdat het familie-uittreksel wordt verstrekt door de Burgerlijke stand leidt de rechtbank hieruit af dat het huwelijk is geregistreerd bij de burgerlijke stand.

Ten tijde van de huwelijksvoltrekking was de vrouw vijftien jaar oud . Naar Syrisch recht is de minimumleeftijd voor de vrouw om te kunnen trouwen achttien jaar. Onder bepaalde voorwaarden is dispensatie door de rechter mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de man en de vrouw beiden tenminste vijftien jaar oud zijn, beiden geslachtsrijp zijn, hun verzoek om te trouwen oprecht is, begrijpen wat de rechten zijn die uit een huwelijk voortvloeien en de gezinsvoogd instemt met het huwelijk (artikel 18 lid 2 Wet op het Personeel Statuut (WPS). Aangezien het huwelijk is geregistreerd in het familieboekje - wat slechts mogelijk is indien het huwelijk is ingeschreven in de burgerlijke stand - gaat de rechtbank ervan uit dat in dit geval door de bevoegde rechter dispenstatie is verleend en dat het huwelijk aldus overeenkomstig de Syrische wetgeving is geregistreerd en daarmee rechtsgeldig tot stand is gekomen.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het huwelijk in Syrië is gesloten op de aldaar voorgeschreven wijze. Op grond hiervan wordt het huwelijk van partijen in Syrië dan ook vermoed rechtsgeldig te zijn.

erkenning van het huwelijk 4.11. De volgende vraag die beantwoord moet worden is of het huwelijk van partijen naar Nederlands recht voor erkenning in aanmerking komt.

Uit artikel 10:32 BW volgt dat aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval als een van de echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat de erkenning van het huwelijk gevraagd wordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

De rechtbank stelt vast dat de vrouw ten tijde van de huwelijksvoltrekking de leeftijd van vijftien jaar had, zodat het huwelijk van partijen in beginsel niet voor erkenning naar Nederlands recht in aanmerking komt. De rechtbank oordeelt dat de leeftijd van de vrouw in dit geval niet aan erkenning van het huwelijk in de weg staat, aangezien zij ten tijde van het indienen van het verzoek tot echtscheiding meerderjarig was. Het huwelijk tussen partijen wordt in Nederland dan ook als rechtsgeldig huwelijk erkend.

datum huwelijkssluiting

De rechtbank stelt vast dat in het familieboekje als huwelijksdatum [datum] wordt genoemd en dat in de basisregistratie personen als huwelijksdatum [datum] staat geregistreerd. De rechtbank is van oordeel dat de datum waarop het huwelijk in de Nederlandse basisregistratie personen staat ingeschreven, leidend is. Dat betekent dat de rechtbank ervanuit gaat dat het huwelijk op [datum] is gesloten. Daarbij heeft de rechtbank in overweging genomen dat de ambtenaar pas overgaat tot het registreren van een huwelijk als daarvoor voldoende brondocumenten bestaan. Welke brondocumenten aan de inschrijving ten grondslag liggen is voor de rechtbank onbekend.

ontvankelijkheid van het verzoek tot echtscheiding

Op grond van artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is overlegging van een afschrift (of uittreksel) van de geboorteakte van de minderjarigen kinderen en het overleggen van een ouderschapsplan vereist om de vrouw te kunnen ontvangen in haar verzoek. Als er redenen zijn om aan te nemen dat de vrouw deze stukken redelijkerwijs niet kan overleggen, kan de rechtbank hieraan voorbijgaan.

De rechtbank gaat hieraan voorbij en oordeelt dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding. De rechtbank heeft daarbij meegewogen dat de vrouw aan de hand van het familieboekje voldoende de geboortegegevens van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij komen deze gegevens ook overeen met de inschrijving van de kinderen in basisregistratie personen, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van deze gegevens. Voor wat betreft het ontbreken van het ouderschapsplan, oordeelt de rechtbank dat in deze bijzondere situatie waarbij de vader na het overlijden van dochter [naam] is vertrokken naar [land] , van de vrouw geen ouderschapsplan kan worden verlangd.

inhoudelijke beoordeling

De rechtbank heeft binnen de daartoe gestelde termijn geen verweerschrift van de man ontvangen. De rechtbank zal het verzoek dan ook als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Het gezag

De vrouw verzoekt het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en haar met het eenhoofdig gezag te belasten over de kinderen. De vrouw stelt dat in de huidige situatie, waarbij de man verdacht wordt van betrokkenheid bij de dood van hun dochter [naam] , niet van haar verlangd kan worden dat het gezamenlijk ouderlijk gezag in stand blijft.

Het noodzakelijkheidscriterium staat naar het oordeel van de vrouw in de weg aan de uitoefening van het gezag door de man. Daarnaast zullen de kinderen klem of verloren raken bij het in stand houden van het gezamenlijk gezag, aangezien de man in [land] woont en niet terugkeert naar Nederland. Hij zal daarom niet in staat zijn beslissingen te nemen die belangrijk zijn voor de kinderen.

De man voert geen verweer.

bevoegdheid en toepasselijk recht

Op grond van artikel 7 Brussel II-ter is de Nederlandse rechter ook bevoegd om kennis te nemen van de verzoeken die zien op de ouderlijke verantwoordelijkheid, omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV '96) Nederlands recht van toepassing.

de gezagssituatie

Voor zover partijen niet al ten aanzien van [minderjarige 1] volgens Syrisch en ten aanzien van [minderjarige 2] Turks recht het gezamenlijk gezag zouden hebben, stelt de rechtbank vast dat partijen ook naar Nederlands recht gezamenlijk belast zijn met het gezag over de kinderen. Op grond van artikel 16 van het HKBV '96 is het Nederlands recht namelijk van toepassing op de vraag of partijen samen van rechtswege met het gezag over de kinderen zijn belast, na de verhuizing van partijen met de kinderen naar Nederland. Naar Nederlands recht is er van rechtswege gezamenlijk gezag als een minderjarige tijdens het huwelijk is geboren.

inhoudelijke beoordeling

Het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders die vóór de ontbinding van hun huwelijk gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen uitoefenden ook na de ontbinding van hun huwelijk van rechtswege daarmee belast blijven. In artikel 1:251a BW is bepaald dat de rechter na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen kan bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:

a. a) er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren dreigt te raken indien de ouders het ouderlijk gezag gezamenlijk zouden blijven uitoefenen en dat niet te verwachten is, dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen;

b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat aan de hiervoor genoemde criteria van artikel 1:251a lid 1 BW is voldaan en wijst het verzoek van de vrouw om haar met het eenhoofdig gezag te belasten toe.

De rechtbank overweegt dat in deze zeer bijzondere en zorgelijke situatie waarbij de man verdacht wordt van betrokkenheid van de moord op hun dochter [naam] , en hij vlak na haar overlijden is vertrokken naar onbekende bestemming in [land] en geen contact meer heeft met de vrouw (en de kinderen), maakt dat de rechtbank van oordeel is dat voortzetting van de huidige gezagssituatie niet in het belang van de kinderen is. Van de vrouw kan niet verlangd worden dat er nog enige vorm van overleg tussen haar en de man plaatsvindt.

het hoofdverblijf van de kinderen

De vrouw verzoekt het hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen.

De man voert geen verweer.

bevoegdheid en toepasselijk recht

Omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 Brussel II-ter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank past vervolgens op grond van artikel 15 HKBV'96 Nederlands recht toe.

inhoudelijke beoordeling

Omdat de rechtbank hiervoor heeft beslist dat de vrouw met het eenhoofdig gezag wordt belast, heeft de vrouw geen belang meer bij haar verzoek om het hoofdverblijf van de kinderen bij haar vast te stellen. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.

het huurrecht

De vrouw heeft het huurrecht van de woning verzocht.

De man voert geen verweer.

bevoegdheid en toepasselijk recht

Omdat de huurwoning van partijen in Nederland gelegen ligt, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 3 onder a en artikel 827 lid 1 onder d en e Rv bevoegd om van het verzoek van de vrouw om haar het huurrecht toe te kennen kennis te nemen. De rechtbank past vervolgens op grond van artikel 7:266 lid 5 BW Nederlands recht toe.

inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 7:266, vijfde lid BW, kan de rechter in geval van

echtscheiding op verzoek van één van de echtgenoten bepalen wie van de echtgenoten

huurder van de woonruimte zal zijn.

Het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning zal daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

uitvoerbaar bij voorraad

De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze meteen ingaat, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

5. De beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] te [plaats] , Syrië;

beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [datum] te [plaats] , Syrië , [minderjarige 2] , geboren op [datum] te Turkije , [minderjarige 3] , geboren op [datum] te [plaats] , Nederland en [minderjarige 4] , geboren op [datum] te [plaats] , Nederland ;

bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag over voornoemde minderjarigen uitoefent, voor zover haar bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;

bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woonruimte aan het [adres] , met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behoudens ten aanzien van de echtscheiding;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Oude Lohuis, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. Y. Bos, de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.

fn: 896

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/25
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?