ECLI:NL:RBNNE:2025:4851

ECLI:NL:RBNNE:2025:4851, Rechtbank Noord-Nederland, 09-07-2025, C/18/235646 / HA ZA 24-153

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-07-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer C/18/235646 / HA ZA 24-153
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0027695

Samenvatting

Geschil na onteigening. Vaststelling definitieve eigendomsgrenzen van het onteigende.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C/18/235646 / HA ZA 24-153

Vonnis van 9 juli 2025

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE GRONINGEN,

te Groningen,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de Provincie,

advocaat: mr. S.A. Frijling,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. J.T. Fuller.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 november 2024

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het bericht van 28 maart 2025 met producties van [gedaagde]

- het proces-verbaal van de plaatsopneming met aansluitend de mondelinge behandeling van 10 april 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

In deze zaak gaat het om de vraag waar de erfgrens ligt tussen door de provincie onteigende stukken grond en de bij [gedaagde] achtergebleven stukken grond. In het verlengde daarvan staat ter discussie hoe die grenzen in de kadastrale registratie moeten worden vastgelegd.

3. De feiten

Op vordering van de Provincie heeft deze rechtbank bij (tussen)vonnis van 12 juni 2019 de vervroegde onteigening uitgesproken van enkele stukken grond die [gedaagde] in eigendom had (hierna: het onteigende). Het daartegen ingestelde cassatieberoep is verworpen bij arrest van 6 maart 2020.

Als gevolg van de rechtsgeldige inschrijving van deze onteigening is de eigendom van het onteigende overgegaan van [gedaagde] op de Provincie.

Voorafgaand aan die inschrijving zijn de kadastrale percelen die door de onteigening werden geraakt door althans in opdracht van de Provincie gesplitst en voorzien van nieuwe perceelnummers met voorlopige grenzen.

Naar aanleiding van de inschrijving van de onteigening heeft het Kadaster laten weten dat een aanwijs en inmeting van de nieuwe eigendomsgrenzen ter plaatse noodzakelijk was.

Op aangeven van [gedaagde] heeft het Kadaster vervolgens een grens bepaald die afwijkt van de grondtekeningen op basis waarvan de onteigening werd uitgesproken. De Provincie heeft tegen die grensbepaling bezwaar gemaakt, waarna het Kadaster heeft besloten om de grensvaststelling terug te draaien en verdere vaststellingen van die grenzen op te schorten.

De Provincie heeft op 22 april 2021 aan [advies- en ingenieursbureau] (hierna: [advies- en ingenieursbureau] ) verzocht om de onteigeningsgrens digitaal te vertalen naar coördinaten. In de brief van [advies- en ingenieursbureau] aan de Provincie van 22 april 2021 staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

De provincie heeft ten behoeve van [natuurgebied] een onteigeningprocedure doorlopen. Ten behoeve van deze onteigeningprocedure zullen 3 nieuwe perceelsgrenzen moeten worden gevormd in het beheersysteem van het kadaster. De Provincie Groningen heeft aan [advies- en ingenieursbureau] gevraagd om de coördinaten van deze nieuwe perceelgrenzen aan te leveren ten behoeve van de verwerking in het beheersysteem van het kadaster.

(…)

Om de coördinaten te kunnen bepalen hebben wij van u een digitale Autocad tekening ontvangen met kenmerk " [kenmerknummer] ". '

Wij hebben dit bestand ingeladen in ons systeem en ter controle van de juiste ligging in het

coördinaten systeem (RD-stelsel) nog een BGT en kadastrale kaart als referentie aan toegevoegd. Uit deze controle bleek dat de aangeleverde tekening op de goede coördinaten lag.

Van de nieuwe perceelsgrenzen hebben wij vervolgens elk knikpunt in de grenslijn voorzien van een coördinaatlabel met een X en Y waarde. Deze coördinaten staan weergegeven op de

bijgevoegde digitale afdruk in PDF formaat. Tevens hebben wij van de 3 grenslijnen een

Exelbestand gemaakt waar ook alle X en Y coördinaten in staan vermeld. Ook dit bestand is als bijlage aan deze notitie toegevoegd.

Als bijlagen daarbij zijn gevoegd een tekening gedateerd op 22 april 2021 met nummer [nummer] en een coördinatenlijst eveneens met nummer [nummer] .

4. Het geschil

in conventie

De Provincie vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat de eigendomsgrenzen van het onteigende zijn

vastgelegd in de notitie van [advies- en ingenieursbureau] van 22 april 2021 met tekening [nummer] en

coördinatenlijst [nummer] (productie 22 bij dagvaarding), waarbij geen twijfel bestaat over de ligging van de eigendomsgrenzen en de grootte die is onteigend;

2. de Provincie te machtigen om bij wijze van reële executie namens [gedaagde]

toestemming in de zin van artikel 104 Kadasterregeling 1994 te verlenen voor

perceelsvorming in overeenstemming met de eigendomsgrenzen van het

onteigende als bedoeld onder 1 hiervoor, zonder onderzoek ter plaatse en

zonder meting, zo nodig met behulp van de controlepunten weergegeven in

productie 23 bij dagvaarding;

3. de Provincie te machtigen om bij wijze van reële executie namens [gedaagde] al

datgene te doen teneinde het ertoe te leiden dat het Kadaster overgaat tot

bijhouding van de kadastrale registers door het definitief maken van de onteigeningsgrenzen zoals omschreven hiervoor onder 1, waarbij tevens wordt toegestaan dat de landmeter op aanwijs van de Provincie, namens zichzelf en namens [gedaagde] de onteigeningsgrenzen ter plaatse inmeet;

4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten en het salaris van de advocaat van de Provincie, te voldoen binnen

veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Provincie, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Provincie, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Provincie in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

[gedaagde] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

1. voor recht te verklaren dat op basis van de thans opgestelde en overgelegde gegevens, zoals het vonnis van de rechtbank d.d. 19 juni 2019 en of het rapport [advies- en ingenieursbureau] d.d. 22 april 2021 de ligging van de eigendomsgrenzen van de bij vonnis d.d. 19 juni 2019 onteigende percelen niet kan worden bepaald;

2. voor recht te verklaren dat voor het bepalen van de onder 1 genoemde eigendomsgrenzen onder leiding van de rechtbank een derde deskundige moet worden aangewezen, bij voorkeur het Kadaster, die op basis van het vonnis d.d. 19 juni 2019, het relaas van bevindingen d.d. 18 september 2020 (productie 2 bij conclusie van antwoord / cva), het ontwerp besluit d.d. 7 oktober 2020 (productie 3 cva) en de kennisgeving van de verificatiemeting d.d. 18 december 2020 (productie 4 cva) en een beoordeling van de situatie ter plaatse de

daadwerkelijke eigendomsgrenzen dient aan te wijzen;

3. de Provincie te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de

nakosten en het salaris van de advocaat van [gedaagde] , te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan der dag der algehele voldoening;

Subsidiair

1. voor recht te verklaren dat de eigendomsgrenzen op grond van het vonnis d.d. 19 juni 2019 kunnen worden aangewezen op basis van het relaas van bevindingen d.d. 18 september 2020 (productie 2 bij conclusie van antwoord / cva), het ontwerp besluit d.d. 7 oktober 2020 (productie 3 bij cva) en de kennisgeving van de verificatiemeting d.d. 18 december 2020 (productie 4 bij cva) en het kadaster te machtigen op basis hiervan tot perceelsvorming over te gaan;

2. de Provincie te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de

nakosten en het salaris van de advocaat van [gedaagde] , te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan der dag der algehele voldoening.

De Provincie voert verweer. De Provincie concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in conventie

De Provincie stelt dat de onteigeningsgrens – ter uitvoering van het onteigeningsvonnis – nader moet worden vastgelegd aan de hand van digitale coördinaten, en moet worden opgenomen in de kadastrale registratie. Volgens de Provincie worden op deze wijze de inschrijvingen in de openbare registers op juiste wijze definitief verwerkt in de kadastrale registers, waarmee de rechtszekerheid is gediend. De Provincie wijst erop dat de onteigeningsgrens onherroepelijk is vastgesteld met het arrest van de Hoge Raad van 6 maart 2020. De Provincie heeft de onteigeningsgrens, zoals weergegeven op de grondtekening, door [advies- en ingenieursbureau] digitaal laten vertalen naar coördinaten en stelt dat de eigendomsgrenzen van het onteigende op basis van die coördinaten in de kadastrale registratie moeten worden vastgelegd.

[gedaagde] voert aan dat uit het onteigeningsvonnis en de bijbehorende stukken niet kan worden afgeleid waar de onteigeningsgrens zich in de praktijk precies bevindt. De op de aanwezige kaarten aangeduide punten – zoals op de kaart bij de notitie van [advies- en ingenieursbureau] – kunnen volgens [gedaagde] niet nauwkeurig op de desbetreffende percelen zelf worden geprojecteerd. [gedaagde] betwist de juistheid van de notitie van [advies- en ingenieursbureau] en voert aan niet over de middelen en/of de mogelijkheden te beschikken om een tegenonderzoek te laten uitvoeren. Bovendien voert [gedaagde] aan dat de door de Provincie gehanteerde onteigeningsgrens zijn bedrijfsvoering onmogelijk maakt, omdat hij daardoor wordt geconfronteerd met het onderhoud van resterende, versnipperde stukjes grond, zoals losse bosschages.

De rechtbank stelt voorop dat hoewel de procedure ziet op de vastlegging van de juridische eigendomsgrens tussen het onteigende en de eigendommen van [gedaagde] , het werkelijke geschil gaat over de feitelijke inpassing van die grens in het veld. Tussen partijen is immers (en terecht) niet in geschil dat de juridische erfgrens tussen de door de Provincie onteigende grond en de eigendommen van [gedaagde] gelijk is aan de grens zoals opgenomen in de grondtekening op basis waarvan de onteigening plaats had. Voor de beoordeling is dan bepalend het antwoord op de vraag of de weergave van de perceelsgrenzen in de notitie met bijlagen van [advies- en ingenieursbureau] overeenkomt met de grondtekening.

De Provincie stelt dat zij de onteigeningsgrens door [advies- en ingenieursbureau] digitaal heeft laten omzetten in coördinaten en zichtbaar heeft gemaakt op een tekening. De landmeter van de Provincie heeft vervolgens de voor digitale vaststelling benodigde controlepunten gemeten en deze – conform de notitie van [advies- en ingenieursbureau] – in kaart en coördinaten weergegeven (productie 23 bij dagvaarding).

[gedaagde] betwist dat (de notitie van) [advies- en ingenieursbureau] de eigendomsgrens correct weergeeft. Volgens hem kan de grens enkel in het veld worden vastgesteld en geeft het onderzoek van [advies- en ingenieursbureau] niet aan waar de grenzen dan (naar de rechtbank begrijpt: in het veld) precies zouden moeten staan althans tot een grillig verloop van de grens zou leiden, waarbij de eigendommen van de Provincie en [gedaagde] elkaar op een onlogische manier opvolgen en tot elkaar verhouden.

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] hiermee onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat [advies- en ingenieursbureau] de grondtekening correct heeft weergeven en van coördinaten heeft voorzien. Dat de grens daarmee een grillig verloop zou kennen en/of lastig in het veld zichtbaar te maken zou zijn, is daarvoor immers niet van belang. Voor zover hij aanvoert niet de middelen en/of mogelijkheden te hebben om een tegenonderzoek te laten uitvoeren, heeft hij niet onderbouwd wat er dan nodig zou zijn en waarom niet van hem gevergd zou kunnen worden om zijn betwisting meer handen en voeten te geven, zodat dit voor zijn risico komt. Nu [gedaagde] de notitie van [advies- en ingenieursbureau] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de daarin vastgelegde coördinaten gelijk zijn aan de eigendomsgrenzen zoals deze uit de grondtekening blijken en dus . De door de Provincie gevorderde en op die stelling gebaseerde verklaring voor recht is daarom toewijsbaar.

Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank het met [gedaagde] eens is dat de grens uit de grondtekening zich moeizaam verhoudt tot de wijze waarop de Provincie het werk heeft uitgevoerd. Zoals ter descente onder andere is geconstateerd zijn delen van het werk op grond van [gedaagde] uitgevoerd en volgt de grenslijn het werk niet op een logische manier. Dit maakt echter niet dat de juridische erfgrens als gevolg van de onteigening op een andere manier komt te liggen dan zoals deze in de grondtekening was opgenomen. Het ligt op de weg van partijen om eventueel nadere afspraken te maken over een andere ligging van de grens. De wens van [gedaagde] tot het maken van dergelijke afspraken is begrijpelijk, maar ter zitting is gebleken dat de Provincie tot het maken van afspraken daarover laat staan het met [gedaagde] daarover in gesprek gaan (in elk geval op dat moment) niet bereid was, zodat het vooralsnog bij die wens blijft, waardoor dat niet van belang is voor de beoordeling in deze zaak.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Provincie gerechtvaardigd belang bij een correcte vastlegging van de onteigeningsgrens in de kadastrale registratie, overeenkomstig de notitie van [advies- en ingenieursbureau] . [gedaagde] is ook in redelijkheid gehouden om zijn medewerking daaraan te geven. Als uitgangspunt moet een schuldenaar echter eerst de gelegenheid hebben om vrijwillig een vonnis na te komen voordat tenuitvoerlegging (middels reële executie) plaatsvindt. In dit geval is geen veroordeling van [gedaagde] gevorderd maar enkel een machtiging om direct door middel van reële executie te komen tot een juiste kadastrale registratie. Dat en waarom er in dit geval direct tot reële executie overgegaan moet worden heeft de Provincie niet toegelicht of onderbouwd. Voor zover het de Provincie hierbij zou gaan om de weigerachtige houding van [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure, is die enkele reden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende.

Een en ander brengt met zich mee dat de gevorderde machtigingen in huidige vorm niet toewijsbaar zijn. De rechtbank ziet aanleiding om de Provincie in de gelegenheid te stellen bij akte haar vorderingen op dit punt te wijzigen, waarna [gedaagde] nog de gelegenheid krijgt om een antwoordakte te nemen.

in reconventie

Gelet op wat hiervoor in conventie is overwogen zijn de vorderingen van [gedaagde] in reconventie reeds om die reden niet toewijsbaar en deze zullen te zijner tijd bij eindvonnis worden afgewezen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om [gedaagde] nog, conform zijn verzoek ter zitting, de gelegenheid te geven (nader) bij akte op de conclusie van antwoord in reconventie te reageren.

voorts in conventie en in reconventie

In afwachting van de aktewisseling als hiervoor onder 5.9 bedoeld zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

in conventie

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 juli 2025 voor akte aan de zijde van de Provincie als hiervoor bedoeld onder 5.9, en dat [gedaagde] na het nemen van die akte de gelegenheid zal krijgen voor het nemen van een antwoordakte,

in conventie en in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

908

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?