RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263775496
zaaknummer: 11669577 BU VERZ 25-854
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 13 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 16 januari 2024, om 14:17 uur, op de A32 L in Grou, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 389,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 13 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. De kantonrechter oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen hoe zij tot dat oordeel komt.
Standpunten
3. Betrokkene ontkent dat zij een mobiele telefoon vasthield. Er is alleen te zien dat betrokkene een zwart voorwerp vasthad. Op de foto is niet te zien dat het voorwerp een mobiel elektronisch apparaat is. De vorm is ook niet vast te stellen. De agent heeft de vermeende overtreding digitaal vastgesteld. Voor deze overtreding geldt een instructie, waarin wordt beschreven hoe moet worden vastgesteld dat er sprake is van een mobiel elektronisch apparaat. Hoewel door weggebruikers geen rechten kunnen worden ontleend aan de instructie, geeft deze wel aan dat er hoge standaarden gelden voor het vaststellen van de overtreding. Hier wordt niet aan voldaan. De agent stelt op basis van de foto, welke geen uitsluitsel biedt over het voorwerp dat wordt vastgehouden, de verkeersovertreding vast. De agent beschikt over dezelfde foto als de foto die in het dossier aanwezig is. Deze is onvoldoende om de verkeersovertreding vast te stellen. Daarnaast betwist betrokkene de overtreding, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen.
4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. De foto is voldoende duidelijk. Er is een zwart voorwerp te zien. Betrokkene kijkt met haar hoofd gericht naar het voorwerp. Dit is voldoende aanleiding om vast te stellen dat het om een mobiele telefoon gaat. Ze heeft bovendien ook niet aangevoerd wat het voorwerp wel kan zijn. Daarnaast is de enkele betwisting van de overtreding, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende om te twijfelen aan de verkeersovertreding.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verbalisant verklaart dat hij op het bedienscherm van het camerasysteem zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. In het dossier bevinden zich de foto’s van de overtreding. Betrokkene houdt in haar rechterhand naast het stuur, een donkerkleurig, rechthoekig voorwerp vast. Zij zit gedraaid naar het voorwerp te kijken. Gelet op de foto’s in het dossier ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Op basis van de houding van betrokkene en de vorm van het voorwerp, kan worden vastgesteld dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Daarbij betrekt de kantonrechter dat betrokkene geen verklaring heeft gegeven over wat voor voorwerp ze dan wel vast had.
7. Daarbij is de enkele, niet-onderbouwde, betwisting van de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen, naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te twijfelen aan de gegevens in het zaakoverzicht. Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens voldoende worden vastgesteld dat de verkeersovertreding door betrokkene is verricht. In het door de gemachtigde gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven de boete te matigen. Er is geen sprake van schending van de redelijke termijn. De boete is terecht opgelegd.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
S.N. Noordenbos, griffier mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.