ECLI:NL:RBNNE:2025:4906

ECLI:NL:RBNNE:2025:4906, Rechtbank Noord-Nederland, 04-12-2025, 18/347430-24

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 18/347430-24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Assen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2025:4907
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben twee vuurwapens en verschillende soorten munitie. Tevens is in de schuur in de woning van verdachte een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen, heeft hij zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit en heeft hij zowel soft- als harddrugs voorhanden gehad. De rechtbank komt tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[verdachte] ,

Beoordeling van het bewijs

Feit 1

Feiten 2 en 3

Feit 4

Feit 5

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van verdachte

Strafmotivering

Toepassing van wetsartikelen

Uitspraak

De rechtbank

een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/347430-24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 december 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 november 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn,

2

hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 960 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine en/of MDMA, zijnde methamfetamine en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3

hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn opzettelijk aanwezig heeft gehad

4

hij in of omstreeks de periode 30 mei 2024 tot en met 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk

aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres ] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 107 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5

hij in of omstreeks de periode 30 mei 2024 tot en met 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht feiten 1, 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 november 2025;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 oktober 2024, opgenomen op pagina 65 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024299186 d.d. 26 februari 2025, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 november 2024, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 5 november 2024, opgenomen op pagina 148 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;

5. een geschrift, inhoudende een rapport NFiDENT d.d. 4 november 2024, opgenomen op pagina 151 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van ing. M. Visser - van Leeuwen;

6. een geschrift, inhoudende een Onderzoek aan paddenstoelen d.d. 16 december 2024, opgenomen op pagina 152 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van dr. A.F.W.M. Wolterink.

De rechtbank acht feiten 1, 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn,

2.

hij op 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 960 gram MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3.

hij op 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn opzettelijk aanwezig heeft gehad

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4.

hij in de periode 30 mei 2024 tot en met 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan [adres ] , een hoeveelheid van in totaal ongeveer 107 hennepplanten, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

5.

hij in de periode 30 mei 2024 tot en met 31 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Borger-Odoorn, een hoeveelheid elektriciteit, dat geheel aan Enexis Netbeheer B.V. toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

3. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

4. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

5. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte zijn lesje heeft geleerd en zijn zaken inmiddels goed op orde heeft. Zo heeft hij zijn schulden afgelost, werk gevonden en is de gestolen elektriciteit inmiddels betaald. Verder heeft verdachte ter zitting aangegeven dat hij de nodige problemen heeft ondervonden van de huidige strafzaak, zoals de sluiting van zijn woning. De raadsman heeft daarom verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen aan verdachte maar te volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat ook daarmee uiting kan worden gegeven aan de zwaarte van de zaak. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf kan gecombineerd worden met de maximale taakstraf van 240 uur.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 oktober 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft twee half-geladen vuurwapens en meerdere soorten munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dat vuurwapens een gevaar vormen voor de samenleving blijkt wel uit het feit dat er regelmatig vuurwapenincidenten plaatsvinden.

Tevens is in de schuur in de woning van verdachte een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Door hennep te telen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de illegale handel in en verspreiding van softdrugs. Daarmee is verdachte voorbijgegaan aan het gegeven dat softdrugs, zoals hennep, stoffen zijn die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de gezondheid en dat hennepteelt veelal gepaard gaat met andere criminaliteit. Naast softdrugs heeft verdachte harddrugs, te weten bijna een kilogram MDMA aanwezig gehad. Ten slotte, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. Door het illegaal aftappen van elektriciteit wordt niet alleen de energiemaatschappij financieel benadeeld, maar dit leidt ook vaak tot gevaarlijke situaties, zoals kortsluiting en brand.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies ten behoeve van de inhoudelijke behandeling. Uit voornoemd advies blijkt dat vermoedelijk een financieel motief, middelengebruik, een hang naar sensatie en een procriminele houding aan de ten laste gelegde feiten ten grondslag liggen. Verdachte zou dermate zijn geschrokken van zijn aanhouding dat de inschatting van de reclassering is dat hij zich niet nogmaals schuldig zal maken aan het opzetten van een hennepkwekerij. In het gesprek met de reclassering zou verdachte hebben aangegeven dat hij gestopt is met het gebruik van cannabis, hetgeen als een mogelijk beschermende factor wordt gezien. De kans op recidive wordt ingeschat als laag en de reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Interventies en toezicht zijn niet nodig omdat er geen hulpvraag aanwezig is, verdachte geen middelen meer gebruikt en hij onder de indruk lijkt te zijn van de gevolgen van zijn delictgedrag.

De straf

Gelet op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS en de ernst van de feiten - waarbij met name zwaar wordt gewogen aan het aantreffen van twee vuurwapens - kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een taakstraf gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsman is bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van het handelen van verdachte.

De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte wel redenen om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Daartoe wordt overwogen dat uit het dossier en hetgeen is besproken ter terechtzitting blijkt dat verdachte geen doorgewinterde crimineel is, maar dat hij meer toevalligerwijs in deze situatie is gerold. Bovendien houdt de rechtbank rekening met de reumatische klachten van verdachte en de invloed daarvan op zijn leven.

De rechtbank komt, alles afwegende, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk - met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht - en daaraan gekoppeld een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vier maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Dijkstra, voorzitter, mr. M.M. Spooren en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. M.W. ten Brinke, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 december 2025.

Mrs. Dijkstra en Spooren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Dijkstra
  • mr. M.M. Spooren
  • mr. H.M. Lenting

Griffier

  • mr. M.W. ten Brinke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?