RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verschoningskamer
Locatie Leeuwarden
zaaknummer: C/18/250480/KG RK 25/359
beslissing van de meervoudige kamer van 4 december 2025 op het verzoek tot verschoning van
mr. H. Hanssen
rechter in deze rechtbank,
in de zaken van:
[eiser]
eiser,
zonder vaste woon- en verblijfplaats in Nederland,
gemachtigde: mr. T.M. van der Wal,
tegen
de Immigratie- en Naturalisatiedienst verweerder,
procesvertegenwoordiging, locatie Zwolle
Zuiderzeelaan 43, 8017 JV Zwolle.
1. Het procesverloop
Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster bestuursrecht, locatie Groningen, zijn de zaken aanhangig bekend onder de zaaknummers [zaaknummer] , [zaaknummer] , [zaaknummer] en [zaaknummer] .
Op 1 december 2025 heeft mr. H. Hanssen (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
2. Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan
Aan haar verschoningsverzoek heeft de rechter ten grondslag gelegd dat een
oud-collega van de rechter betrokken is bij de zaken als gemachtigde van de verweerder. Vanwege de betrokkenheid van de oud-collega voelt de rechter zich niet vrij om de zaken te behandelen. Teneinde de schijn van partijdigheid te voorkomen, heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend.
Uit artikel 8:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige
omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaken een
beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor
verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit
betekent dat de behandeling van de zaken door een andere rechter moet worden overgenomen.
3. Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning van mr. H. Hanssen toe;
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- mr. H. Hanssen;
- de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. H. Hanssen werkzaam is;
- de partijen in de hoofdzaken.
Aldus gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. I. Zetstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Toussaint als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
griffier voorzitter
Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.