RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11692842 \ CV EXPL 25-2767
Vonnis van 4 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Smit,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 18 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
In september 2024 heeft [gedaagde] een boot van het merk en type Bayliner 2556 (hierna: de boot) via internet te koop aangeboden. In de advertentie stond, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“Bayliner Capri flybridge € 14.500 (..) Nette boot ! Bekleding rondzit en matras zijn nieuw in bestelling !. Boot is uitgerust met een v8 cobra die recent onderhoud aantoonbaar heeft gehad , boot is voorzien van alle gemakken incl nieuwe complete kap twv 3150€ . Boot heeft 6 slaapplaatsen. Wc douche , A lle boekjes van aankoop tot nu aanwezig . Boven en beneden besturing werken goed . Boot is 8 meter en 3 meter breed en weegt 2500 kilo . Bezorgen eventueel mogelijk . Inruil welkom”
Tussen partijen is een koopovereenkomst tot stand gekomen waarbij [eiser] de boot van [gedaagde] heeft gekocht tegen een koopprijs van € 10.000,00. Van dit bedrag is € 6.000,00 in geld betaald en € 4.000,00 voldaan door middel van de inruil van een boot van [eiser] .
Op 19 oktober 2024 is de boot te Winschoten aan [eiser] geleverd.
[eiser] is vervolgens met de boot de haven uitgevaren. Na 200 meter varen is de boot volgens hem onbestuurbaar geraakt.
[eiser] heeft de boot naar de kant gedreven en de boot daar vastgelegd, op een plek die geen normale ligplek is. Daar heeft de boot gelegen, tot de boot in februari 2025 naar Bootservice Groningen is vervoerd.
3. Het geschil
[eiser] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij vooraad:
I. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van schade/ kosten van [eiser] voor wat betreft herstel van de aandrijving van € 6.537,42 en de transportkosten van € 1.452,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
II. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van schade/ kosten van [eiser] voor het vernieuwen van de kap van € 3.150,00, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede tot betaling van de schade/ kosten, wat betreft herstel van de overige gebreken, waarvan de hoogte van de schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente;
III. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
[gedaagde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van overeenkomst doordat de geleverde boot niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Volgens [eiser] is sprake van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
[gedaagde] voert verweer.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt voorop dat in het midden kan blijven of sprake is van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW. Ook in het geval van een consumentenkoop moeten de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt.
Ter zitting heeft [eiser] toegelicht dat hij bij het wegvaren de motor even in neutraal en in de achteruitstand had gezet en dat de gashendel niet meer in de vooruitstand kon worden gezet, waardoor de boot na 200 meter varen onbestuurbaar was geworden. [eiser] stelt dat hij direct contact heeft opgenomen met [gedaagde] nadat hij de boot had aangelegd aan de kade. Volgens [eiser] was [gedaagde] niet bereid om te helpen omdat [eiser] zelf de gashendel kapot zou hebben gemaakt. [eiser] stelt vervolgens genoodzaakt te zijn geweest zelf onderzoek te doen naar het probleem. Volgens [eiser] was sprake van slijtage. [eiser] stelt tijdens dit onderzoek ook tot de ontdekking te zijn gekomen dat diverse andere zaken bleken te ontbreken of niet naar behoren werkzaam waren. Bij Bootservice Groningen bleek volgens hem onder meer dat de adapter en het staartstuk vervangen moesten worden. Volgens [eiser] kan op basis van de door hem geconstateerde gebreken worden geconcludeerd dat de geleverde boot niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
[gedaagde] betwist dat de boot bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] de boot geïnspecteerd en hebben zij samen de mankementen langsgelopen. [eiser] heeft de boot volgens [gedaagde] goed bevonden zoals deze zich in de staat van verkoop bevond. Daarbij heeft [eiser] kenbaar gemaakt zelf automonteur te zijn en dat hij zelf de mankementen zou verhelpen. [gedaagde] voert aan dat de boot 35 jaar oud is en dat het daarom kan gebeuren dat er een kabel losraakt van de gashendel, bijvoorbeeld als de bediening wild van de vooruit- in de achteruitstand wordt geplaatst. Ter zitting heeft [gedaagde] toegelicht twee weken nadat [eiser] de boot heeft aangelegd naar de boot te zijn gegaan om het probleem te bekijken. Hij zag dat [eiser] alles los had gehaald en dat de boot total loss was. Volgens [gedaagde] heeft Bootservice Groningen geconstateerd dat iets in het staartstuk onder de kabels kapot was gegaan, ofwel door ruw gebruik, ofwel door pech na 35 jaar.
Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW dient een afgeleverde zaak aan de overeenkomst te beantwoorden. Uit het tweede lid volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien zij niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Of daarvan in dit geval sprake is, valt niet meer te achterhalen. [gedaagde] heeft immers onweersproken en gemotiveerd aangevoerd dat, voordat hij het gebrek kon controleren, [eiser] allerlei zaken had losgetrokken en had veranderd. Verder staat vast dat de boot na levering aanzienlijke schade heeft opgelopen doordat [eiser] de boot langere tijd onbeheerd heeft achtergelaten aan een stalen kade in een kanaal [eiser] had de boot terug naar de haven moeten (laten) brengen, zodat [gedaagde] zich over het gestelde gebrek had kunnen uitlaten en de boot geen verdere schade had opgelopen.
Aangezien niet meer kan worden achterhaald waardoor de boot onbestuurbaar is geworden kan niet worden geconcludeerd dat de geleverde boot niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat als, zoals [eiser] stelt, sprake was van slijtage, dat gelet op de leeftijd van de boot in beginsel voor zijn rekening en risico komt.
Nu er niet van kan worden uitgegaan dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de schade aan de boot, is hij evenmin verantwoordelijk is voor de aan die schade verbonden transportkosten. De kantonrechter wijst de desbetreffende vorderingen daarom af.
Ten aanzien van gevorderde vergoeding van een nieuwe kap heeft [eiser] ter zitting verklaard dat hij bij de inspectie van de boot heeft gezien dat de kap niet nieuw is, zodat hij zich heeft gerealiseerd dat geen sprake was van een nieuwe kap. Niettemin is hij, zonder vragen te stellen over de kap, overgegaan tot de aankoop van de boot. Het moet er daarom voor worden gehouden dat met betrekking tot de staat van de kap sprake is van wilsovereenstemming, ongeacht de omschrijving van de kap in de advertentie. Ook op dat punt moet de vordering dan ook worden afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] in persoon procedeert en ter zitting is verschenen, worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] op grond van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering begroot op een bedrag van € 100,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.
64192