RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264721316
zaaknummer: 11606658 BU VERZ 25-619
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Adviesbureau Skandara.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R574 – ‘tegen de rijrichting inrijden op een rotonde (bord D1, verplichte rijrichting)’, verricht op 26 februari 2024, om 13:36 uur, op de Jeltewei in Hommerts, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene betwist de overtreding. Hij heeft niet tegen de rijrichting in gereden op de rotonde. Hij is rechtdoor overgestoken, dat is volgens betrokkene iets anders dan tegen de rijrichting in rijden. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat betrokkene door rechtdoor te rijden, in strijd heeft gehandeld met de verplichte rijrichting die door verkeersbord D1 werd aangegeven.
Overwegingen
5. Uit het dossier blijkt dat ter plaatse een bord D1 staat, dat aangeeft dat een verplichte rijrichting gevolgd moet worden op de rotonde. Door rechtdoor over de rotonde te rijden, heeft betrokkene in strijd met die verplichte rijrichting gehandeld. Daarvoor is namelijk niet vereist dat de rotonde linksom wordt gereden – al het andere dan rechtsom rijden is tegen de rijrichting in. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot wijziging van de boete.
7. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding afwijzen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.