RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266313270
zaaknummer: 11635179 BU VERZ 25-739
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 9 mei 2025, om 13:34 uur, op het Hellingpad in Dokkum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. Betrokkene is niet verschenen.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat men op Hemelvaartsdag vrij mocht parkeren zonder verdere voorwaarden voor plekken met blauwe strepen. Hij heeft de blauwe streep over het hoofd gezien. Het was rustig en hij had dus geen enkele reden om verkeerd te parkeren.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het vrij parkeren alleen gold voor de parkeerplaatsen waarvoor anders parkeergeld betaald moest worden. De blauwe zone geldt ook op feestdagen. Deze vergissing komt volgens haar voor rekening en risico van betrokkene en de omstandigheden kunnen volgens haar niet leiden tot wijziging van de boete.
Overwegingen
5. Op de foto’s in het dossier is te zien dat betrokkene bij een blauwe streep heeft geparkeerd, zonder dat een parkeerschijf zichtbaar achter de voorruit was geplaatst.
Betrokkene stelt dat op die dag vrij parkeren was en er geen voorwaarden werden vermeld voor parkeerplaatsen bij een blauwe streep. Hij heeft een foto overgelegd van de parkeerautomaat, waar op stond dat het vrij parkeren was.
Uit raadpleging van Google Street View is de kantonrechter gebleken dat het parkeerterrein in twee delen is verdeeld: de ene kant is betaald parkeren en de andere kant is voor maximaal twee uren parkeren met een parkeerschijf, zoals aangegeven door het bord en de blauwe strepen op het wegdek.
Het vrij parkeren op feestdagen geldt voor de zijde waar betaald parkeren geldt. De plicht om aan de andere kant een parkeerschijf neer te leggen en de parkeerduur van maximaal twee uren, worden niet opgeschort door het vrij parkeren aan de andere kant. Er hoeft immers geen parkeergeld betaald te worden bij een blauwe streep, omdat een maximale parkeerduur met parkeerschijf geldt. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. Dat betrokkene de blauwe streep en de borden waarop de regels voor de blauwe zone staan aangegeven niet zijn opgevallen, komt voor zijn rekening en risico. Dat hij niet bewust verkeerd heeft geparkeerd doet niet ter zake; voor oplegging van de boete is opzet geen vereiste. De kantonrechter ziet geen reden om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.