ECLI:NL:RBNNE:2025:5123

ECLI:NL:RBNNE:2025:5123, Rechtbank Noord-Nederland, 12-09-2025, C/18/246209 / KG ZA 25-126

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 12-09-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/18/246209 / KG ZA 25-126
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Ontruiming woning na sluiting door gemeente in verband met wapenbezit.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C/18/246209 / KG ZA 25-126

Vonnis in kort geding van 12 september 2025

in de zaak van

STICHTING ACANTUS,

te Veendam,

eisende partij,

hierna te noemen: Acantus,

advocaat: mr. H.G.E. Klatter,

tegen

[gedaagde] ,

wonende op een geheim adres, woonplaats kiezende op het kantooradres van haar advocaat,gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. W.G. ten Have.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de producties van Acantus;

- de conclusie van antwoord met producties van [gedaagde] ;- de mondelinge behandeling van 3 september 2025; namens Acantus is verschenen [naam] , vergezeld van mr. Klatter; [gedaagde] is verschenen, vergezeld van

mr. P.C. Schutte, kantoorgenoot van mr. Ten Have;- de pleitnota van Acantus;

- de pleitnota van [gedaagde] .

2. De feiten

Acantus heeft sedert 24 december 2015 de woning aan de [adres] (verder: de woning) verhuurd aan [gedaagde] . De huidige huurprijs van de woning bedraagt € 636,91 per maand.

Op 6 november 2024 heeft de politie-eenheid Noord-Nederland een vuurwapen en munitie aangetroffen in de woning.

In verband met de omstandigheid dat in de woning wapens en munitie zijn aangetroffen heeft de burgemeester van de gemeente Oldambt bij besluit d.d. 8 juli 2025 besloten tot sluiting van de desbetreffende woning voor de duur van drie maanden ingaande op 23 juli 2025 vanaf 10.00 uur tot en met 23 oktober 2025 te 10.00 uur.

[gedaagde] heeft ter zake van het besluit tot sluiting een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechter van de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank. Bij uitspraak van 25 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en heeft bepaald dat de woning wordt gesloten van 30 juli 2025 om 10.00 uur tot 30 oktober 2025.

De sluiting van de woning is voor Acantus reden geweest om over te gaan tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst ex artikel 7:231 lid 2 BW per 30 juli 2025.

3. Het geschil

De vordering van Acantus strekt ertoe:

A. [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een zodanige termijn als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, het pand aan de [adres] leeg en ontruimd aan Acantus op te leveren en vervolgens ontruimd te houden en daartoe dit pand met alle daarin aanwezige personen, zaken en dieren tenzij deze laatste het eigendom van Acantus zijn, te

ontruimen en dit onder afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen

van Acantus, indien en zodra de burgemeester de mogelijkheid biedt de woning vrijelijk te betreden voor een ontruiming dan wel uiterlijk binnen zeven dagen na de definitieve opheffing van de sluiting van de woning door de burgemeester;

B. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag per maand aan Acantus ter zake van een schadevergoeding van € 636,91 per maand of een gedeelte daarvan, dat huurder in gebreke zal blijven het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van Acantus te stellen, zulks ingaande op het tijdstip van de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, onder voorbehoud van de (wettelijk) toegestane huurverhogingen;

C. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, waaronder begrepen het salaris en de verschotten van Acantus’ gemachtigde. te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 157,00 zonder betekening, dan wel € 239,00 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen die termijnen plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf veertien dagen na de uitspraak van het vonnis.

4. De beoordeling

Uit de aard van het gevorderde volgt reeds dat Acantus daarbij voldoende spoedeisend belang heeft.

De voorzieningenrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een – diepgaand – onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare

gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

De bevoegdheid om de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW zonder rechterlijke tussenkomst te ontbinden, kan worden gebaseerd op het enkele feit dat de burgemeester van de gemeente Oldambt een sluitingsbevel in de zin van art. 174a van de Gemeentewet heeft genomen. Bij die ontbindingsbevoegdheid is niet relevant of de huurder in de nakoming van haar verplichtingen is tekortgeschoten. De beoordeling van het sluitingsbevel en de mogelijkheid dat nog aan te tasten, is daarbij voor de civiele rechter ook niet van belang.

In uitzonderlijke gevallen is wel denkbaar dat het beroep op een dergelijke ontbinding van de huurovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dan wel dat de verhuurder daarbij misbruik van deze vergaande bevoegdheid heeft gemaakt (zie gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6140). [gedaagde] heeft echter geen feiten of omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat geconcludeerd moet worden dat van een dergelijk uitzonderlijk geval sprake is. Voorshands is moet er dan ook vanuit worden gegaan dat de huurovereenkomst is ontbonden, zodat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarom is de gevorderde ontruiming toewijsbaar.

[gedaagde] heeft verzocht om bij toewijzing van het gevorderde dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, althans de ontruimingstermijn te bepalen op ten minste anderhalf jaar na het wijzen van dit vonnis.

Beide verzoeken acht de voorzieningenrechter onverenigbaar met de aard van dit kort geding dat er juist op gericht is om op korte termijn een voorziening te treffen. Daarom worden deze verzoeken worden afgewezen.

Gelet op het vorenoverwogene worden de gevraagde voorzieningen toegewezen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet de uiterlijke ontruimingsdatum vast te stellen op zeven dagen na de definitieve opheffing van de sluiting van de woning door de burgemeester, te weten 6 november 2025.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Acantus worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

714,00

- salaris advocaat

1.107,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.144,45

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op 6 november 2025 het pand aan de [adres] leeg en ontruimd aan Acantus op te leveren en vervolgens ontruimd te houden en daartoe dit pand met alle daarin aanwezige personen, zaken en dieren tenzij deze laatste het eigendom van Acantus zijn, te ontruimen en dit onder afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen van Acantus;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag per maand aan Acantus ter zake van een schadevergoeding van € 636,91 per maand of een gedeelte daarvan, dat [gedaagde] in gebreke zal blijven het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van Acantus te stellen, zulks ingaande op het tijdstip van de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, onder voorbehoud van de (wettelijk) toegestane huurverhogingen;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.144,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.

js (319)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?