ECLI:NL:RBNNE:2025:5154

ECLI:NL:RBNNE:2025:5154, Rechtbank Noord-Nederland, 15-12-2025, LEE 25/5115

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 15-12-2025
Datum publicatie 15-12-2025
Zaaknummer LEE 25/5115
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0024779

Samenvatting

Bouwplan voor 139 appartementen op het voormalige Hoefijzerterrein (herontwikkeling) in de wijk Helpman (Groningen). Omgevingsvergunning voor de activiteit vellen van bomen en houtopstanden. Crisis- en herstel (Chw) van toepassing. Gronden in het verzoek zijn deels nieuwe gronden en buiten de beroepstermijn van artikel 1.6a van de Chw ingediend. Die gronden worden buiten beschouwing gelaten. Ondanks het niet actualiseren van de bomen-effect-analyse (BEA) heeft het college de BEA aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Belangen van behoud van het groen voldoende in kaart gebracht en afgewogen tegen belangen van verwijdering. Ruimtelijke ontwikkeling is een dringende reden in de zin van de Beleidsregel. College heeft groot gewicht mogen toekennen aan belang van de woningbouwopgave en het tegengaan van woningnood in de stad Groningen.

Uitspraak

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage

Artikel 8:81

1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

(…).

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.2

1. Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om:

(…),

g. houtopstand te vellen of te doen vellen,

(…),

geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.

Algemene plaatselijke verordening Groningen 2021

Artikel 4:8 Begripsomschrijvingen

1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. boom: Een houtachtig, overblijvend gewas. Deze is vergunningplichtig indien de boom een dwarsdoorsnede van de stam heeft van minimaal 20 centimeter op

1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam

b. hakhout: Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

c. houtopstand: één of meer bomen, hakhout of een beplantingsvak van bosplantsoen van meer dan >100m² met een natuurlijke groeihoogte van meer dan twee meter.

Artikel 4:9 Velverbod

1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.

Artikel 4:11 Beslissing op aanvraag

1. Het bevoegd gezag verleent in beginsel geen velvergunningen anders dan na een zorgvuldige belangenafweging op basis van minimaal één van de criteria “waardering”, “overlast”, “kwaliteit” en “dringende redenen”. De aanvrager dient duidelijk te maken waarom naar zijn mening de vergunning noodzakelijk is.

2. Het college stelt met betrekking tot de in het vorige lid genoemde criteria en de te maken afweging beleidsregels vast.

Artikel 4:14 Herplant/instandhoudingsplicht

1. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond, waarop de houtopstand bevond, dan wel aan degene, die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting op te leggen tot herbeplant over te gaan. De voorschriften als genoemd in artikel 4:9 vierde, vijfde en zesde zijn hier ook van toepassing.

2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.

Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022

Artikel 1 Definities

I. potentieel monumentale houtopstand:

de houtopstand die voldoet aan de hierna te noemen basisvoorwaarden en aan tenminste één van de hierna te noemen specifieke voorwaarden:

1. basisvoorwaarden:

- tussen 35 en 50 jaar oud;

- voldoende conditie; minimaal 10 à 15 jaar nog te leven;

2. specifieke voorwaarden:

- onderdeel ecologische infrastructuur;

- onderdeel karakteristieke boom groep/laanbeplanting;

- onderdeel zeldzame biotoop;

- zeldzaam, gedenkboom;

- bepalend voor de omgeving;

- herkenningspunt.

Artikel 2 Toetsing aanvraag omgevingsvergunning

1. Het college toetst een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Hierbij toetst het college op de criteria ‘kwaliteit’, ‘overlast’, ‘dringende reden’ of ‘waardering’.

2. Het college toetst voor het criterium ‘waardering’ en maakt een belangenafweging met minimaal één van de volgende aspecten:

a. onderdeel van de groenstructuur;

b. leefbaarheid;

c. esthetische waarde;

d. monumentale c.q. cultuurhistorische waarde;

e. potentieel monumentale houtopstand;

f. zeldzaamheid (dendrologische waarde);

(…);

7. Het college toetst voor het criterium ‘dringende reden’ de volgende aspecten:

a. ruimtelijke ontwikkeling;

b. bouwplan;

c. rendementsverlies energie-opwekkers;

d. sloopmelding;

e. groot onderhoud.

(…);

9. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een vastgestelde Boom Effect Analyse (BEA) bij te voegen zoals opgesteld volgens de richtlijn BEA, opgesteld door de landelijke Bomenstichting en CROW. Deze BEA moet conform deze richtlijn worden opgesteld vanaf de initiatieffase als een doorlopend advies.

a. Het college stelt de BEA vast indien er sprake is van een negatieve balans op de houtopstand, en/of er sprake is van geveld houtopstand in Stedelijke Ecologische Structuur (SES)gebied ongeacht de groenbalans, en/of als er sprake is van het vellen van monumentaal houtopstand ongeacht de groenbalans;

b. Het college mandateert in de overige gevallen de teamleider VTH tot het vaststellen van de BEA.

(…);

11. Indien een financiële compensatie aan de omgevingsvergunning vellen van een houtopstand is verbonden, mag de houtopstand niet worden geveld dan nadat de opgelegde financiële compensatie in het compensatiefonds is gestort.

Artikel 3 Eisen aan een Boom Effect Analyse

1. Een BEA dient opgesteld te zijn conform de richtlijn Boom Effect Analyse, zoals opgesteld door de Bomenstichting en het CROW en dient de volgende aanvullende onderdelen te omvatten:

a. het aantal bomen, en de oppervlakte houtopstand;

b. boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke naam);

c. diameter van de stam op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld;

d. schaalvaste tekening waarop de ingemeten bomen (met weergave van de kroonprojectie) staan weergegeven;

e. unieke boomnummering: op de tekening vermelding van een verkort nummer, in de inventarisatielijst vermelding van zowel het verkorte als het gemeentelijke boomnummer;.

f. staat de boom in de basisgroenstructuur, bomenhoofdstructuur of stedelijke ecologische structuur (uitkomsten onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming opnemen);

g. verplantbaarheid (nader onderzoek wortelpakket, ligging kabels en leidingen, transport mogelijkheden, nieuwe locatie);

h. conditie van de boom (op basis van Roloff);

i. opdruk van verharding door boomwortels;

j. bijzonderheden van de boom (meerstammig, leiboom, knotboom, gedenkboom e.d.);

k. (potentiële) monumentale boom;

l. herplant in het projectgebied of in de directe omgeving (straal 500 meter) van het projectgebied;

m. de hoogte van de eventuele financiële compensatie.

Artikel 4 Herplantplicht en groencompensatie

1. Het college legt voor iedere gevelde houtopstand een herplantplicht voor een nieuwe houtopstand op, hetzij op dezelfde locatie, hetzij in de directe omgeving (binnen 500 meter) tenzij:

1. De standplaats van de houtopstand vanwege een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnt en er binnen het projectgebied of in de directe omgeving van het projectgebied geen geschikte ruimte voor een nieuwe houtopstand is dient een compensatie als bepaald in artikel 6 in het groencompensatiefonds te worden gestort;

(…).

Artikel 6 Financiële compensatie

1. Indien vanwege een ruimtelijke ontwikkeling de houtopstand (volgens een door het college vastgestelde BEA) afneemt, legt het college een financiële compensatie op.

2. De financiële compensatie voor te vellen hakhout, bosplantsoen en (lint)begroeiing met een minimale oppervlakte van 100 m2 en een natuurlijke groeihoogte van

> 2 meter, bedraagt € 42,50 per m2;

3. De financiële compensatie voor een vanwege een ruimtelijke ontwikkeling gevelde houtopstand, en voor een niet zijnde een ruimtelijke ontwikkeling gevelde houtopstand, wordt bepaald aan de hand van de nominale waarde van de gevelde en aangeplante bomen. Deze waarde wordt bepaald conform de meest recente richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Bij een gedeeltelijke compensatie in of in de directe omgeving van een project door aanplant, dient de financiële compensatie berekend te worden op basis van de gemiddelde nominale waarde van de te vellen bomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?