ECLI:NL:RBNNE:2025:5155

ECLI:NL:RBNNE:2025:5155, Rechtbank Noord-Nederland, 01-12-2025, LEE 25/3789

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 15-12-2025
Zaaknummer LEE 25/3789
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfspanden. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Uitspraak

[verzoekers], uit [woonplaats], verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] uit [woonplaats] (de vergunninghouder).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfspanden. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Met het besluit van 21 mei 2025 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfspanden. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt en als onverwijlde spoed dat vereist.De voorzieningenrechter beoordeelt in het kader van het verzoek de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning en daarmee de kans van slagen van het bezwaar en zij weegt de belangen van partijen bij het al dan niet treffen van een voorlopige voorziening.

3. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, gebeurt door toezending of uitreiking aan deze belanghebbenden. Als een bezwaarschrift te laat is ingediend, kan het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

In de brief van 27 oktober 2025 heeft het college de voorzieningenrechter laten weten dat het bezwaarschrift is ingediend buiten de daarvoor geldende termijn, waardoor het besluit onherroepelijk in werking is getreden. Uit deze brief van het college maakt de voorzieningenrechter op dat het college van mening is dat het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk is en het verzoek om voorlopige voorziening om die reden moet worden afgewezen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het college het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen heeft bekendgemaakt op 21 mei 2025 door toezending daarvan aan de vergunninghouder. Daarom kon een bezwaarschrift worden ingediend op uiterlijk 3 juli 2025. Verzoekers hebben het bezwaarschrift ingediend op 19 oktober 2025. Dat betekent dat het bezwaarschrift te laat is ingediend.

Het college heeft het besluit de omgevingsvergunning te verlenen op 3 juni 2025 gepubliceerd in het Gemeenteblad. In deze publicatie heeft het college de datum van bekendmaking vermeld en daarbij benoemd dat binnen zes weken na die datum een bezwaarschrift kon worden ingediend. De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit daarmee ruim binnen de bezwaartermijn is gepubliceerd, zodat het op de weg van verzoekers lag om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Op 27 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter verzoekers verzocht aan te geven waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Hierop hebben verzoekers niet gereageerd. Gelet daarop is niet gebleken dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eisers in verzuim zijn geweest.

Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.D.M. Nijbroek, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?