RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beslissing
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/245268 KG RK 25-190
Beslissing van 7 juli 2025
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. R. Bootsma,
rechter in deze rechtbank.
1. De procedure
Op 19 juni 2025 heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.
2. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. R. Bootsma.
3. De beoordeling
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer is geen sprake van een gemotiveerd wrakingsverzoek in de zin van de wet. Hiertoe overweegt de voorzitter dat verzoekster in haar wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht waardoor volgens haar de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Gelet hierop verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoekster van 19 juni 2025 van de rechter in de procedure met nummer [nummer] niet-ontvankelijk.
4. De beslissing
De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 19 juni 2025 van verzoekster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.