RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11951748 \ VV EXPL 25-134
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
STICHTING ACANTUS,
te Veendam ,
eisende partij,
hierna te noemen: Acantus ,
gemachtigde: mr. H.G.E. Klatter,
tegen
NVO INKOMENSBEHEER B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna apart te noemen: NVO en [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de nagekomen producties van Acantus ,- de mondelinge behandeling van 2 december 2025. Namens Acantus is mevr. [bewonersconsulent] (bewonersconsulent) verschenen, bijgestaan door mr. Klatter. Namens NVO zijn mevr. [bewindvoerder 1] en mevr. [bewindvoerder 2] (beiden bewindvoerders) verschenen. Ook is [gedaagde] verschenen. Door de griffier aantekeningen zijn gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken,- de spreekaantekeningen van Acantus .
2. De feiten
Vanaf 8 december 2014 zijn de goederen en gelden van [gedaagde] middels een beschikking van deze rechtbank onder bewind gesteld.
Tussen Acantus en [gedaagde] is met ingang van 29 juni 2022 een huurovereenkomst tot stand gekomen voor de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde). Op deze algemene huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Acantus van toepassing verklaard.
In de algemene voorwaarden van Acantus staat, voor zover relevant, het volgende.
‘ Artikel 9: verplichtingen van de huurder ten aanzien van het gebruik
[…]
5. De huurder zal ervoor zorg dragen, dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt toegebracht door de huurder, huisgenoten, huisdieren of derden die zich vanwege huurder in het gehuurde, de gemeenschappelijke ruimten en rondom en/of in de directe omgeving daarvan bevinden. Hieronder wordt eveneens, docht niet uitsluitend, verstaan overlast als gevolg van prostitutie, drugs- of overmatig alcoholgebruik, geluidsoverlast, stankoverlast, (het stallen van) auto’s en andere rij- of voertuigen in of buiten het gehuurde. De gedragingen van hen die zich met goedvinden van huurder in het gehuurde bevinden gelden als gedragingen van huurder zelf. Alle aanspraken van derden terzake de schending van deze verplichting van de huurder zijn voor rekening van huurder.’
Vanaf het begin van de huurovereenkomst heeft Acantus overlastmeldingen ontvangen. De meldingen over [gedaagde] bestonden uit het veroorzaken van geluidsoverlast (ook ’s nachts), het bedreigen van omwonenden, het constant dronken rijden met haar scootmobiel (tegen deuren) en andere alcoholgerelateerde overlast, al dan niet samen met haar dochter.
Acantus heeft [gedaagde] meerdere keren aangeschreven om te stoppen met deze overlast. Daarnaast is Acantus meerdere malen op huisbezoek geweest. Op 29 augustus 2023 zijn er aanvullende afspraken gemaakt, die inhouden dat de radio niet hard zal worden gezet en [gedaagde] haar dochter niet meer zal toelaten tot het gehuurde.
Ondanks de afspraken bleef Acantus overlastmeldingen ontvangen. Acantus heeft daarom contact gezocht met de hulpverleners van [gedaagde] . Ook heeft Acantus op 7 april 2025 een pandverbod gegeven aan de dochter van [gedaagde] in verband met onder andere openbare dronkenschap en geluidsoverlast. Op 19 juli 2025 heeft de dochter echter toegang gekregen tot de flat, waarbij zij een flatgenoot bij een ruzie heeft mishandeld.
Nadat Acantus [gedaagde] nogmaals meerdere keren heeft aangeschreven om te stoppen met het veroorzaken van overlast, heeft Acantus juridische stappen aangekondigd. In een gesprek met hulpverlening en Acantus heeft [gedaagde] toen aangegeven graag begeleid te willen gaan wonen.
Op 20 oktober 2025 heeft de dochter van [gedaagde] zich met geweld toegang verschaft tot de flat. De dochter is toen door politie verwijderd.
Op 27 en 28 oktober 2025 heeft Acantus [gedaagde] en NVO aangeschreven en is de onderhavige procedure aangekondigd. Nadien is door Acantus geconstateerd dat de dochter van [gedaagde] in strijd met het pandverbod maar met toestemming van [gedaagde] in het gehuurde verbleef.
3. Het geschil
Acantus vordert uitvoerbaar bij voorraad samengevat - NVO , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , te veroordelen tot ontruiming van de woning aan [adres] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, vermeerderd de proceskosten en de rente daarover.
Acantus legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] ernstig tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, waardoor de ontruiming van het gehuurde in kortgeding is gerechtvaardigd. [gedaagde] dient zich namelijk te onthouden van het veroorzaken van overlast op grond van de wet en de huurovereenkomst maar toch blijft zij overlast veroorzaken, ook na gesprekken en brieven van Acantus . Daarbij is [gedaagde] ook verantwoordelijk voor de overlast die haar dochter veroorzaakt(e) in de flat. Acantus kan niet meer dulden dat het woongenot van de andere omwonenden wordt geschaad. Ter zitting heeft Acantus aangegeven wel in te stemmen met een langere ontruimingstermijn, gelet op de (mogelijk snelle) nieuwe woonplek voor [gedaagde] .
NVO voert geen inhoudelijk verweer tegen de vorderingen. NVO stelt concreet bezig te zijn met het vinden van een goede plek voor [gedaagde] . NVO is erkentelijk voor de ter zitting aangeboden ruimere termijn voor ontruiming.
4. De beoordeling
Het spoedeisend belang
Uit de aard en de omstandigheden van de vordering blijkt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat er sprake is van spoedeisend belang aan de zijde van Acantus .
Het beoordelingskader in kort geding
In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de vordering van Acantus in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Nu het om een ingrijpende maatregel van ontruiming gaat, met verstrekkende gevolgen voor [gedaagde] , is voor toewijzing alleen plaats wanneer de bodemrechter, als het geschil aan haar wordt voorgelegd, met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid tot toewijzing van de vordering zal komen.
De gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst
De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat een gevorderde ontruiming van een huurwoning in een bodemprocedure zal worden toegewezen in het geval de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Op grond van artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geldt als uitgangspunt dat iedere tekortkoming in de nakoming grond kan opleveren voor ontbinding van een huurovereenkomst. Op de huurder rusten op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de stelplicht en bewijslast van de uitzondering op het uitgangspunt dat de tekortkoming, gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn, hetgeen meebrengt dat niet op voorhand aan één gezichtspunt een beslissende rol, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, kan worden toegekend. Het is aan de kantonrechter om te beoordelen of de tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden.
Acantus stelt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat zij overlast veroorzaakt. Zo klagen omwonenden over geluidsoverlast (ook ’s nachts), bedreigingen, gevaarlijk dronken rijgedag en andere (alcoholgerelateerde) overlast. Ook veroorzaakt de dochter van [gedaagde] overlast, waarvoor [gedaagde] op grond van artikel 7:219 BW verantwoordelijk is, aldus Acantus . Daartoe heeft zij vele meldingen, verslagen van bewonersoverleggen, video’s en andere producties ingebracht. NVO heeft deze gedragingen niet ontkent. [gedaagde] heeft ter zitting gesteld dat er veel niet klopt, maar dat het zo ook wel goed is. De kantonrechter is van voorlopig oordeel dat, nu Acantus haar stelling meer dan voldoende heeft onderbouwd en NVO dan wel [gedaagde] de stellingen van Acantus niet (voldoende onderbouwd) heeft weersproken, er sprake is van ernstige overlast door [gedaagde] en haar dochter.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat hiermee voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen in de zin van artikel 7:213 BW dan wel artikel 9.5 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst door overlast te veroorzaken en/of toe te staan. Daardoor is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Daarmee komt de kantonrechter toe aan de belangenafweging.
De belangenafweging
Volgens Acantus wegen haar belangen bij ontruiming zwaarder dan de belangen van [gedaagde] . Acantus stelt dat de mentale en fysieke gezondheid van de omwonenden in het geding is, omdat zij stress en slaapproblemen ervaren in verband met de overlast. Acantus heeft een verplichting jegens de andere omwonenden om ongestoord woongenot te verschaffen, en dat lukt nu niet. Er zijn [gedaagde] ampel hulpmogelijkheden aangeboden die niet worden gebruikt, aldus Acantus . De politie heeft meermaals ingegrepen bij [gedaagde] , maar ook dat weerhoudt [gedaagde] niet om door te gaan. Acantus stelt daarnaast dat er nog niet met zekerheid kan worden gezegd dat er een plek is voor [gedaagde] bij de voorgedragen zorgopvang. Zij kan dat niet (te lang) afwachten omdat de rust moet terugkeren voor de andere omwonenden. NVO weerspreekt de stellingen van Acantus niet, en [gedaagde] stelt enkel dat niet alles klopt.
Hoewel het woonbelang van [gedaagde] een belangrijk belang is, is de kantonrechter van voorlopig oordeel dat van de omwonenden niet meer kan worden gevraagd de zeer ernstige overlast te verdragen. Ondanks het aanwezig zijn van hulpverlening is [gedaagde] niet gestopt met het veroorzaken van overlast en lijkt het juist toe te nemen. Ook de aan [gedaagde] toerekenbare overlast van haar dochter verhevigt. [gedaagde] heeft voldoende kansen gehad om haar gedrag aan te passen en haar dochter de toegang tot het gehuurde te ontzeggen, maar pakt die kansen niet, ook niet na politiebemoeienis. [gedaagde] en haar hulpverlening erkennen in zekere zin ook dat [gedaagde] gebaat is bij begeleid c.q. beschermd wonen, door aan te geven dat [gedaagde] een voor haar goede
plek dient te krijgen. Daarbij neemt de kantonrechter in haar beoordeling mee dat [gedaagde] zelf heeft aangegeven al langere tijd ergens anders te willen wonen. De kantonrechter is daarom van voorlopig oordeel dat het belang van Acantus (en daarmee de omwonenden) bij ontruiming zwaarder weegt dan het (woon)belang van [gedaagde] .
Gelet op het voorgaande is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat vanwege de voornoemde tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Vooruitlopend daarop zal in dit kort geding de ontruiming van het gehuurde worden toegewezen. NVO is de formele procespartij en de veroordeling tot ontruiming zal daarom tegen haar worden uitgesproken. Opgemerkt wordt daarbij dat er geen sprake is van een eigen verplichting van NVO om de woning te ontruimen. De ontruimingsverplichting rust op [gedaagde] die de materiele procespartij is. De ontruimingstermijn zal daarbij, zoals ter zitting is voorgesteld door Acantus , worden vastgesteld op één maand na betekening van dit vonnis.
De uitvoerbaar bij voorraad-verklaring
In rechtsoverweging 4.6. en 4.7. zijn de belangen van Acantus en [gedaagde] tegen elkaar afgewogen. Diezelfde belangen spelen ook een rol bij de vraag of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard. De kantonrechter is van oordeel dat de eerdergenoemde belangen van Acantus ook bij het beantwoorden van deze vraag zwaarder wegen dan de eerdergenoemde belangen van [gedaagde] . Het vonnis zal daarom, zoals Acantus heeft gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
De proceskosten
NVO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Acantus worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,05
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
961,05
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt NVO , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , om binnen één maand na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen van alle namens [gedaagde] daarin aanwezige personen en zaken, en de sleutels af te geven aan Acantus ,
veroordeelt NVO , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , in de proceskosten van € 961,05, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als NVO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt NVO , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] , tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
58180