RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11891120 CV EXPL 25-5840
Verstekvonnis van 23 december 2025
in de zaak van
Riverty GmbH,
te Verl (Duitsland),
eisende partij,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten bv,
kenmerk gemachtigde: [nummer] ,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet in het geding verschenen.
1. De procedure
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd dat de gedaagde partij veroordeeld wordt om aan de eisende partij te betalen
€ 190,35, vermeerderd met rente en kosten.
Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2. De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
Voordat de kantonrechter kan overgaan tot inhoudelijke beoordeling van de overeenkomst, dient zij ambtshalve eerst na te gaan of zij bevoegd is en welk toepasselijk recht op de overeenkomst van toepassing is. De kantonrechter oordeelt als volgt.
Het gaat in het onderhavige geval om een zaak met internationale aspecten. De gedaagde partij is woonachtig in Nederland en de eisende partij is gevestigd in Duitsland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van de Brussel I bis-Verordening.
Het geschil betreft een burgerlijke en handelszaak als bedoeld in artikel 1 van die verordening. Volgens artikel 17 jo. artikel 18 van die verordening is de rechter van het land van de woonplaats van de consument bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Dat betekent in het onderhavige geval dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
Het op de overeenkomst toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van de Rome I-Verordening. Het geschil betreft een burgerlijke en handelszaak als bedoeld in artikel 1 van die verordening. Volgens artikel 6 van die verordening wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land van de woonplaats van de consument. Dat betekent in het onderhavige geval dat op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.
De kantonrechter zal, nu zij heeft geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en het Nederlands recht van toepassing is in een procedure tussen de eisende partij en een Nederlandse consument, in volgende procedures van de eisende partij de bevoegdheid van de rechter en het toepasselijk recht niet meer uitdrukkelijk overwegen.
Inhoudelijke beoordeling
De onderhavige vordering ziet op een overeenkomst op afstand tussen een consument en een handelaar. Bij dat soort overeenkomsten moet de kantonrechter ambtshalve controleren of aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voldaan. Bij een schending van de informatieplichten past de kantonrechter een sanctie toe. De onderhavige vordering op de gedaagde partij is uiteindelijk aan de eisende partij overgedragen.
De eisende partij heeft niet voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW, omdat uit de gebezigde bewoordingen ‘bestel nu!' op de bestelknop niet helder volgt dat de consument daarmee een betalingsverplichting aangaat.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending van informatieplichten de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met één derde (Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355 r.o. 4.8.10). Dat betekent dat aan hoofdsom een bedrag van € 86,00 (66,67% van € 129,00) toewijsbaar is.
De kantonrechter stelt vast dat aan de overige essentiële (pre)contractuele informatieverplichtingen is voldaan. De vordering komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
De gevorderde reeds verschenen wettelijke rente van € 21,35 zal worden afgewezen, omdat dit is gebaseerd op een hoger bedrag dan de toewijsbare hoofdsom. De (verder) gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de volledige voldoening.
De eisende partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag van € 40,00.
De gedaagde partij zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen € 126,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 86,00 vanaf 11 augustus 2025 tot de dag van betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten (inclusief nakosten), tot op heden aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op: dagvaarding € 120,78, griffierecht
€ 135,00, salaris gemachtigde € 40,00 en nakosten € 20,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis - tot zover - uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op
23 december 2025.
typ: 64527
coll: