RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/244018 / FA RK 25-1488
beschikking van 23 december 2025
in de zaak van
[naam verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk, kantoorhoudende te Gouda.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oldambt,
gevestigd te Winschoten,
hierna ook te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.
1. Het procesverloop
De procedure is ingeleid met een verzoekschrift met bijlagen van [verzoeker] , door de rechtbank ontvangen op 27 april 2025.
Op 22 oktober 2025 ontving de rechtbank een brief met het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand, met daarbij een machtigingsbesluit.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. De rechter heeft toen gesproken met [verzoeker] , bijgestaan door diens advocaat, en met [naam ambtenaar] en [naam ambtenaar] , namens de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oldambt.
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven. Conform de wens van [verzoeker] zal de rechtbank in de beschikking naar [verzoeker] verwijzen met "die" als persoonlijk voornaamwoord, en "diens" gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.
2. De feiten
De rechtbank zal bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.
[verzoeker] is geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats]. In de geboorteakte van [verzoeker] staat als geslacht "vrouwelijk" vermeld.
3. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oldambt te gelasten om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente Winschoten van het jaar 1995 (aktenummer: 110528) een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht "X" zal zijn.
4. Het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand
De ambtenaar van de burgerlijke stand brengt naar voren dat er geen wettelijke basis is voor toewijzing van het verzoek, en dat die er vanwege de intrekking van wetsvoorstel 35825 ook niet binnen afzienbare termijn lijkt te komen. Als de rechtbank het verzoek desondanks wel toewijst, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de gelasting opvolgen en de latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegen aan de geboorteakte.
5. De beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] toewijzen en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht X zal zijn. Hierna wordt uitgelegd hoe de rechtbank tot deze beslissing is gekomen.
Zoals door de ambtenaar van de burgerlijke stand naar voren is gebracht, ontbreekt op dit moment de wettelijke basis voor het verzoek. Het op 4 mei 2021 aanhangig gemaakte wetsvoorstel, waarvan de ambtenaar van de burgerlijke stand vermeldt dat het eerder dit jaar is ingetrokken, had ten doel de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht te versoepelen en de procedure te vereenvoudigen, maar zag niet (meer) op een non-binaire geslachtsregistratie. Door middel van een amendement van Kamerlid Van Ginneken is geprobeerd de non-binaire geslachtsregistratie wel mee te nemen in het wetsvoorstel, maar het amendement is uiteindelijk op 2 juli 2025 ingetrokken en het door Van Ginneken aangekondigde initiatiefwetsvoorstel is tot op heden niet ingediend.
De Hoge Raad heeft in zijn prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 geconcludeerd dat het, totdat er sprake is van wetgeving, aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen. Van die mogelijkheid is in de rechtspraak gebruik gemaakt om te komen tot toewijzing van verzoeken zoals de onderhavige.
Onlangs zijn door de rechtbank Noord-Nederland opnieuw prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad, tegen de achtergrond dat het eerder genoemde wetsvoorstel is ingetrokken. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-beantwoording van de prejudiciële vragen, omdat deze kwesties raken aan waarover de wetgever rechtspolitieke, juridische en beleidsmatige keuzes moet maken. In de laatste alinea van de conclusie overweegt de advocaat-generaal: "Wanneer een verzoek om aanpassing van de geslachtsregistratie op de geboorteakte in een genderneutrale aanduiding wordt gedaan, zal de rechter dit verzoek moeten beoordelen met inachtneming van de in het geding zijnde rechten van de betrokkenen. Hierbij zal de rechter een afweging moeten maken tussen het individuele belang van de betrokkene en het algemeen belang bij instandhouding van het wettelijke uitgangspunt van binaire geslachtsregistratie. In dat verband zal ook een rol spelen de vraag in hoeverre een geslachtsneutrale registratie maatschappelijk geaccepteerd is."
De Hoge Raad heeft inmiddels uitspraak gedaan en onder verwijzing naar de beslissing van 4 maart 2022 afgezien van het beantwoorden van de prejudiciële vragen. Redengevend daarvoor is dat "de ontwikkelingen nadien, waaruit blijkt dat het onderwerp de aandacht van het parlement en de regering heeft behouden, de Hoge Raad geen aanleiding geven om nu anders te beslissen".
De rechter zal derhalve beslissen aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval. Hierbij weegt de rechter, zoals door de advocaat-generaal aangeduid, het belang van [verzoeker] om op de gewenste, non-binaire wijze door instanties te worden aangesproken, af tegen het algemeen belang bij instandhouding van het wettelijke uitgangspunt van binaire geslachtsregistratie. Overeenkomstig het advies van de advocaat-generaal wordt in deze afweging ook de huidige maatschappelijke tendens op dit gebied betrokken. De rechter overweegt als volgt.
Met het intrekken van wetsvoorstel 35825 wordt ten onrechte aangenomen dat er wat betreft de non-binaire geslachtsregistratie sprake is van een kentering in de politieke en maatschappelijke opvatting. Dat een geslachtsneutrale registratie in Nederland steeds breder wordt aanvaard, blijkt onder meer uit het feit dat op 25 oktober 2025 zeven politieke partijen (waaronder de vier van de vijf partijen die daarna bij de verkiezingen de meeste stemmen hebben gekregen: D66, CDA, VVD en GroenLinks-PvdA) het “Regenboog Stembusakkoord 2025” hebben ondertekend. Daarin is het voornemen opgenomen voor "een wettelijke mogelijkheid om, zonder tussenkomst van de rechter, de geslachtsvermelding in officiële documenten zoals het paspoort te laten doorhalen met een 'X' op dezelfde wijze als die vermelding wijst van V naar M of andersom".
Ook uit (recente) jurisprudentie blijkt een consistente lijn waarin verzoeken tot wijziging van de geslachtsregistratie naar een non-binaire aanduiding worden toegewezen. De beslissingen die de in de laatste maanden zijn genomen worden gebaseerd op analoge toepassing van artikel 1:28 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW), op artikel 10 van de Grondwet, artikel 1 lid 2 van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb), artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 bij het EVRM, artikel 17 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), alsmede op jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De (voorgenomen) intrekking van het wetsvoorstel is voor geen enkele rechtbank of hof aanleiding geweest om beslissingen op voorliggende verzoeken aan te houden.
De rechter beoordeelt het verzoek van [verzoeker] met analoge toepassing van artikel 1:28 e.v. BW, welke artikelen zien op personen die de overtuiging hebben tot het 'andere' geslacht te behoren. Dat deze artikelen geen ruimte bieden voor een non-binaire registratie, is naar het oordeel van de rechter een ongerechtvaardigd en ongeoorloofd onderscheid tussen personen die zich identificeren met het 'andere' (binaire) geslacht en personen, zoals [verzoeker] , die de overtuiging hebben buiten de categorieën mannelijk of vrouwelijk te vallen. Dit onderscheid is in strijd met artikel 26 van het IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 bij het EVRM.
Artikel 1:28a BW schrijft voor dat er een deskundigenverklaring wordt overgelegd waaruit, kort gezegd, de overtuiging van verzoeker omtrent diens genderbeleving blijkt en dat verzoeker de gevolgen van de wijziging van de geboorteakte overziet en weloverwogen wenst. De rechter zal eraan voorbijgaan dat [verzoeker] geen deskundigenverklaring heeft overgelegd, omdat genderbeleving geen objectief verifieerbaar gegeven is dat door een deskundige is vast te stellen. Wel beoordeelt de rechter aan de hand van de stukken en de tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting of het besluit tot wijziging door [verzoeker] weloverwogen is genomen.
[verzoeker] heeft naar voren gebracht dat die zich niet herkent in de aanduiding man of vrouw en dat de huidige vrouwelijke geslachtsregistratie niet strookt met de innerlijke genderbeleving. [verzoeker] herkent zich daarentegen wel in personen die zichzelf aanduiden als non-binair en de aanduiding non-binair voelt als kloppend. Dat is al een aantal jaren het geval. [verzoeker] is de genderneutrale voornaamwoorden gaan gebruiken, eerst in diens vriendenkring en sinds enige tijd ook in diens familie. De gewenste wijziging van de geboorteakte leidt ertoe dat op het paspoort een 'X' komt te staan en dat uit de BRP blijkt dat [verzoeker] geen vrouw (of man) is. Dat zorgt er - aldus [verzoeker] - voor dat die meer rust heeft en minder stress in het dagelijks leven, en niet meer de situatie bij instanties hoeft uit te leggen. Zonder de aanpassing wordt [verzoeker] niet op de juiste manier aangesproken en aangeduid. Als concreet voorbeeld noemt [verzoeker] dat die in de online portals van het ziekenhuis niet zelf diens geslachtsvermelding kan aanpassen, omdat het geslacht wordt overgenomen uit de BRP.
De rechter is op grond van het vorenstaande van oordeel dat er bij [verzoeker] sprake is van een duurzame overtuiging omtrent de genderidentiteit. De rechter is er ook van overtuigd dat het besluit om wijziging van de geboorteakte te verzoeken, weloverwogen is genomen. [verzoeker] heeft er een zwaarwegend belang bij dat de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met diens non-binaire genderidentiteit. Het weigeren van een registratie die aansluit bij deze innerlijke overtuiging zou een schending opleveren van artikel 8 EVRM. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft al in 2003 geoordeeld dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element vormt van artikel 8 EVRM. Genderidentiteit wordt beschouwd als een van de meest intieme aspecten van het privéleven en een essentieel onderdeel van het zelfbeschikkingsrecht.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen valt de belangenafweging uit in het voordeel van [verzoeker] . Diens individuele belang bij erkenning van de identiteit weegt zwaarder dan het abstracte belang van een sluitend binair registratiesysteem.
6. De beslissing
De rechtbank:
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oldambt om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente Winschoten van het jaar 1995 (aktenummer: 110528) een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht "X" zal zijn;
draagt de griffier op om (niet eerder dan drie maanden na de datum van deze beschikking en alleen indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld) een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Oldambt.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
fn: MGV