ECLI:NL:RBNNE:2025:5657

ECLI:NL:RBNNE:2025:5657, Rechtbank Noord-Nederland, 26-11-2025, C/17/190788 / HA ZA 23-172

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer C/17/190788 / HA ZA 23-172
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2024:4056

Samenvatting

De rechtbank beveelt een mondelinge behandeling. De verzoeken van eisers om artikel 22 Rv toe te passen, een regiezitting te plannen en partijdeskundigen of getuigen ter zitting te horen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: C/17/190788 / HA ZA 23-172

Vonnis van 26 november 2025

in de zaak van

1. [eiser sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [eiser sub 2],

te [woonplaats] ,3. [eiser sub 3],

te [woonplaats] ,4. [eiser sub 4],

te [woonplaats] ,5. [eiser sub 5],

te [woonplaats] ,6. (WIJLEN) [eiser sub 6],

bij leven wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [eiser sub 6] ,7. [eiser sub 7],

te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: eisers,

advocaat: mr. P.W.H. Stassen,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

3. [gedaagde sub 3],

4. [gedaagde sub 4],

5. [gedaagde sub 5],

6. [gedaagde sub 6],

7. [gedaagde sub 7],

8. [gedaagde sub 8],

9. [gedaagde sub 9],

10. [gedaagde sub 10],

14. [gedaagde sub 11],

allen woonplaats kiezende te [woonplaats] ,

17. DE STAAT DER NEDERLANDEN,

hierna te noemen de Staat,

zetelend te ’s-Gravenhage,

hierna samen te noemen [gedaagde sub 1] c.s. ,

advocaten: mr. R.W. Veldhuis en mr. M.E.A. Möhring,

11. [gedaagde sub 12],

wonende te [woonplaats] ,

advocaten: mr. D. Roessingh en mr. Bredenoord-Spoek,

12. [gedaagde sub 13],

wonende in [woonplaats] ,

13. [gedaagde sub 14],

wonende in [woonplaats] ,

advocaten: mr. L. Broers en mr. R.H.W. Lamme,

15. [gedaagde sub 15],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. W. Heemskerk.

16. [gedaagde sub 16],

woonplaats kiezende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.H. Ekker,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: gedaagden.

1. Het verdere procesverloop

Bij rolbeslissing van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor vonnis over enkele procedurele punten.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. Beoordeling

Partijaanduiding “de Staat c.s.”

In de kop van hoofdstuk IV op pagina 16 van de conclusie van repliek duiden eisers gedaagden sub 1 tot en met 12 aan met “de Staat c.s.”. Uit de inhoud van dat hoofdstuk begrijpt de rechtbank echter dat eisers met “de Staat c.s.” niet doelen op gedaagden sub 1 tot en met 12 maar op de (rechts)personen die in dit vonnis met [gedaagde sub 1] c.s. worden aangeduid. Zo staat in randnummer 46 van de conclusie van repliek vermeld:

De Staat c.s. openen hun conclusie van antwoord met de openingszin: 'de Covid-19 pandemie was een bewogen periode, waarin verschillende, soms ingrijpende, maatregelen nodig waren om de volksgezondheid en samenleving te beschermen'.

De conclusie van antwoord die hier door eisers geciteerd wordt, betreft de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] c.s. De rechtbank zal daarom de aanduiding “de Staat c.s.” in de conclusie van repliek zo lezen dat daarmee de (rechts)personen worden bedoeld die in dit vonnis met “ [gedaagde sub 1] c.s. ” worden aangeduid.

Toepasselijk recht

Per 1 januari 2025 is de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht in werking getreden, die onder meer heeft geleid tot wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel XIIa van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 januari 2025, omdat deze zaak vóór die datum aanhangig is gemaakt.

Verzoek ongelakte versie van pagina 6 van het rapport van Pfizer in geding brengen

Op grond van artikel 22 lid 1 Rv (oud) kan de rechtbank een partij onder meer bevelen op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Bij repliek hebben eisers de rechtbank verzocht om [gedaagde sub 1] c.s. op te dragen een “ongelakte” versie van pagina 6 van het door eisers overgelegde Pfizer-rapport (productie 40 bij dagvaarding) in het geding te brengen. Eisers hebben toegelicht dat de informatie over het aantal “dosissen of flacons” in hun exemplaar van het Pfizer-rapport is weggelakt (de rechtbank begrijpt: onleesbaar gemaakt). Volgens eisers beschikt [gedaagde sub 1] c.s. zonder enige twijfel over een exemplaar dat het aantal dosissen of flacons wel weergeeft. De zin in het rapport waar het om gaat luidt als volgt:

It is estimated that approximately (b) (4) doses of BNT162b2 were shipped worldwide

from the receipt of the first temporary authorisation for emergency supply on 01 December 2020 through 28 February 2021.

Gelet op de hiervoor weergegeven tekst begrijpt de rechtbank dat eisers met dosissen en flacons hetzelfde bedoelen. De rechtbank ziet geen reden gebruik te maken van de hiervoor bedoelde bevoegdheid. Eisers hebben zelf gesteld dat het aantal “flacons” geen betekenis heeft voor het onderzoek dat is beschreven in dit Pfizer-rapport (zie randnummer 80, tweede volzin, van de conclusie van repliek). Dat betekent dat zij geen belang hebben bij het bekendmaken van het aantal dosissen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

De als productie 105 overgelegde akte en de vermeerdering van eis

Eisers hebben bij repliek een eerdere door de rechtbank geweigerde akte als productie 105 ingebracht en de rechtbank verzocht de inhoud van deze akte als “hier woordelijk herhaald en ingelast te beschouwen”. De rechtbank staat dit toe omdat het in geding brengen van deze akte in lijn is met de inhoud van de rolbeslissing van 11 december 2024 onder rechtsoverweging 2.4. De inhoud van de akte vormt dus een integraal onderdeel van de conclusie van repliek. Deze akte bevat onder andere een eisvermeerdering.

Bij repliek hebben eisers aldus hun eis vermeerderd. Omdat gedaagden geen bezwaar hebben gemaakt tegen de vermeerdering van eis en de rechtbank ook ambtshalve geen aanleiding ziet om de eisvermeerdering wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten, zal de rechtbank recht doen op de vermeerderde eis. De eis is nu dus:

1. te verklaren voor recht dat gedaagden als groep en ieder voor zich tot op de dag van de door de rechtbank in deze zaak gewezen eindbeslissing onrechtmatig jegens eisers zijn blijven handelen (waaronder mede verstaan een onrechtmatig nalaten) door hen en het Nederlandse volk opzettelijk op onrechtmatige wijze te misleiden teneinde eisers en / of het Nederlandse volk te bewegen tot het laten zetten van Covid-19 injecties waarvan gedaagden wisten, althans hadden behoren te weten, dat deze injecties niet veilig en effectief zijn, althans dat het door gedaagden in het kader van het project Covid-19: The Great Reset uitgedragen valse en misleidende narratief en / of de in het kader van dit project geïntroduceerde Covid-19 injecties schadelijk zijn voor de gezondheid, vruchtbaarheid en het psychisch welbehagen van gedaagden en / of het Nederlandse volk;

2. uitvoerbaar bij voorraad gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan eisers hun schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vergoeden.

3. gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure krachtens een daartoe door de rechtbank uit te spreken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Verzoek regiezitting en verhoor tijdens de mondelinge behandeling

Eisers verzoeken de rechtbank in de als productie 105 overgelegde akte (lees: conclusie van repliek) om een regiezitting te plannen, waarbij zij met de rechtbank en de advocaten van alle partijen overleg kunnen voeren over:

a. het verloop van de procedure per groep van gedaagden

b. het leveren van nieuw en aanvullend bewijs als gevolg van de snel opvolgende ontwikkelingen ter zake de feitelijke grondslag van de vorderingen van eisers, dit bewijs te leveren middels het inbrengen van nieuwe stukken en het onder ede laten horen van nationale en internationale partijdeskundigen

c. de wijze van het plegen van hoor en wederhoor in het kader van een goede procesorde

d. het toelaten van onafhankelijke media bij alle openbare mondelinge behandelingen en bij alle enquêtes van de nationale en internationale partijdeskundigen

e. hoe het vervolg van de procedure zal verlopen.

De rechtbank zal om de volgende redenen geen regiezitting bepalen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om gedaagden in groepen in te delen en dan per groep het verdere verloop van de procedure te bepalen. Daarvoor hangen de vorderingen tegen gedaagden te veel samen. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de eis geen onderscheid wordt gemaakt naar groepen gedaagden en dat eisers alle gedaagden onder meer verwijten dat zij als (een) groep onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld. Een verder specifiek of afzonderlijk procesverloop per groep van gedaagden is daarom niet nodig.

Overleg over het leveren van nieuw en aanvullend bewijs is evenmin nodig. Omdat er geen bewijsopdracht is gegeven aan een van partijen, is bewijslevering op dit moment niet aan de orde. Voor zover het eisers zou gaan om het indienen van nadere stukken voorafgaand aan de mondelinge behandeling ter nadere onderbouwing van hun stellingen, ziet de rechtbank niet in dat en waarom daarover voorafgaand overleg zou moeten plaatsvinden.

Omdat een bewijsopdracht en daarmee bewijslevering in dit stadium niet aan de orde is en eisers evenmin een verzoek voorlopig getuigen- en/of deskundigenverhoor tijdens deze procedure hebben gedaan, begrijpt de rechtbank het verzoek om een regiezitting voor overleg over het horen van partijdeskundigen onder ede als een verzoek op grond van artikel 87 lid 3 Rv. Daarin is bepaald dat met voorafgaande toestemming van de rechter tijdens de mondelinge behandeling getuigen en partijdeskundigen kunnen worden gehoord.

De rechtbank ziet geen aanleiding om gebruik te maken van haar bevoegdheid om tijdens de mondelinge behandeling partijdeskundigen of getuigen te horen, of om dat tijdens een aparte mondelinge behandeling te doen. De mogelijkheid die daarvoor in artikel 87 lid 3 Rv geboden wordt, heeft volgens de parlementaire geschiedenis tot doel om de procedure te versnellen en is bedoeld voor zaken die betrekkelijk eenvoudig zijn wat de feitelijke grondslag betreft. Dat is hier niet aan de orde. Het verloop van de mondelinge behandeling wordt er naar het oordeel van de rechtbank ook te veel door verstoord, omdat het verhoor erg veel tijd zal vergen. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat ook gedaagden dan in de gelegenheid moeten worden gesteld partijdeskundigen en getuigen in contra-enquête te horen. Een regiezitting om dit onderwerp te bespreken is dus niet aan de orde.

Een regiezitting is ook niet nodig om te bespreken hoe de wijze van het plegen van hoor en wederhoor zal plaatsvinden. Grotendeels heeft dat al plaatsgevonden door middel van twee schriftelijke rondes en verder zal er hoor- en wederhoor plaatsvinden tijdens de mondelinge behandeling. Daarover hoeft dus geen regiezitting gehouden te worden.

Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het houden van een regiezitting voor overleg over het toelaten van onafhankelijke media bij zittingen. Als de rechtbank daarover al overleg met partijen nodig mocht achten, dan kan dat op enig moment schriftelijk plaatsvinden. Daar is geen regiezitting voor nodig.

Tot slot is evenmin een regiezitting nodig voor overleg over het vervolg van de procedure. Zoals in de rolbeslissing van 1 oktober 2025 al aangekondigd, zal de rechtbank (thans) een mondelinge behandeling bepalen en worden partijen in de gelegenheid gesteld hun wensen ten aanzien van het inhoudelijke gedeelte van die mondelinge behandeling, zoals spreektijd etc., bij akte aan de rechtbank kenbaar te maken.

Akte uitlating partijen

De rechtbank zal de zaak voor het doorgeven van de hiervoor bedoelde wensen verwijzen naar de rol van 14 januari 2026 voor akte uitlating aan de zijde van beide partijen. De rechtbank hanteert deze ruimere termijn voor de akte vanwege de kerstperiode. In die akte dienen partijen ook opgave te doen van hun verhinderdagen en die van hun advocaten in de maanden mei 2026 tot en met oktober 2026. Eisers dienen zich in hun akte tevens uit te laten over de identiteit van eiser sub 7. [gedaagde sub 1] c.s. heeft er namelijk terecht op gewezen dat eiser sub 7 in de dagvaarding [eiser sub 7] wordt genoemd, terwijl hij in de conclusie van repliek [naam] wordt genoemd.

Tot slot

Tijdens de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van (beknopte) spreekaantekeningen. De rechtbank hecht eraan op te merken dat de mondelinge behandeling voornamelijk is bedoeld om de partijen zelf aan het woord te laten, omdat er al in twee rondes schriftelijk is geconcludeerd. De rechtbank zal na de aktewisseling bepalen hoeveel spreektijd de advocaten krijgen.

De rechtbank constateert dat er naast de hiervoor behandelde punten nog andere formele punten tussen partijen spelen, zoals de toelaatbaarheid van bepaalde producties. Daarover zal de rechtbank na de mondelinge behandeling bij vonnis beslissen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en het nader onderbouwen van hun stellingen door mr. C.M. Telman, mr. T.P. Hoekstra en mr. P. van Eijk, in het gerechtsgebouw te Leeuwarden, Zaailand 102, op een nader door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

bepaalt dat partijen - natuurlijke personen in persoon en de Staat deugdelijk vertegenwoordigd -, vergezeld van hun advocaten, aanwezig moeten zijn,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 14 januari 2026 voor

akte uitlating aan de zijde van beide partijen, zoals bedoeld in rechtsoverweging 2.14, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) van verhinderdata de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman, mr. T.P. Hoekstra en mr. P. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

445

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?