RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265783636
zaaknummer: 11764742 BU VERZ 25-1282
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Verbo Juridisch Advies.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 25 april 2024, om 06:59 uur, op de Rijksweg in Jirnsum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene ontkent door rood te hebben gereden. Daarnaast is hij niet op de plaats van de gedraging geweest met zijn voertuig. Verder voert betrokkene aan dat hij ten onrechte niet staande is gehouden. Tot slot stelt hij dat de boete disproportioneel hoog is. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete terecht is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het aanvullend proces-verbaal dat betrokkene niet is staande gehouden omdat zij in een privévoertuig reed. Doorgaans zijn dan geen middelen aanwezig om staande te houden. Dat dit in dit geval anders zou zijn, is niet gebleken. De ambtenaar had daarom geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden.
5. De kantonrechter ziet verder geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. De enkele, niet onderbouwde ontkenning van de gedraging is daarvoor onvoldoende. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet op de plaats van de gedraging aanwezig was; daarnaast kan iemand anders in de auto van betrokkene gereden hebben. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De verhogingen van de sanctietarieven per 1 maart 2024 zijn rechtmatig. Daarnaast ziet de kantonrechter geen aanleiding om te oordelen dat het sanctiebedrag niet in redelijke verhouding staat tot de aard en de ernst van de gedraging. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.