RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265800170
zaaknummer: 11694251 BU VERZ 25-1021
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 9 april 2024, om 10:01 uur, in de Zuiderstraat in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Standpunten
3. Betrokkene geeft aan dat hij te laat in beroep is gegaan bij de officier van justitie omdat de gemeente hem te laat heeft verwezen naar het CJIB om in beroep te gaan.
4. Hij weet verder zeker dat hij heeft betaald en goed in het parkeervak stond. De boete is voor hem als student heel erg duur.
5. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
6. Betrokkene heeft geen zekerheid gesteld. Tijdens de zitting heeft hij persoonlijke omstandigheden aangevoerd waarin de kantonrechter aanleiding ziet om de zekerheid op nul te stellen.
7. De kantonrechter stelt vervolgens vast dat het beroepschrift in administratief beroep te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. Het beroepschrift had uiterlijk op 15 juni 2024 ontvangen moeten zijn. Het beroepschrift is echter pas op 24 juni 2024 digitaal bij de CVOM binnengekomen.
Betrokkene heeft eerder een naheffing voor parkeerbelasting gekregen toen zijn parkeerapp niet werkte. Daarom was hij deze keer in de veronderstelling dat het om een gelijk geval ging en ging hij naar de handhaving. Die heeft hem verwezen naar de gemeente, die hem te laat heeft verwezen naar het CJIB. Daardoor was betrokkene te laat met het indienen van zijn beroep.
De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Op de inleidende beschikking van het CJIB staat duidelijk aangegeven hoe beroep moet worden ingesteld. Betrokkene heeft telefonisch en per chat contact gehad met de gemeente. Het is vervelend dat de gemeente slecht communiceerde, maar betrokkene had zelf meer attent moeten zijn op waar hij beroep moest instellen. Desnoods had hij pro forma een beroepschrift kunnen indienen, terwijl hij wachtte op een reactie van de gemeente.
De officier van justitie heeft het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.