RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummers: 265776507 en 266101469
zaaknummers: 11694306 BU VERZ 25-1024 en 11696881 BU VERZ 25-1035
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 december 2025
in de zaken van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is twee keer een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De eerste verkeersovertreding (25-1024) waarvoor een boete is opgelegd is: R438K – ‘geen voortdurend zichtbaar wit/geellicht a.d. voorzijde en/of zichtbaar roodlicht a.d. achterzijde van fiets voeren’, verricht op 24 april 2024, om 03:32 uur, in de Zuiderstraat in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten).
De tweede verkeersovertreding (25-1035) waarvoor een boete is opgelegd is: R315A – ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 8 mei 2024, om 15:22 uur, in de Oude Oosterstraat in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de beroepen op 15 december 2025 gelijktijdig op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep in 25-1024 ongegrond is en dat het beroep in 25-1035 gegrond is. De laatste boete wordt gewijzigd. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij een turbulente tijd met persoonlijke problemen achter de rug heeft. Hij heeft over meerdere bekeuringen gebeld met de politiechef omdat hij een bekende naam heeft bij de politie, die erg op hem gefixeerd is. Over het fietsen zonder licht vertelt hij dat hij al verlichting had gekocht, maar dat hij die nog niet had gemonteerd. Het fietsen in een voetgangersgebied is gebeurd toen betrokkene door de politie werd gezocht. Hij fietste net twee meter toen de politie om de hoek kwam. Betrokkene had nog een openstaande celstraf, waarvoor hij werd aangehouden. Tijdens de aanhouding werd hem verteld dat hij ook nog een boete kreeg voor fietsen in een voetgangersgebied. Betrokkene stelt dat deze boetes averechts werken, omdat hij zijn best doet zijn leven te beteren, maar nu weer zonder geld komt te zitten.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ten aanzien van de fietsverlichting ongegrond is, maar dat voor het fietsen op het trottoir de verkeerde feitcode is gehanteerd.
Overwegingen
5. Betrokkene heeft geen zekerheid gesteld. Hij heeft een onderbouwd draagkrachtverweer gevoerd waarin de kantonrechter reden ziet om de zekerheidstelling in beide zaken op nul te stellen en over te gaan tot inhoudelijke behandeling van de beroepen.
Over de fietsverlichting
6. Betrokkene betwist de overtreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld. De kantonrechter ziet geen reden voor wijziging van de boete. Betrokkene had de al gekochte fietsverlichting moeten monteren voor hij in het donker ging fietsen.
Over het fietsen op het trottoir
7. De verbalisant heeft feitcode R315A gebruikt. Deze feitcode kan alleen niet worden gebruikt bij fietsers, maar alleen bij bestuurders van motorvoertuigen. De juiste feitcode is R309 – ‘als (snor)fietser bij ontbreken verplicht fietspad (G11) of fiets/bromfietspad (G12a) niet de rijbaan gebruiken’. Hier hoort een lager boetebedrag bij, namelijk € 75,00 exclusief € 9,00 administratiekosten. Betrokkene wordt niet in zijn verdedigingsbelang geraakt door wijziging van de feitcode. Daarom zal de kantonrechter de feitcode wijzigen van R315A naar R309.
8. Betrokkene heeft de overtreding niet ontkend. Deze kan daarom worden vastgesteld. De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. Hij zal de gewijzigde boete daarom in stand laten.
Conclusie
De kantonrechter:
In 25-1024:
- verklaart het beroep ongegrond.
In 25-1035:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.