ECLI:NL:RBNNE:2025:5775

ECLI:NL:RBNNE:2025:5775, Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2025, 18.312790.23 ontneming

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer 18.312790.23 ontneming
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2025:5774

Samenvatting

Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[veroordeelde]

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.312790.23

beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 9 december 2025 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

in de zaak tegen

veroordeelde,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 20 maart 2025 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 14.000,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18.312790.23 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting 10 en 11 november 2025.

Het onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 25 november 2025.

Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. I. Djordjevic, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse.

Standpunten

De officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde tot een bedrag van

14.000,00. Hij heeft dat bedrag gebaseerd op de door veroordeelde als verdachte afgelegde verklaring in het politieverhoor van 12 september 2024.

De verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden afgewezen.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van heden, 9 december 2025, in de zaak met parketnummer 18.312790.23 (met als gevoegd parketnummer 18.319603.24) veroordeeld ter zake 28 gekwalificeerde diefstallen en acht pogingen daartoe.

De rechtbank overweegt dat de bewijslast om aan te tonen dat aannemelijk is dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten bij het openbaar ministerie ligt. Zij merkt in dat kader op dat de officier van justitie zijn vordering niet heeft onderbouwd middels enige rapportage omtrent het wederrechtelijk verkregen voordeel en ter staving van deze vordering enkel en alleen heeft gewezen op de door verdachte in zijn verhoor van 12 september 2024 afgelegde verklaring, inhoudende dat hij “veertien à vijftienduizend euro heeft verdiend” met de door hem gepleegde en bewezenverklaarde inbraken.

De rechtbank overweegt voorts dat, nu enige verdere onderbouwing ontbreekt van de kant van het openbaar ministerie, niet duidelijk is in hoeverre er in dit gevorderde bedrag rekening is gehouden met gemaakte kosten en bijvoorbeeld met teruggevonden en teruggegeven sieraden.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat, alhoewel aannemelijk is dat veroordeelde enig wederrechtelijk verkregen voordeel zal hebben genoten, zij (mede door het ontbreken van een ontnemingsrapport) niet kan vaststellen welk bedrag dat is.

Voorts heeft de rechtbank in haar vonnis van vandaag, voornoemd, een groot aantal vorderingen van benadeelde partijen toegewezen. Ook met die bedragen is bij het vaststellen van de hoogte van het ontnemingsbedrag geen rekening gehouden.

De rechtbank acht zich op basis van het voorgaande dan ook niet in staat om een schatting te maken van het mogelijk genoten wederrechtelijk voordeel.

Dit betekent dat de rechtbank de vordering van de officier van justitie zal afwijzen.

Beslissing

Wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze uitspraak is gegeven door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. M.S. van der Kuijl en

mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. L. van der Weide, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.

Mr. Van Sloten is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A.M. Wolters
  • mr. M.S. van der Kuijl
  • mr. E.P. van Sloten

Griffier

  • mr. L. van der Weide

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?