RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268642600
zaaknummer: 11735552 BU VERZ 25-1165
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 21 augustus 2024, om 12:13 uur, aan de Westerbaan te Roden, gemeente Noordenveld, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij de opgelegde boete buitenproportioneel en niet billijk vindt. Betrokkene geeft toe dat hij geen blauwe schijf had geplaatst, maar volgens hem is er sprake van een zeer onduidelijke situatie waarvoor hij niet verantwoordelijk gehouden kan worden. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij zich er niet van bewust was dat hij zich in de blauwe zone bevond. Slechts een gedeelte van de parkeerplaats is blauwe zone. Betrokkene is via een ander parkeervak per ongeluk en onbewust de blauwe zone ingereden en hierbij is hij niet langs een bord of over een lijn gereden. De lijn bevond zich vóór zijn auto, maar die heeft hij niet opgemerkt.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, waardoor zij de kantonrechter verzoekt het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
5. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat het voertuig langs een blauwe streep stond geparkeerd binnen een parkeerschijfzone, aangeduid met parkeerbord E10. Achter de voorruit van het voertuig was geen duidelijk zichtbare parkeerschijf aanwezig. De verbalisant verklaart dat hij zag dat er geen geldige ontheffing of invalidekaart aanwezig was in het voertuig. De verbalisant heeft vervolgens 10 minuten geen activiteit waargenomen en heeft het voertuig van betrokkene bekeurd.
De kantonrechter is van oordeel dat de verkeerssituatie op pleeglocatie erg onduidelijk is. Hiertoe overweegt hij dat het één groot parkeerterrein betreft, maar dat er twee regimes gelden. Zoals betrokkene op de zitting heeft aangegeven, is op Google Maps te zien dat er geen onderscheid of fysieke barrière is tussen de reguliere parkeerplaatsen en de parkeerplaatsen binnen de blauwe zone. Daarnaast is door de vertegenwoordigster op de zitting aangevoerd dat de boete met deze feitcode enkel kan worden opgelegd als een bord E10 (blauwe zone) is gepasseerd. Doordat betrokkene is doorgestoken naar een ander parkeervak, is hij niet langs het bord E10 gereden, waardoor hij niet op de hoogte was van de blauwe zone. Hierdoor kan de gedraging niet worden vastgesteld. Gelet op vorenstaande verklaart de kantonrechter het beroep gegrond. Door de vertegenwoordigster is op de zitting aangegeven dat zij de gemeente Noordenveld op de hoogte stelt van de onduidelijke verkeerssituatie op pleeglocatie.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;- vernietigt die beslissing;- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;- vernietigt die inleidende beschikking;- bepaalt dat het bedrag van de zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.