RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267198597
zaaknummer: 11754744 BU VERZ 25-1236
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] B.V. (de betrokkene),
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’ verricht op 25 juni 2024 om 11:17 uur, aan de Rijksweg A28 te Rogat, gemeente Meppel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig gemachtigde, haar vader als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van gemachtigde. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde, de bestuurder van het voertuig van betrokkene op pleegdatum, heeft aangevoerd dat zij haar telefoon wel gebruikt heeft, maar dat dit vanwege een noodgeval was. Gemachtigde heeft aangevoerd dat ze door een file vanwege een ongeval met een bestelbus en een camper stilstond/langzaam links op de snelweg reed en dat haar auto een storingsmelding kreeg. Gemachtigde heeft toen haar telefoon gepakt om haar vader te bellen, maar doordat de melding weer verdween, had ze haar telefoon weggelegd. Op dat moment heeft de agent onderhavige waarneming gedaan. Gemachtigde heeft aangevoerd dat ze met een geldige reden haar telefoon vasthield en dat zij in paniek was omdat ze niet wist wat de storingsmelding inhield.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd het standpunt van de officier van justitie te willen handhaven en heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Omdat gemachtigde de gedraging niet betwist, kan die worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
In hetgeen door gemachtigde is aangevoerd, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de boete te matigen. Hiertoe overweegt hij dat door gemachtigde voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake was van een overmachtssituatie, nu zij in verband met een storingsmelding in paniek raakte en zij haar vader wilde bellen om te vragen wat zij moest doen. Ze reed die dag voor het eerst in een elektrische auto. Dat gemachtigde op dat moment haar vader niet daadwerkelijk heeft gebeld maar later, toen de auto uiteindelijk stil kwam te staan, doet niet ter zake. Artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarop de boete in deze zaak is gebaseerd, verbiedt namelijk het enkele vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het besturen van een motorrijtuig. Niet van belang is of er met het toestel ten tijde van de gedraging is gebeld of ge-sms-t. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat de auto waarin gemachtigde reed voorzien had moeten zijn van bijvoorbeeld Apple Carplay, waardoor zij haar telefoon niet rijdend had hoeven vasthouden.
Ondanks vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat gemachtigde in dit geval niet anders had kunnen handelen omdat zij vanwege de file door het ongeluk op de linkerbaan van de A28 reed en niet naar rechts of naar de vluchtstrook kon. Daarbij overweegt de kantonrechter dat gemachtigde heeft aangevoerd dat zij op het moment dat zij de telefoon vasthield, erg langzaam reed. Nu de verbalisant niets heeft gesteld over de situatie op de rijbaan en de snelheid van gemachtigde op het moment van de waarneming, gaat de kantonrechter ervan uit dat gemachtigde nagenoeg stilstond op het moment dat zij de gedraging beging. Gelet op vorenstaande omstandigheden matigt de kantonrechter de boete tot nihil.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.